Achter in uw Kerkboek vindt u de ‘Kerkorde’. Een bescheiden bundeltje afspraken, dat we als kerken gemaakt hebben en waar we elkaar ook aan houden. En ergens zou je kunnen zeggen, dat het kerkrecht zich daar mee bezig houdt: met de afspraken die we als kerken gemaakt hebben, en zodoende met het reilen en zeilen in gemeente en kerkverband. Maar keer op keer blijkt het van groot belang te zijn, om het eigen ‘gewicht’ van elk van die afspraken op een goede manier te bepalen.

Niet alle afspraken hebben namelijk hetzelfde gewicht. Er zijn er bij, die rechtstreeks ontleend zijn aan het Woord van de HERE. Het moge duidelijk zijn, dat daar niet aan te tornen valt. Gods Woord is wet voor zijn kerk. Maar niet alle afspraken zijn direct aan de Heilige Schrift ontleend. Er zijn er ook bij, die we te danken hebben aan de weg die de HERE met ons als kerk gegaan is. Of die we enkel gemaakt hebben, omdat bepaalde zaken nu eenmaal geregeld moeten worden. Hoe, dan ook.

U zult wellicht begrijpen, dat dat nogal invloed heeft op de manier waarop we met die regels omgaan. Ook al geldt in algemene zin, dat je je aan gemaakte afspraken gewoon hebt te houden. Het kerkrecht probeert hierin duidelijkheid te scheppen, en heeft in die zin een sterk dienende functie. Want zeker in de kerk zijn regels geen doel op zich, maar bedoeld om in de gemeente van Christus alles ordelijk te doen verlopen. ‘Want God is geen God van wanorde, maar van vrede’ (1 Kor. 14:33).