[{"id":2419,"date":"2026-04-02T11:11:21","date_gmt":"2026-04-02T10:11:21","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2419"},"modified":"2026-04-02T11:11:22","modified_gmt":"2026-04-02T10:11:22","slug":"calvijn-over-het-ambt","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/calvijn-over-het-ambt\/","title":{"rendered":"Calvijn over het ambt"},"content":{"rendered":"\n<p><em>\u2018Er moeten dienaren of herders zijn, om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen, ook opzieners en diakenen, om met de herders een raad van de kerk te vormen.\u2019<\/em> (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 30)<\/p>\n\n\n\n<p>Er \u2018moeten\u2019 herders, opzieners en diakenen zijn \u2013 belijdt de kerk in artikel 30 van haar Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar iemand zou kunnen vragen: waarom \u2018moet\u2019 dat? Is dat, omdat de HERE ons dat leert in zijn Woord? Of omdat het zijn kerk heeft goed gedacht om het zo te doen? Vragen, waar in de loop van de geschiedenis al veel over te doen is geweest.<\/p>\n\n\n\n<p>De kerk dankt de ambtsleer zoals zij die in haar Nederlandse Geloofsbelijdenis verwoordt, voornamelijk aan de kerkreformator Johannes Calvijn. En in de discussies die over zijn ambtsleer gevoerd zijn en worden, zijn en worden er dikwijls ook vragen gesteld over de Schriftuurlijke onderbouwing ervan. Oftewel: \u2018moet\u2019 het echt zo, of mag het ook anders?<\/p>\n\n\n\n<p>In dit artikel, dat gebaseerd is op een college dat ik gaf op de studiedag van 17 december 2025 en de bespreking die daarop volgde, ga ik na op welke manier Calvijn de drie ambten die hij voorstond en die wij in \u2018onze\u2019 kerken nog steeds kennen, heeft onderbouwd en beantwoord ik de vraag of de manier waarop hij dat doet ook overtuigend is te noemen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Institutie (1559)<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Als de vraag gesteld wordt naar Calvijns ambtsleer en de onderbouwing ervan, wordt vaak algauw de laatste druk van zijn <em>Institutie<\/em> uit 1559 erbij gepakt. Daarin speelt Efeze 4:11 een belangrijke rol: \u2018en Hij (=Christus, AB) heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herder en leraars\u2026\u2019<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Van hen\u2019, schrijft Calvijn dan, \u2018hebben alleen de laatste twee nog een ambt dat in de kerk gebruikelijk is; de andere drie heeft de Heere in de eerste periode van Zijn rijk verwekt en af en toe doet Hij dat nog wel, naar gelang de nood der tijden dit vereist.\u2019[1] Op de keuzes die Calvijn hier maakt, is in de loop der tijd al heel wat kritiek uitgeoefend.<\/p>\n\n\n\n<p>Zo stelt professor C. Graafland dat Calvijns keuze voor juist deze tekst is ingegeven door zijn voorliefde voor de herder, aan wie hij als voornaamste taak de dienst van het evangelie toekende. En dat heeft weer alles te maken met de tijd waarin hij leefde en de beweging van de Reformatie waarvan hij een belangrijk vertegenwoordiger is geweest.<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Het hart van deze beweging is immers geweest\u2019, aldus Graafland, \u2018dat tegenover het sacramentalisme van de roomse kerk de vernieuwende kracht van het goddelijke Woord opnieuw is ontdekt.\u2019[2] Maar als Calvijns ambtsleer werkelijk zozeer is bepaald door de vragen en antwoorden van zijn tijd, is die dan eigenlijk nog wel toereikend voor andere tijden?<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Oude kerk<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Als we Calvijn recht willen doen, dienen we ons echter niet te beperken tot de <em>Institutie<\/em> van 1559. Aan deze laatste druk zijn vele andere voorafgegaan, waarin Calvijns ambtsleer zich gaandeweg en ontwikkeld heeft en hij ook veel aandacht heeft besteed aan de Oude Kerk. Ook als het om het ambt gaat, heeft hij gepleit voor terugkeer naar de Oude Kerk.<\/p>\n\n\n\n<p>In zijn beschrijving van de ambtelijke praktijk in de Oude Kerk neemt Calvijn zijn uitgangspunt niet in \u00e9\u00e9n enkele tekst, maar in het ene ambt dat Christus Zelf heeft toevertrouwd aan zijn apostelen en bestond in de dienst aan Woord en sacramenten. Anders als bij de keuze voor Efeze 4:11 kan Calvijn hier moeilijk de invloed van zijn tijd verweten worden.<\/p>\n\n\n\n<p>In latere edities van zijn <em>Institutie<\/em>, vanaf 1543, is Calvijn gaan benadrukken dat het ene ambt dat Christus heeft ingesteld aanvankelijk in drie onderscheiden gestalten verschenen is: herders, oudsten en diakenen. Daarnaast wijst hij ook nog op de functie van de bisschop, die hij duidt als \u2018primus inter pares\u2019 van het college van oudsten of opzieners.[3]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Herder<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Van de vier ambten die Calvijn zelf onderscheidt, is dat van herder het nauwst verbonden met het apostelambt. Christus\u2019 opdracht om het evangelie te verkondigen en de sacramenten te bedienen, gold niet alleen de apostelen zelf maar ook hun opvolgers. Zo noemt Paulus in 1 Korinthe 4:1 ook broeder Sosthenes een \u2018beheerder van de geheimenissen Gods\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p>Het verschil tussen apostelen en herders is volgens Calvijn met name gelegen in het feit dat de apostelen heel de wereld tot hun werkterrein hadden en de herders slechts een beperkt gebied. In Handelingen 14:23 staat immers te lezen, dat Paulus en Barnabas na hun terugkeer naar Lystre, Ikonium en Antiochi\u00eb\u00a0 \u2018in elke gemeente\u2019 oudsten aanstelden.<\/p>\n\n\n\n<p>Behalve met Woord en sacrament hebben de herders zich volgens Calvijn ook te bemoeien met de handhaving van de kerkelijke tucht, die reikt van broederlijke terechtwijzing tot buitensluiting. Apostelen en herders hebben het Woord immers niet alleen ontvangen om te openen, maar ook om te sluiten; niet alleen om te ontbinden maar ook om te binden.[4]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Leraar<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Het leraarsambt, dat Calvijn voor het eerst noemt in de <em>Institutie<\/em> van 1543, onderscheidt zich van het herdersambt doordat aan leraren alleen de uitleg van de Schrift is toevertrouwd. Ook de herders is die uitleg toevertrouwd, maar die hebben daarnaast ook tucht en sacramenten nog te bedienen en het Woord behalve publiekelijk ook \u2018aan huis\u2019 te verkondigen.<\/p>\n\n\n\n<p>Waar Calvijn de herders op \u00e9\u00e9n lijn stelt met de apostelen, stelt hij de leraren als dienaren van de openbaring op \u00e9\u00e9n lijn met de profeten van de apostolische kerk. Ook hier is er weer verschil: waar de profeten de gezonde leer uitleggen krachtens een buitengewone en voorbijgaande gave, zijn de leraren ordelijk aangesteld voor de opbouw van de kerk.<\/p>\n\n\n\n<p>Dit alles leidt ertoe, dat Calvijn in zijn exegese van Efeze 4:11 de \u2018herders\u2019 onderscheidt van de \u2018leraren\u2019. En wel in die zin, dat elke \u2018herder\u2019 wel een \u2018leraar\u2019 is, maar omgekeerd elke \u2018leraar\u2019 niet een herder. Overigens is Calvijn daar later weer op terug gekomen: in de laatste druk van de <em>Institutie<\/em> uit 1559 komen we de leraar niet meer tegen.[5]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Oudste<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>In de eerste druk van de <em>Institutie<\/em> uit 1536 komen we de oudste nog niet tegen. Het eerste spoor ervan is terug te vinden in een serie artikelen van de predikanten uit Gen\u00e8ve, waar Calvijn de eerstverantwoordelijke voor was. Daarin wordt gesteld, dat er onder de gelovigen personen moeten worden aangesteld, die de levenswijze van een ieder in het oog houden.<\/p>\n\n\n\n<p>Zij worden weliswaar nog geen \u2018oudsten\u2019 genoemd en moesten door de burgerlijke overheid worden aangesteld, maar dienen wel samen met de predikanten op pad te gaan en bezitten een verantwoordelijkheid die reikt van vermaning tot buitensluiting. Als Calvijn zich genoodzaakt ziet de wijk te nemen naar Straatsburg, blijken er daar al oudsten te zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>In zijn Romeinencommentaar verbindt Calvijn de oudsten zoals we die kennen uit de pastorale brieven en die blijkens 1 Petrus 5:2 ook een toezichthoudende functie hadden, met de \u2018leidinggevenden\u2019 uit Romeinen 12:8. Op grond van 1 Timothe\u00fcs 5:17 concludeert hij tot twee\u00ebrlei oudsten: oudsten die leiding geven, en oudsten die daarnaast ook prediken.<\/p>\n\n\n\n<p>Tegen Calvijns onderbouwing van de oudste is wel het bezwaar ingebracht dat hij enkel gepoogd heeft een functie die hij uit de praktijk al kende in een reuk van Schriftuurlijkheid te plaatsen en daar bovendien ook niet echt in geslaagd is. Maar dan vergeet men, dat de functie die hij tegenkwam door Bucer ook op grond van de Schrift was ingevoerd.[6]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Diaken<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>De diaken noemt Calvijn meteen al in de <em>Institutie <\/em>van 1536. Daarin beklaagt hij zich met name over het feit dat de diakenen zoals men die in zijn dagen kende zo weinig gelijkenis vertoont met de diaken die we in de Schrift tegenkomen. Op grond van (opnieuw) Romeinen 12:8 concludeert hij tot twee\u00ebrlei diakenen: diakenen die uitdelen en die zieken verzorgen.<\/p>\n\n\n\n<p>Die laatsten worden in Romeinen 12 mensen genoemd, \u2018die zich over anderen ontfermen\u2019. Omdat die \u2018ontferming\u2019 in 1 Timothe\u00fcs 5:9 ook de taak is van de weduwen, stelt Calvijn de diakenen die zich daarmee bezighouden met de weduwen gelijk en komt hij zo tot vrouwelijke diakenen. Dat zijn echter niet de diakenen, die de aalmoezen beheren.[7]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Gestalten<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Eerder merkte ik al op, dat Calvijn met name het ambt van herder of predikant verbindt met het ene apostelambt zoals dat door Christus Zelf is ingesteld. Tegelijk hebben we hem ook horen zeggen, dat dat ene ambt aanvankelijk verschenen is in de onderscheiden gestalten van herders, oudsten en diakenen. Het lijkt me, dat het een het ander niet uitsluit.<\/p>\n\n\n\n<p>We krijgen hier oog voor, als we bedenken dat het \u2018opzicht\u2019 van de oudste ook tot de taak van de herder behoort en dan door Calvijn nadrukkelijk verbonden wordt met de Woordverkondiging zoals die door Christus aan de apostelen was toevertrouwd. En Handelingen 6 leert ons, dat het diakonaat aanvankelijk eveneens tot het apostelambt heeft behoord.<\/p>\n\n\n\n<p>Er is vaak veel te doen (geweest) over de drie ambten die de kerk met name aan het onderwijs van Calvijn te danken heeft en tot op de dag van vandaag als de Schriftuurlijke ambten in haar Nederlandse Geloofsbelijdenis heeft staan. Ik hoop met dit korte artikel echter te hebben duidelijk gemaakt, dat Calvijn daar goede gronden voor heeft aangereikt.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Afkorting<\/strong><\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-table\"><table class=\"has-fixed-layout\"><tbody><tr><td>CO<\/td><td>Calvini Opera. Uitgegeven door W. Baum e.a. (Braunschweig: C.A. Schwetsch-ke et filium 1863-1900).<\/td><\/tr><\/tbody><\/table><\/figure>\n\n\n\n<p><strong>Bron<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Calvijn, J., <em>Institutie of onderwijzing in de christelijke godsdienst. Uit het Latijn vertaald door dr. C.A. de Niet. Deel 2 (boek 3.17-boek 4.20)<\/em> (Houten: Den Hertog: 2009).<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Literatuur<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ganoczy, A., <em>Ecclesia ministrans. Dienende Kirche und kirchlicher Dienst bei Calvin,<\/em> \u00d6kumenische Forschungen I. Ekklesiologische Abteilung 3 (Freiburg: Herder 1968).<\/p>\n\n\n\n<p>Graafland, C., <em>Gedachten over het ambt. <\/em>(Zoetermeer: Boekencentrum 1999).<\/p>\n\n\n\n<p>Plasger, G., \u2018Ecclesiologie\u2019, in: Selderhuis, H.J. (red.), <em>Calvijn. Handboek<\/em> (Kampen: Kok 2008), 365-373.<\/p>\n\n\n\n<p>Trimp, C., <em>Ministerium. Een introductie in de reformatorische leer van het ambt<\/em> (Groningen: Vuurbaak 1982).<\/p>\n\n\n\n<p>[1] <em>Institutie<\/em> (1559), IV, 3.4. (Calvijn, <em>Institutie<\/em>, 255 (vertaling van: \u2018ex quibus duo tantum ultimi ordinarium in ecclesia munus habent; alios tres initio regni sui Dominus excitavit, et suscitat etiam interdum, prout temporum necessitas postulat\u2019; CO 2, 779).<\/p>\n\n\n\n<p>[2] Graafland, <em>Gedachten<\/em>, 63.<\/p>\n\n\n\n<p>[3] Ganoczy, <em>Ecclesia<\/em>, 233-246.<\/p>\n\n\n\n<p>[4] <em>Institutie <\/em>(1559), IV,3.6 en 7; vgl. Ganoczy, <em>Ecclesia<\/em>, 249vv; 274-290.<\/p>\n\n\n\n<p>[5] Ganoczy, <em>Ecclesia<\/em>, 310-315; Plasger, \u2018Ecclesiologie\u2019, 371.<\/p>\n\n\n\n<p>[6] Ganoczy, <em>Ecclesia<\/em>, 315-324; Trimp, <em>Ministerium,<\/em> 95-103; Graafland, <em>Gedachten<\/em>, 72-76.<\/p>\n\n\n\n<p>[7] Ganoczy, <em>Ecclesia<\/em>, 324-329.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>\u2018Er moeten dienaren of herders zijn, om Gods Woord te prediken en de sacramenten te bedienen, ook opzieners en diakenen, om met de herders een raad van de kerk te vormen.\u2019 (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 30) Er \u2018moeten\u2019 herders, opzieners en diakenen zijn \u2013 belijdt de kerk in artikel 30 van haar Nederlandse Geloofsbelijdenis. Maar iemand [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[2,3,23,19],"tags":[27],"class_list":["post-2419","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-ambtsleer","category-artikelen","category-dr-a-bas","category-overzicht","tag-bas"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2419","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2419"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2419\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2420,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2419\/revisions\/2420"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2419"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2419"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2419"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2379,"date":"2026-01-06T11:51:45","date_gmt":"2026-01-06T10:51:45","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2379"},"modified":"2026-01-06T12:12:23","modified_gmt":"2026-01-06T11:12:23","slug":"wat-is-theologie-op-de-grens-van-2025-en-2026","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/wat-is-theologie-op-de-grens-van-2025-en-2026\/","title":{"rendered":"Wat is theologie? Op de grens van 2025 en 2026"},"content":{"rendered":"\n<p>Een artikel van\u00a0<a href=\"https:\/\/avgt.nl\/docenten\/\">Ds. J.R. Visser<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>De laatste dagen van 2025 zijn aangebroken op het moment van schrijven. Een moment om aan terug te denken. Te bezinnen. Ook om vooruit te kijken. Hoe wil je zelf als mens verder in het nieuwe jaar, als de HEERE dat geeft? Als ik over deze dingen nadenk, stel ik me de vraag wat theologie is. Dat lijkt je misschien een moeilijke vraag met daarbij een moeilijk woord.<\/p>\n\n\n\n<p>Waarom zo\u2019n moeilijk woord?&nbsp; Waarom noemen mensen zich theologen? Waarom halen ze vaak de krant in christelijke kring? Waarom is er zelfs een verkiezing van een theoloog van de Nederlanden? Waarom is er een verkiezing van het theologische boek van het jaar? Zo kan ik nog een tijdje verdergaan.<\/p>\n\n\n\n<p>Mensen noemen zich theologen. Wat is dat nu eigenlijk?<\/p>\n\n\n\n<p>Er wordt veel theologie genoemd. Als mensen zich bezighouden met de Bijbel, met dingen die met het geloof in God te maken hebben, zou dat theologie zijn. Daarbij komt dat het zou moeten gaan om een wetenschappelijke manier van praten en denken over God en de Bijbel. Vaak zonder dat je echt God en de Bijbel als de enige God en de Bijbel als Zijn in en in betrouwbare&nbsp; Woord aanvaardt. Daarbij kun je vragen stellen; daar kun je kritiek op hebben. Op God, op Christus, op de Bijbel. Als je het maar wetenschappelijk doet. Dan ben je theoloog, dan kun je als theologen met elkaar vriendelijk en wetenschappelijk discussie voeren. Dan kun je een groot theoloog zijn in de ogen van mensen. Dan kun je mensen in de kerk ook vertellen dat God het wel zo in de Bijbel vertelt, maar dat je dat echt niet hoeft te geloven. Dat je echt niet zo hoeft te leven zoals de Heilige Geest het ons in de Bijbel zegt. Voor velen is dat in onze tijd theologie. Dan zijn er behoudende en moderne theologen. De een gelooft dat meer dingen in de Bijbel echt waar zijn dan de ander. Toch zijn we samen theologen. Is dat zo! Moeten we zo bezig zijn? Ik wil op de grens van 2025-2026 daar twee opmerkingen bij maken. Het zouden er veel meer kunnen zijn. Voor de leesbaarheid beperk ik me tot twee opmerkingen die beslissend zijn voor hoe je naar God en Zijn Woord kijkt.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>1.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <strong>De mensen in Berea<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp; We lezen in Handelingen 17 opvallende woorden. Paulus is op reis en brengt in steeds weer een andere stad in opdracht van Christus het evangelie. Het is belangrijk om te zien dat het evangelie een bepaalde inhoud heeft. De Geest zorgt ervoor dat het evangelie ook opgeschreven wordt. De 4 evangeli\u00ebn die we in de Bijbel lezen, zijn geen bedenksels van mensen. Het zijn ook geen echo\u2019s op het&nbsp; goede nieuws van Jezus Christus.[1] De Geest zorgt dat het evangelie zelf opgeschreven wordt. Dat we het evangelie zelf lezen in de boeken Matthe\u00fcs tot en met Johannes. Daarmee begint Marcus ook: \u201cHet begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.\u201d 1:1. Wanneer we het&nbsp; Nieuwe Testament lezen, komt de Geest, komt de stem van God naar ons toe en vertelt wat de inhoud van de echte goede boodschap is.[2]<\/p>\n\n\n\n<p>Op een bepaald moment komt Paulus in de stad Berea. Hij was hiervoor in Thessalonica. Het is de Geest die door Lukas een belangrijk verschil aanwijst tussen mensen in Thessalonica en Berea. We lezen dat in vers 11: \u201cEn dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of de dingen zo waren.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>We moeten goed beseffen dat het niet maar het oordeel van Lukas is. Het is de Heilige Geest, het is de Drie-enige God die dit&nbsp; laat opschrijven. Waarin waren de mensen in Berea edeler, waaruit blijkt hun goede houding? Zij luisteren naar de verkondiging van het evangelie door Paulus, maar ze beoordelen de inhoud niet vanuit hun gevoel. Zij luisterden met openheid naar wat hun als Woord van God werd voorgehouden. Heel kort gezegd dat de beloofde Christus was gekomen. Dat Jezus de Christus is die voor onze schuld, in onze plaats gestorven is. Dat er bij Hem vergeving is en dat erbij en door Hem eeuwig leven is. Geloof in Hem, leven met Hem als de God en Koning van je leven is nodig om daarin te delen.<\/p>\n\n\n\n<p>Is het waar wat Paulus en zijn medewerkers vertellen? Is dat echt het Woord van God? Wat gaan ze doen om dat te weten te komen? Ze gaan de \u201cSchriften onderzoeken\u201d. Dat betekent in die tijd dat ze het Oude Testament gaan lezen. Het Oude Testament zoals wij dat vandaag kennen. De kans is heel groot dat ze dat deden in de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuagint.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is duidelijk dat de mensen in Berea, net als de Here Jezus zelf[3],&nbsp; het Oude Testament als het Woord van God aanvaarden. Als het Woord waaraan de woorden van Paulus over Jezus Christus getoetst moeten worden.<\/p>\n\n\n\n<p>Voor deze mensen is het Oude Testament Gods Woord dat over alles gezag heeft. Het Woord waar we niet kritisch naar kijken. Het Woord, waardoor we ons laten aanspreken door de HEERE zelf. Hun theologie is om door de HEERE zelf geleerd te worden vanuit Zijn Woord. Geen soort menselijke wetenschap waar we onderzoeken wat we over God en Zijn Woord denken en kunnen vertellen. Hun theologie is niet op afstand kijken naar de Bijbel en zelf afstandelijk beoordelen wat volgens ons dat Woord is. Niet zo naar de Bijbel kijken dat bepaalde Bijbelboeken of Bijbelschrijvers hun eigen theologie hebben die dan weer anders is dan die van andere Bijbelboeken en Bijbelschrijvers. Geen theologie waarin je in de Bijbel wel voor iedereen iets kan vinden wat bij hem of haar past. De Schriften zijn samen het ene Woord van God. Daarom lezen we meerdere keren ook het enkelvoud \u2018Schrift\u2019. Zie o.a.: &nbsp;Johannes 7:38,42; 10:35; 17:12,28; handelingen 8:32; Galaten 3:8,22; 1 Timotheus 5:18, 3:22; 2 Petrus 1:20.<\/p>\n\n\n\n<p>De mensen in Berea gaan terug naar het Woord dat de HEERE gegeven heeft. Waarin de komst van de Christus beloofd is. Zij gaan dingen ontdekken die de Here Jezus zijn leerlingen al heeft laten zien. We lezen daarvan o.a. in Lukas 24: \u201cEn Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden en&nbsp;<em>zo<\/em>&nbsp;in Zijn heerlijkheid ingaan? En Hij begon bij Mozes en&nbsp;al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem&nbsp;<em>geschreven<\/em>&nbsp;was.&nbsp; \u2026\u2026&nbsp; En Hij zei tegen hen:&nbsp;Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen.<\/p>\n\n\n\n<p>46En Hij zei tegen hen:&nbsp;Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag. En in Zijn Naam&nbsp;<em>moet<\/em>&nbsp;onder alle volken bekering en&nbsp;vergeving van zonden gepredikt worden,&nbsp;te beginnen bij Jeruzalem. En u bent van deze dingen getuigen.\u201d vs 25-27 \u2026. 44-48<\/p>\n\n\n\n<p>Wat zijn nu dingen die de mensen in Berea over de Here Jezus hebben kunnen lezen in het Oude Testament?<\/p>\n\n\n\n<p>Ik geef hier een aantal teksten, maar dat is met veel meer uit te breiden. Christus zelf zegt dat het hele Oude Testament van Hem spreekt. Zie o.a.: Johannes 7:38,42; 20:9; Handelingen 8:32; Galaten 3:8,22; 2 Petrus 1:20<\/p>\n\n\n\n<p>Hier een heel beperkte lijst:&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Leviticus 16<br>Numeri 24<br>Psalm 2<br>Psalm 16<br>Psalm 110<br>Psalm 132<br>Jesaja 7<br>Jesaja 8:23-9:6<br>Jesaja 11<br>Jesaja 42, 50, 53<br>Micha 5:<br>Zacharia 9<br>Maleachi 4&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p>Er is zoveel meer te noemen!<\/p>\n\n\n\n<p>De mensen in Berea toetsten vanuit het bestaande Woord van God dat ze volledig als Gods aanvaarden wat Paulus als evangelie verkondigde aan hen. Dat is de juiste houding. Dan zie je juist de betrouwbaarheid van Gods hele Woord. Dan zijn de eerste 5 boeken van de Bijbel niet boeken die een bepaalde theologie weergeven. Dan is dat niet de theologie van de tijd van Josia of later in de ballingschap. Dan is de geschiedenis die ons in het Oude Testament verteld wordt ook echt de geschiedenis zoals die plaatsgevonden heeft. Dan kunnen we vragen hebben, maar dan laten we staan wat de Geest heeft laten opschrijven. Dan zoeken we geen oplossingen voor onze vragen die deze betrouwbaarheid van Gods Woord ondergraven. Wij zijn dan leerlingen die altijd beseffen dat we zo beperkt zijn dat we nooit wat de Geest vertelt, gaan betwijfelen. Als je dat wel doet ben je niet echt met theologie bezig. Dan laat je je niet leren door de Geest en wat Hij ons in Gods Woord zegt. Dan ga je op Gods troon zitten en worden je eigen theorie\u00ebn en gedachten beslissend. Dat is geen theologie, maar eigenwijze menselijke wetenschap.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is zo belangrijk dat we vanuit Gods Woord naar dat Woord gaan kijken en zo de wijsheid van Christus indringen en ons al meer laten doordringen van dat Woord. Echte theologie is niet iets op afstand, maar kan niet zonder de persoonlijke band met de HEERE. Daarover nog iets in het tweede dat ik naar voren wil brengen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>2.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; <strong>God kennen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Een opvallende theologische ontwikkeling in 2025 was de grote aandacht voor de alverzoening.[4] Heel kort gezegd komt het erop neer dat Christus\u2019 werk op aarde ervoor zorgt dat uiteindelijk ieder mens vanuit de geschiedenis met God verzoend is en een prachtig bestaan tegemoet gaat. Het is voor mensen een heel aantrekkelijke boodschap. Toch staat het lijnrecht tegenover&nbsp; wat de Geest ons in het Woord leert.[5]<\/p>\n\n\n\n<p>Het gaat dan niet maar om vrijblijvende&nbsp;gedachten&nbsp;in de arena van de theologie. Het heeft wel met theologie te maken. Als het gaat om het ontmaskeren en bestrijden van een verkeerde leer. Een leer die mensen laat dwalen. Wegdwalen van de HEERE die echt anders gesproken en door de Geest geleerd heeft.<\/p>\n\n\n\n<p>Echte theologie is ook dat we met ons hart aan de HEERE verbonden zijn. Dat de kennis vanuit Zijn Woord kennis is die ons de weg wijst. Het gaat om kennis van de HEERE zelf. Ik wil dat nu duidelijk maken aan wat we in het Oude Testament lezen over de <em>da\u2019at Jahwe <\/em>of de <em>da\u2019at&nbsp; Elohim<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>Deze woorden betekenen: de kennis van de HEERE of de kennis van God. Hieronder vind je de belangrijke teksten die daarover gaan:<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Jesaja 11:1,2,9: <\/strong>\u201cWant&nbsp;er zal een Twijgje opgroeien uit de&nbsp;<em>afgehouwen<\/em>&nbsp;stronk van Isa\u00ef, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. Op Hem zal de Geest van de&nbsp;HEERE&nbsp;rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des&nbsp;HEEREN. \u2026. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de&nbsp;HEERE, zoals het water&nbsp;<em>de bodem<\/em>&nbsp;van de zee bedekt.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Jesaja 33:5,6: <\/strong>De&nbsp;HEERE&nbsp;is hoogverheven, want Hij woont&nbsp;<em>in<\/em>&nbsp;de hoogte. Hij heeft Sion vervuld met recht en gerechtigheid. Hij zal zijn de vastheid van uw tijden, een rijkdom aan heil, wijsheid en kennis; de vreze des&nbsp;HEEREN&nbsp;zal zijn schat zijn.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Jeremia 2:7,8: <\/strong>\u201cIk bracht u in een vruchtbaar land, om de vrucht daarvan en het goede ervan te eten.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar toen u daarin kwam, verontreinigde u Mijn land en hebt u Mijn eigendom tot een gruwel gemaakt. De priesters zeiden niet: Waar is de&nbsp;HEERE? En zij die de wet hanteerden, kenden Mij niet;<\/p>\n\n\n\n<p>de herders kwamen in opstand tegen Mij, en de profeten profeteerden namens de Ba\u00e4l. Ze gingen achter&nbsp;<em>dingen<\/em>&nbsp;aan die niet van nut zijn.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Jeremia 4:22: <\/strong>\u201cVoorzeker, Mijn volk is dwaas, men kent Mij niet. Verstandeloze kinderen zijn het,<\/p>\n\n\n\n<p>Inzicht heeft men niet. Wijs is men in kwaaddoen, maar van goeddoen weet men niet.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Jeremia 31:33,34: <\/strong>\u201cVoorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Isra\u00ebl sluiten zal, spreekt de&nbsp;HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun&nbsp;tot een God zijn en z\u00edj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de&nbsp;HEERE, want zij&nbsp;zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de&nbsp;HEERE.&nbsp;Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Hosea 4:1,6: \u201c<\/strong>Hoor het woord van de&nbsp;HEERE, Isra\u00eblieten, want de&nbsp;HEERE&nbsp;heeft een&nbsp;rechtszaak<\/p>\n\n\n\n<p>Met de inwoners van&nbsp;<em>dit<\/em>&nbsp;land, omdat er geen trouw, geen goedertierenheid en geen kennis van God in het land is. \u2026.&nbsp; Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat \u00fa de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat u de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Hosea 5:4: <\/strong>\u201cHun daden zijn er niet op gericht zich tot hun God te bekeren, want&nbsp;de geest van hoererij is in hun midden, en de&nbsp;HEERE&nbsp;kennen zij niet.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Hosea 6:6: <\/strong>\u201cWant&nbsp;Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in offer, in kennis van God meer dan in brandoffers!\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer je dit leest, en er zou nog zoveel meer te noemen zijn wat hetzelfde laat zien, dan zie je dat echte kennis van God niet zonder een eerbiedig leven met Hem kan. De HEERE kennen betekent dat ik Zijn woorden ontvang en onderzoek. Niet om er kritiek op te hebben, niet om ze voor een deel aan de kant te schuiven. Nee, om ze als de hoogste wijsheid te ontvangen en zo toe te nemen in kennis van Hem. Om eerbiedig Zijn Woord uit te leggen en al meer Zijn grootheid te zien. Om zo uit te stallen wie de HEERE is en wat Zijn wil is. Dan ben je daar ook als theoloog je leven lang mee bezig en ga je zien dat de HEERE altijd meer is dan wat je weet en uitdraagt. Dan blijven er altijd oude en nieuwe schatten, zoals Christus daarover spreekt. Dan is de Bijbel, dan is Gods Woord altijd de bron en norm voor onze kennis. Ook als we theoloog zijn, als we studenten opleiden tot dienaren van het Woord. Wanneer we de kritiek op het Woord een plaats willen geven in ons theologisch bezig zijn, wanneer we zonder levende band aan Christus denken theoloog te zijn, dan is theologie een leeg woord geworden. Dan staan de gedachtespinsels van dit soort \u2018theologie\u2019 in dienst van Gods grote tegenstander.<\/p>\n\n\n\n<p>Het gaat erom dat we kennis van de HEERE al meer ontdekken en ons eigen maken en als betrouwbare mannen andere, vooral jongere mannen opleiden om dienaar van het Woord te worden. Om in de wereld juist uit te dragen wie Christus echt is en hoe Hij wil dat we leven. Om Gods grote daden met grote eerbied te leren.<\/p>\n\n\n\n<p>Dan leven we niet bij een eigen of eigentijds wereldbeeld waaruit we conclusies trekken en dat theologie noemen.[6] Dan willen we de zin van Christus al meer kennen om door de Geest al meer naar het beeld van God veranderd te worden.<\/p>\n\n\n\n<p>Ik eindig met de woorden die dr. K. Schilder aan het einde van zijn boek Christus en cultuur schreef. Het zijn scherpe en ontdekkende woorden. Hij schreef ze aan het einde van een boek dat liet zien hoe we in de samenleving na de zondeval hebben te leven. Wat is nu eigenlijk echte cultuur? Dit heeft ook alles te maken met de vraag wat nu eigenlijk theologie is.<\/p>\n\n\n\n<p>De laatste woorden van dit boek zijn:<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cMaar nu is de wereld werkplaats, strijdperk, bouwterrein. En de plaats van de ontmoetingen met God is, anders dan blijkbaar Novalis bedoeld heet, <em>niet: <\/em>een afgeschoten plekje, waar een romantisch aangelegde ziel \u201creligie\u201d bedrijft, in een aparte provincie van de ziel. En ook niet een in schemer gelegd \u201cuniversum\u201d, dat tussen God en natuur geen grenzen stelt. Want het forum van God, dat is vandaag <em>zijn<\/em> werkplaats, en die is zo groot als de wereld, en daarin is dan ook onze werkplaats, onze fabriek, de rokende oven, de studeerkamer, het atelier, kortom, elk gebiedsdeel, elk onmatisch vlak, waar \u201cde mens Gods, tot alle goed werk volmaakt toegerust\u201d\u2019, \u201ctrouw\u2019, waar ze er zijn, \u201cde knoppen en de bloemen pleegt\u201d, maar ook de baggerlaarzen aan heeft.<\/p>\n\n\n\n<p><em>En <\/em>\u201conbegonnen werk\u201d, dat is inderdaad onze cultuurtaak achter Jezus Christus. Gezegend mijn <em>verstandige <\/em>wijkouderling, die goed huisbezoek doet: een <em>cultuur<\/em>-kracht, al weet hij het waarschijnlijk zelf niet. Laat ze maar om hem lachen: ze weten niet wat ze doen \u2013 die cultuurslampampers van de overkant.\u201d[7]<\/p>\n\n\n\n<p>Dit betekent niet dat we ons uit de wereld terugtrekken. Ook niet uit de wereld van de \u2018theologie en de godsdienstwetenschappen\u2019. We nemen daar intensief kennis van. Om dit te gebruiken vanuit de toetsing aan Gods in en in betrouwbare Woord. Om zo elkaar en de gemeente van Christus in de tijd van vandaag en morgen de weg te kunnen wijzen.<\/p>\n\n\n\n<p>Vanuit de kennis van Christus!<\/p>\n\n\n\n<p>Laten we zo in 2026 echt theologie bedrijven en zo broeders opleiden om in de wereld van 2026 echt theoloog te zijn en de gemeenten te kunnen leiden vanuit het kennen van God, vanuit de kennis van Christus. Dan is kennis van de HEERE het ontmoeten van Hem. Van die Ene die als Naam heeft: Ik ben die Ik ben. Dan leren we zoals Mozes onze schoenen van onze voeten te doen, omdat vanuit de Bijbel Gods heiligheid en grootheid tot ons komt. Het vuur dat in de brandende braamstruik te zien was, brandt. De HEERE is de God die leeft. Hij verdient ook van theologie alle eerbied. Het is zaak dat we Hem in diepe eerbied volgen en gehoorzamen op Zijn Woord. Dan schijnt vanuit de theologie het vuur van God, het vuur en de liefde van Zijn genade.<\/p>\n\n\n\n<p>[1] Ik denk hierbij aan: Van Kooten, G.H. 2026 (Toch al einde 2025 te koop) &nbsp;KokBoekencentrum Utrecht<\/p>\n\n\n\n<p>[2] Keller, T. 2022.&nbsp; Centrumkerk &nbsp;p. 25-44 Uitgeverij van Wijnen Franeker<\/p>\n\n\n\n<p>[3] Enkele teksten &nbsp;waar we zien dat de Here Jezus zelf het Oude Testament als Gods Woord &nbsp;erkent: Mattheus 5:17-20; 22:29-33; Lukas 16: 27-31; Johannes 5:39<\/p>\n\n\n\n<p>[4] Ik denk hieraan boeken die in 2025 verschenen zijn in het Nederlandse taalgebied:<\/p>\n\n\n\n<p>Sonneveld, Reinier 2025 Het einde van de hel KokBoekencentrum Utrecht<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;Paas, Stefan 2025&nbsp;&nbsp; De wg van vrede &nbsp;KokBoekencentrum&nbsp; Utrecht<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;de Vos, David 2025. Alle mensen zijn kinderen van God.&nbsp; Go and Tell Media&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>[5] Twee artikelen die ik hierover zelf geschreven heb en op internet te vinden zijn en in het blad Weerklank verschenen zijn:<\/p>\n\n\n\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/het-einde-van-de-hel\n<\/figure>\n\n\n\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/twee-wegen-twee-bestemmingen\n<\/figure>\n\n\n\n<p>[6] Een voorbeeld is wat we bij Paas in het eerdergenoemde boek: De weg van Vrede, lezen:<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cMet \u2018eeuwige straf\u2019 heb ik moeite, omdat ik niet zie hoe dat te verenigen is met een God van vrede. Ik bedoel niet dat een God van vrede nooit zou kunnen oordelen; dat lijkt me eerder een sentimentele dan een vredelievende gedachte. Maar het punt is: Gods oordeel is deel van zijn liefde. Oordeel is recht doen met het oog op vrede. Oordeel is aleen recht als het geopend is naar verzoening en vreugde. Is dat te rijmen met een altijddurend oordeel zonder kans op verzoening en vreugde? Ik zie niet hoe dat <em>rechtvaardig <\/em>&nbsp;oordeel kan zijn in bijbelse zin. Gods vredestichtende liefde kan oordelen en zal oordelen, maar zij kan niet oordelen zonder ophouden. Dat zou geen recht doen aan de God van vrede.\u201d P. 258,259.<\/p>\n\n\n\n<p>[7] Schilder, K. 1978&nbsp; Christus en cultuur p. 137 Uitgeverij T. Wever Franeker<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ds. Visser definieert theologie: Geen kritische afstandelijke wetenschap over God en de Bijbel, maar eerbiedige toetsing aan de schriften.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[24,7,1],"tags":[38],"class_list":["post-2379","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-ds-j-r-visser","category-ethiek","category-niet-gecategoriseerd","tag-visser"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2379","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2379"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2379\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2398,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2379\/revisions\/2398"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2379"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2379"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2379"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2355,"date":"2025-10-04T14:54:31","date_gmt":"2025-10-04T13:54:31","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2355"},"modified":"2025-10-04T14:55:20","modified_gmt":"2025-10-04T13:55:20","slug":"openingsreferaat-academisch-jaar-2025-2026","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/openingsreferaat-academisch-jaar-2025-2026\/","title":{"rendered":"Openingsreferaat academisch jaar 2025-2026"},"content":{"rendered":"\n<p>Dit is de uitgeschreven tekst van het openingsreferaat, gehouden tijdens de opening van het academisch jaar 2025-2026, op 27 september 2025, te Zwolle. Het referaat werd voorgedragen, en is van de hand van ds. L. Heres.<\/p>\n\n\n\n<p>Gen. 1: 24-2:9<\/p>\n\n\n\n<p>Wisten Adam en Eva van het bestaan van de engelen af?<\/p>\n\n\n\n<p>Ik stel die vraag vanmorgen niet om te speculeren. Maar wel om ons even bewust te maken van dingen die er <em>niet <\/em>staan. In Genesis verschijnen de eerste engelen op het moment dat het paradijs wordt afgesloten voor de mens. Maar daarv\u00f3\u00f3r lees je er niets van. Zelfs de duivel \u2013 een gevallen engel \u2013 verschuilt zich achter een slang.<\/p>\n\n\n\n<p>Dat die slang gebruikt werd door de duivel, en dat de duivel een gevallen engel is, dat weten wij wel. Maar wij weten dat vanuit wat er <em>later <\/em>wordt geopenbaard in de Bijbel. En dan ook nog eens heel summier. Daardoor worden we gewaar dat de engelen al eerder geschapen waren, en dat een deel van de engelen in zonde gevallen is.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar tot het einde van Genesis 3 lezen we niets over engelen.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar is dat eigenlijk niet wat vreemd? Een scheppingsverhaal met engelen, inclusief een complete hi\u00ebrarchie, in allerlei geledingen van serafs, cherubs, aartsengelen, et cetera was goed voorstelbaar geweest. Toch? Als je eraan denkt welke woorden we \u2013 terecht \u2013 gebruiken om de enige God aan te duiden, dan gaat het over een geestelijk wezen, eeuwig, niet te doorgronden, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig.. (art. 1 NGB).<\/p>\n\n\n\n<p>Past het niet <em>helemaal<\/em> bij die<em> <\/em>God dat Hij een rijk geschakeerde engelenwereld schept, die immers ook allemaal geestelijke wezens zijn, even onzichtbaar voor mensenogen als God zelf? En dat dat dan ook <em>opgenomen <\/em>wordt in het verslag van de schepping?<\/p>\n\n\n\n<p>Nu horen wij pas <em>achteraf <\/em>van de engelen, van hun schepping en van hun bestaan. Het is alsof we met Adam mee wakker worden in de leefwereld, zoals de Heere die voor ons geschapen heeft\u2026 we zien het gras en de bloemen om ons heen, de dieren, de zon. Zoals een kind zich langzaam bewust wordt van zijn omgeving. Totdat je verteld wordt dat <em>God <\/em>dat allemaal gemaakt heeft en dat die God overal om je heen is en jou het leven geeft. Een besef dat de verwondering doet toenemen. En pas veel later dringt het besef door dat er <em>ook <\/em>nog een geheel onzichtbare <em>engelenwereld <\/em>bestaat, met tienduizenden tienduizendtallen engelen, met allemaal verschillende functies en taken. Allemaal tot meerdere eer een glorie van de Schepper. En dat je dan in alsmaar stijgende verwondering denkt: dat <em>ook <\/em>nog!<\/p>\n\n\n\n<p>En als je daar <em>nog <\/em>wat langer over doordenkt, dan bekruipt je zelfs het gevoel: waarom schiep God eigenlijk die aarde nog? Was die machtige geestelijke wereld voor Hem niet genoeg? Paste dat ook niet veel beter bij Hem dan die materi\u00eble wereld?<\/p>\n\n\n\n<p>Is het dan niet heel opvallend dat die eeuwige geestelijke God zoveel aandacht besteedt aan de schepping van <em>materie<\/em>? Stof\u2026 Dat Hij Zijn oneindige wijsheid en ordenend vermogen laat neerdalen in de schepping van de aarde\u2026 en dan ook nog in <em>tijd\u2026<\/em> in zes opeenvolgende dagen. Nergens in de Bijbel is een dergelijk verslag te vinden van de schepping van de <em>geestelijke<\/em> wereld. Maar alle aandacht gaat uit naar de schepping van materie, dat zo <em>anders <\/em>is dan God. Nota bene: tot en met kruipende dieren die over de aarde kruipen.<\/p>\n\n\n\n<p>De gereformeerde theologie heeft altijd een helder onderscheid gemaakt tussen de Schepper en de schepping. Het is d\u00e9 afbakening tussen de God van de Bijbel en alle mythologische benaderingen van de werkelijkheid. Maar juist daarom treft het zo dat de Heere God zich laat kennen alsof Hij niet los gezien <em>kan <\/em>worden van zijn schepping.<\/p>\n\n\n\n<p>Hij presenteert zichzelf vanaf het eerste begin als de God die in het begin de hemel en de <em>aarde<\/em> schiep. <em>Zo <\/em>laat Hij zich kennen. En als we dan lezen van Zijn Geest en van Zijn Woord, dan zie je hetzelfde. In de taal van de openbaring is de Geest niet eens te onderscheiden van de wind boven de watervloed. En zodra Hij zijn Woord spreekt, is daar ogenblikkelijk geschapen materie.<\/p>\n\n\n\n<p>Hij laat zich <em>wezenlijk <\/em>kennen als een God die zich verbindt aan wat Hij geschapen heeft. Maar met de mens is het nog sterker. Wonderlijk hoe de mens uit het stof van de aardbodem gevormd wordt en hoe hij vervolgens een levend wezen wordt. De levensadem wordt hem door God zelf in de neusgaten geblazen. Zo mag hij leven op de adem van Gods stem.<\/p>\n\n\n\n<p>Hier treft niet alleen de <em>verbinding <\/em>tussen God de Schepper en de mens, maar ook de <em>eenvoud <\/em>waarmee het verteld wordt. Te eenvoudig om waar te zijn, zeggen veel theologen dan. Het past niet bij God, zegt de \u00e9\u00e9n. Het past niet bij wat we weten, zegt de ander. Het past beter bij wat wij weten over hoe mensen van heel erg lang geleden hun gedachten vormden over God. Toen de mensen nog primitief waren.<\/p>\n\n\n\n<p>En dus gaan we nadenken. Academisch\u2026 theologisch. Vanuit wat <em>wij <\/em>weten over wat bij God past. We beginnen te interpreteren wat er staat. Dan helpt het wel dat we veel meer weten dan Adam. Zelfs meer dan Paulus. En die mens van vandaag moet <em>ook <\/em>geholpen worden om bij God uit te komen. Het moet aanvaardbaar en aannemelijk zijn voor de mensen.<\/p>\n\n\n\n<p>Dat is de reflex die theologen al eeuwenlang hebben als het gaat over de taak van de theologie.<\/p>\n\n\n\n<p>Terwijl je juist <em>dan<\/em> zou moeten bedenken dat de beweging van <em>God <\/em>uitgaat. Vanaf het begin al. <em>God <\/em>schiep de hemel en de aarde. Dat impliceert dat er van ons een houding verwacht wordt die principieel <em>ontvangend <\/em>is. Een <em>ontvangende <\/em>luisterhouding en een <em>ontvangende <\/em>leeshouding. Zoals een kind eigenlijk, die juist veel <em>niet <\/em>weet.<\/p>\n\n\n\n<p>God is <em>afgedaald <\/em>naar het niveau van stoffelijke mensen in opvallende eenvoud. Het is moeilijk, maar dat vraagt om zelf laag bij de grond te blijven.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar dan komt het allemaal naar je toe. Dan komt zelfs het goddelijk wezen naar je toe. Dan hoor je hoe Hij spreekt, dan zie je dat Hij komt en dan ervaar je zelfs dat Hij troost. Maar wie zou bij het lezen van de eerste hoofdstukken van de Bijbel kunnen bevroeden dat deze God hoogstpersoonlijk een mens zou worden?<\/p>\n\n\n\n<p>Is het nog niet wonderlijk genoeg, dat Gods Geest en Woord zo betrokken zijn op schepselen van stof, dat Hij het <em>schept<\/em>? Maar dat die betrokkenheid zo groot is dat het Woord vlees zou worden en er Iemand zou komen die tegelijkertijd echt God \u00e9n echt mens zou zijn\u2026 dat is adembenemend.<\/p>\n\n\n\n<p>Ja, God komt echt in zijn wezen naar ons toe. Persoonlijk. Wat een onbevattelijk samengaan van eeuwige Schepper en stoffelijke schepping. De Persoon van Jezus Christus\u2026 is niet te bevatten, maar wel te bewonderen en te aanbidden. Maar alleen in de positie waarin je ontvangt wat Hij geeft, waarin je verwacht dat Hij komt, waarin je hoort wat Hij zegt, en waarin je ontdekt wat Hij doet. Maar het blijft eenvoudiger dan je zou denken: Dit is de manier waarop God voorzien heeft in een Middelaar. We mogen in Zijn persoon geloven.<\/p>\n\n\n\n<p>Behoorlijk ontnuchterend toch wel voor een academisch geschoold theoloog. Dat heel die academische gereedschapskist vol vaardigheden en kennis niet werkt als je niet los kunt laten en overgeven aan de werkingskracht van Gods eigen Woord en Geest. Dat het pas nuttig wordt als je God zelf hebt horen spreken en de Geest je heeft laten buigen voor de eenvoud van wat Hij zelf gezegd heeft.<\/p>\n\n\n\n<p>Het was niet voor niets dat Noordmans de vroegchristelijke dogma\u2019s vergeleek met een kras op een prachtige Griekse vaas. Arius, Nestorius en anderen konden een heel stuk mooier schilderen met de kwasten uit de gereedschapskist van de Griekse filosofen dan dat de kerk dat deed op de concilies van Nicea en Constantinopel.<\/p>\n\n\n\n<p>Hij is echt mens. Want dat staat er. En Hij is ook echt God. Dat staat er namelijk ook. Tegelijkertijd echt God en echt mens. Homo-ousios. Het klinkt nou niet echt als een formule die veel oplost. Het klinkt ook niet erg schilderachtig. Maar het laat wel staan wat de Bijbel zegt.<\/p>\n\n\n\n<p>En om er nog even een andere kerkelijke vergadering aan vast te knopen die komend seizoen jubileert: wat te denken van die uitspraak \u2018een boom is een boom en een slang is een slang\u2019. Assen 1926. Is dat nou academisch verantwoorde theologie? Zo klinkt dat toch niet?<\/p>\n\n\n\n<p>Is het nou nodig om zo plat en simpel te spreken over de staat der rechtheid? Nu weten we inderdaad bitter weinig over de staat der rechtheid. Uit eigen ervaring zelfs zo goed als niets. Als we zouden moeten theologiseren vanuit wat we <em>weten<\/em>, hebben we niet eens iets te zeggen. De staat van de natuur is de staat van het bederf. Dat heeft ons aangetast tot in ons verstand. We zullen het moeten doen met wat God ons vertelt.<\/p>\n\n\n\n<p>Trouwens, over de zonde hadden we het nog niet eens gehad. Maar <em>dat <\/em>is wat. Het gaat nog veel dieper. De eeuwige en almachtige God heeft die echte menselijke natuur aangenomen, omdat Hij <em>z\u00f3 <\/em>op mensen was betrokken dat Hij het zelfs voor <em>bedorven <\/em>en daardoor <em>sterfelijk <\/em>geworden mensen, die door eigen schuld tot stof terugkeren, overhad om niet alleen <em>mens <\/em>te worden, maar ook hun zonden te dragen. Hij werd er zelfs uit geboren. Luther heeft gezegd: We kunnen Christus niet diep genoeg in het vlees trekken.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar dan komen onze gedachten tot stilstand. Als we midden in de bedorven staat van de schepping aan de voet van het kruis komen te staan. Een kruis. Een balk uit een dode boom. En daarop de Zoon van God. Dat is niet alleen aanstootgevend in zijn <em>eenvoud<\/em>, maar ook in zijn lelijkheid. Dat is geen kras op een Griekse vaas. Dat is een rauwe aanklacht tegen alles wat uit het bewustzijn van mensen is voortgekomen, hoe machtig mooi de buitenkant ook is.<\/p>\n\n\n\n<p>Ook daar geen engelen. Ze hadden er kunnen zijn. Legioenen zelfs. De tweede Adam mocht niet ontdekken dat er nog veel meer moois en prachtigs was dan wat Hij tot nu toe had gezien. Hij moest ervaren dat alles wat Hij bij zijn Vader had gezien, er voor Hem <em>niet <\/em>meer was.<\/p>\n\n\n\n<p>En als de Zoon dan verlaten wordt door de Vader, dan kom je er zelfs theologisch niet meer uit. Toch? De verhouding tussen God en mens. Want het blijft een mysterie dat geloof vraagt: dat die twee met elkaar verzoend raken. Schepsel en Schepper.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar <em>dan <\/em>pas weet je waarom je academisch verantwoorde theologie wilt bedrijven. Nadat we de Zoon in de ogen gekeken hebben. En we de Romein v\u00f3\u00f3r hebben laten gaan, die het als eerste zei: Werkelijk, dit was Gods Zoon. Als we op het punt zijn gekomen om al stamelend te aanbidden.<\/p>\n\n\n\n<p>Dan wil je die God ook recht doen. Heel nauwkeurig. Dan wil je dienstbaar zijn. Aan de prediking van deze Christus. Dan wil je ook de schepping serieus nemen. Zelfs die door de zonde aangetaste en bedorven schepping. Zelfs je opponenten. Niet om met ze mee te gaan, maar om werkelijk in te gaan op hun gedachten, en daar dan eigenlijk heel eenvoudig het evangelie tegenover te stellen. Dan zie je ook in dat het nuttig is en waarom de Heilige Geest het verstand wil heiligen om het met volle overtuiging in te zetten. Om zo God te loven met de woorden die Hij ons zelf in de mond legt.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Openingsreferaat van ds. L. Heres aan de hand van Gen 1:24-2:9, centraal staat de vraag of het scheppingsverhaal vandaag de dag nog als actueel gezien wordt. Volgens hem vraagt wetenschappelijke Bijbelstudie altijd om een nederige, ontvangende houding. Hij benadrukt dat Gods almacht en menselijkheid samenkomen in Christus, de tweede Adam, en dat wij zonder eigen kennis van de wereld v\u00f3\u00f3r de zondeval moeten vertrouwen op wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[25,18,19],"tags":[26,33],"class_list":["post-2355","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-ds-l-heres","category-opleiding","category-overzicht","tag-academie","tag-heres"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2355","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2355"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2355\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2357,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2355\/revisions\/2357"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2355"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2355"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2355"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2303,"date":"2025-09-30T20:41:21","date_gmt":"2025-09-30T19:41:21","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2303"},"modified":"2025-09-30T20:41:21","modified_gmt":"2025-09-30T19:41:21","slug":"verslag-opening-academisch-jaar-avgt-2025-2026","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/verslag-opening-academisch-jaar-avgt-2025-2026\/","title":{"rendered":"Verslag opening academisch jaar AvGT 2025-2026"},"content":{"rendered":"\n<p>Op zaterdag 27 september 2025 vond de opening van het academisch jaar van de AvGT plaats op de nieuwe locatie in Zwolle. Het centrale thema was dit jaar het Concilie van Nicea. Onder leiding van dagvoorzitter Els Groeneveld werd de bijeenkomst geopend door samen te zingen uit gezang 30.<\/p>\n\n\n\n<p>Het woord ging vervolgens naar Ds. C. Koster namens de deputaten AvGT. Na het openingsgebed stond hij stil bij de huidige situatie aan de AvGT. Een korte samenvatting: Tiemen van Bale heeft zijn studie recent afgerond, terwijl er daarnaast zowel beginnende als gevorderde studenten actief zijn aan de academie. In het docentenkorps hebben veranderingen plaatsgevonden; huidige docenten zijn onder meer Ds. L. Heres, Ds. J.R. Visser, Dr. A. Bas en Dr. V.E. d\u2019Assonville, en er zijn diverse gastdocenten zoals ds. B. van Egmond en ds. H.T. Wendt. Momenteel bereiden de deputaten zich voor op de komende synode, waar belangrijke ontwikkelingen zullen worden besproken. Ds. Koster eindigde met een oproep tot gebed voor de opleiding.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image aligncenter size-large is-resized\"><img fetchpriority=\"high\" decoding=\"async\" width=\"1024\" height=\"768\" src=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-1024x768.jpeg\" alt=\"\" class=\"wp-image-2305\" style=\"width:368px;height:auto\" srcset=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-1024x768.jpeg 1024w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-300x225.jpeg 300w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-768x576.jpeg 768w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-1536x1152.jpeg 1536w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8896-2048x1536.jpeg 2048w\" sizes=\"(max-width: 1024px) 100vw, 1024px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p>Het volgende programmaonderdeel was het openingsreferaat door Ds. L. Heres. Hij reflecteerde op het scheppingsverhaal, aan de hand van Gen 1:24-2:9, en vroeg zich af of dit vandaag de dag nog als actueel gezien wordt. Volgens hem vraagt wetenschappelijke Bijbelstudie altijd om een nederige, ontvangende houding. Hij benadrukte dat Gods almacht en menselijkheid samenkomen in Christus, de tweede Adam, en dat wij zonder eigen kennis van de wereld v\u00f3\u00f3r de zondeval moeten vertrouwen op wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard. Na deze bijdrage opende Ds. Heres officieel het academisch jaar.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image aligncenter size-large is-resized\"><img decoding=\"async\" width=\"1024\" height=\"768\" src=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1-1024x768.jpeg\" alt=\"\" class=\"wp-image-2307\" style=\"width:386px;height:auto\" srcset=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1-1024x768.jpeg 1024w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1-300x225.jpeg 300w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1-768x576.jpeg 768w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1-1536x1152.jpeg 1536w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8901-1.jpeg 1995w\" sizes=\"(max-width: 1024px) 100vw, 1024px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p>Ds. Visser vervolgde met een bijdrage over de vraag \u201cWie is Christus?\u201d, zoals die centraal stond op het concilie van Antiochi\u00eb in het jaar 324. Hij betrok hierbij actuele ethische thema&#8217;s en historische parallellen. Binnen de kerk hebben er altijd vragen gespeeld rondom de goddelijkheid van Christus; de discussie rondom Arius werd besproken: Arius stelde dat Christus geen eeuwig God is, maar een geschapen, lagere god. Athanasius daarentegen verdedigde op het concilie van Nicea vanuit de Schrift dat Christus waarachtig God en waarachtig mens is. Ds. Visser onderstreepte de blijvende actualiteit van deze thematiek; ook tegenwoordig zijn er stromingen binnen de kerk die de goddelijkheid van Christus betwijfelen. Hij wees daarbij op het belang om Schriftgezag als uitgangspunt te houden, en om de eenheid rondom deze waarheid te zoeken, omdat waarheidsvinding geen democratisch proces is, maar volgt uit onderwerping aan God.<\/p>\n\n\n\n<figure class=\"wp-block-image aligncenter size-large is-resized\"><img decoding=\"async\" width=\"1024\" height=\"768\" src=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-1024x768.jpeg\" alt=\"\" class=\"wp-image-2308\" style=\"width:407px;height:auto\" srcset=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-1024x768.jpeg 1024w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-300x225.jpeg 300w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-768x576.jpeg 768w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-1536x1152.jpeg 1536w, https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/IMG_8904-2048x1536.jpeg 2048w\" sizes=\"(max-width: 1024px) 100vw, 1024px\" \/><\/figure>\n\n\n\n<p>Na de pauze werd Ds. Koster terug op het podium gevraagd om vragen uit het publiek te beantwoorden, onder andere over de invloed van ontwikkelingen binnen de CGK op de AvGT werden besproken.<\/p>\n\n\n\n<p>Vervolgens werd een&nbsp;videobijdrage&nbsp;ingestart van Dr. d\u2019Assonville, die het Nicea-thema&nbsp;uitdiepte&nbsp;vanuit zijn vakgebied, de dogmatiek. Helaas was Dr. D\u2019Assonville verhinderd om in persoon aanwezig te zijn, maar had hij het college vooraf opgenomen.<br>Hij legde in zijn college verbanden met zowel Matthe\u00fcs als andere evangeli\u00ebn, steeds vanuit de centrale vraag: Wie is deze Zoon van God? Ook hij benadrukte dat deze vraag blijvend urgent is, zowel binnen als buiten de kerken, omdat, zoals historisch vaker bleek, gevaarlijke theologie\u00ebn ontstaan zodra geloof in Christus niet meer spannend of risicovol is. Het concilie van Nicea kwam tot een helder antwoord: Jezus Christus is waarachtig God en waarachtig mens, en dat belijden de kerken wereldwijd.<\/p>\n\n\n\n<p>Tot slot was er ruimte voor praktische mededelingen, waaronder de oproep voor nieuwe backofficeleden en ambassadeurs. Ook belangrijk te om vermelden is dat de college&#8217;s en het openingsreferaat ook op de website zullen worden gepubliceerd.<\/p>\n\n\n\n<p>Het inhoudelijke programma werd gezamenlijk afgesloten met het zingen van Psalm 90:1 en 8 en een dankgebed door student Berend Schaak. Na afloop werd er afgesloten met een gezamenlijke lunch.<\/p>\n\n\n\n<p>De organisatie kijkt dankbaar terug op prachtige opening, onder de rijke zegen van de Here, waar Zijn bewarende hand duidelijk zichtbaar was.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Verslag van de opening van het academisch jaar van de AvGT<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[1,17,18,19],"tags":[26,30,33,38],"class_list":["post-2303","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-niet-gecategoriseerd","category-nieuws","category-opleiding","category-overzicht","tag-academie","tag-college","tag-heres","tag-visser"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2303","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2303"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2303\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2309,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2303\/revisions\/2309"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2303"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2303"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2303"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2291,"date":"2025-09-27T09:52:25","date_gmt":"2025-09-27T08:52:25","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2291"},"modified":"2025-09-29T08:54:37","modified_gmt":"2025-09-29T07:54:37","slug":"vrolijke-liedjes-en-het-johannesevangelie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/vrolijke-liedjes-en-het-johannesevangelie\/","title":{"rendered":"Vrolijke liedjes en het Johannesevangelie"},"content":{"rendered":"<p>Een artikel van\u00a0<a href=\"https:\/\/avgt.nl\/docenten\/\">Ds. J.R. Visser<\/a><\/p>\n\n\n<p>Bij dit college hoort een <a href=\"https:\/\/avgt.nl\/wp-content\/uploads\/2025\/09\/AVGT-opening-2025-1.pptx\" target=\"_blank\" rel=\"noopener\" title=\"\">presentatie<\/a>.<\/p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong style=\"font-family: var( --e-global-typography-text-font-family ), Sans-serif; font-size: var( --e-global-typography-text-font-size ); text-align: var(--text-align); -webkit-text-size-adjust: 100%;\">Dit artikel is in verkorte vorm bij de opening van het academische jaar AVGT op 27 september 2025 uitgesproken. Het is een college waarin een begin gemaakt wordt met het onderwerk en uitgewerkt gaat worden in college Nieuwe Testament en Ethiek over de punten die hier aangeraakt worden.<\/strong><br><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Mensen komen in beweging<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>We gaan naar de stad Alexandri\u00eb in het begin van de 4e eeuw nar Christus. Het is een drukte van belang in de haven.&nbsp; Het is op dat moment de grootste havenstad van Egypte. Er is altijd wat te doen. Een belangrijk deel van de inwoners van deze stad is nu christen. Nu is er na een tijd van vervolging rust voor de gelovigen. Ook in het Oosten van het Romeinse Rijk. Ik kom hier zo nog even op terug.&nbsp; Toch is er nu veel onrust onder de kerkmensen in deze stad. In deze stad is er de kern van de onrust die er na de vervolgingen in de kerk gekomen is. Die onrust gaat over wie de Here Jezus is. De vraag die de Here Jezus zijn leerlingen stelde in Mattheus 16 staat ook nu in Alexandri\u00eb en vanuit deze stad centraal in de kerk. Daarover is verschil van mening. Over de vraag: \u201cWie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? Zij zeiden:&nbsp;Sommigen: Johannes de Doper, en anderen: Elia, en&nbsp;<em>weer<\/em>&nbsp;anderen: Jeremia of een van de profeten.\u201d 13,14<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Toch is de Here Jezus niet tevreden met een van deze antwoorden: \u201cMaar u, wie zegt u dat Ik ben?<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Simon Petrus antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zei tegen hem: Zalig bent u, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u&nbsp;<em>dat<\/em>&nbsp;niet geopenbaard,&nbsp;maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.\u201d Vs 15-17<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Over deze vraag gaat het ook in de haven van Alexandri\u00eb rond 325 na Christus.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Luister maar een na wat voor zeemansliedjes er daar in de haven gezongen worden. Het zijn liedjes die door een invloedrijke man in de kerk van Alexandri\u00eb geschreven zijn. Ze worden op aansprekende melodie\u00ebn gezongen. Zodat de inhoud ervan makkelijk in je hoofd blijft hangen. Twee van die liedjes het die volgende inhoud gehad:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cEr was een tijd,&nbsp;Voordat de Zoon bestond<br>Alleen de Vader,&nbsp;Is er van Eeuwigheid.\u201d<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Een ander liedje had deze inhoud:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cWij noemen die Vader ongeboren,&nbsp;Tegenover Hem die op een gewone manier geboren is.<br>Wij prijzen Hem als de een zonder begin,,&nbsp;Tegenover Hem die een begin heeft.<br>Wij aanbidden Hem als tijdloos,,&nbsp;Tegenover Hem die in de tijd begonnen is om te bestaan.\u201d[1]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Door zeelui, burgers en buitenlui worden deze liedjes gezonden.&nbsp; Ze doen dat met nog meer kracht als ze ds. Alexander en zijn helper Athanasius in hun buurt zien. Ze zullen eens laten horen dat zij aan de kant van Arius staan en niet aan die van Alexander en Athanasius.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Wat Arius zegt dat is toch allemaal veel logischer en makkelijker te begrijpen?!&nbsp; Wat er in Alexandri\u00eb gebeurt, houdt in die tijd de hele wereldkerk bezig. Hoe moet de kerk verder. Wie is Jezus. Is Hij de Zoon van God die echt helemaal God is of lijkt Hij op God. Is Jezus echt God of is Hij het hoogste en het meest belangrijke schepsel. Is Hij echt God of is hij iemand tussen God en mens in?<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Misschien denk je wel: Dat zulke dingen de mensen zo bezighielden. Zelfs zo dat er op straat over gesproken werd en een hele stad in beroering bracht. Toch zie je dat later ook gebeuren. Denk maar eens aan de tijd van de Reformatie. Hoe soms een groot deel van een stad uitliep om te zien hoe iemand om zijn of haar gedachten en geloof door een beul gedood werd.[2] Of het oproer dat plaatsvond in de tijd van Remonstranten en Contra-Remonstranten[3]&nbsp; Of denk maar eens aan de tijd na de Afscheiding en de Doleantie waarin kinderen van een christelijke school het gevecht aangingen met kinderen, jongeren die op een openbare school zaten.[4] Je denkt misschien dat dit soort dingen niet meer mogelijk zijn.&nbsp;&nbsp;&nbsp; Toch zien we het op een andere manier gebeuren wanneer kerken en christenen juist op het terrein van de ethiek Bijbelse standpunten innemen die als achterhaald en middeleeuws bestempeld worden.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Maar nu terug naar de kerk van Christus in het begin van de vierde eeuw.&nbsp; In de eerste 250 jaar na Christus waren er geregeld vervolgingen. Niet altijd in het hele Romeinse Rijk. Na 250 na Christus lijkt er meer vrijheid te komen. Er wordt dan wel gesproken over de bloeiperiode van de kerk. Het Romeinse Rijk is nog altijd in meerderheid heidens. Toch kan de kerk groeien en wordt eigenlijk op veel plaatsen ongemoeid gelaten. Juist als er een ontwikkeling is naar nog meer vrijheid en dat de kerk van Christus als een toegestane godsdienst wordt erkend, komt er vooral in het oosten van het Romeinse Rijk weer een sterke vervolging.&nbsp; Een van de getuigen hiervan is Lactantius[5]. Ook in Alexandri\u00eb is dit het geval. Over deze vervolging schrijft Lactantius: \u201cDe woede van de keizer[6] richtte zich niet alleen meer tegen zijn hofpersoneel maar tegen iedereen. En allereerst dwong hij zijn dochter Valeria en zijn vrouw Prisca zich te bezoedelen door een offer te brengen. Eens zeer invloedrijke eunuchen, van wie Diocletianus zelf en de goede gang van zaken in het paleis afhankelijk was geweest, werden gedood. Ouderlingen en diakenen werden gearresteerd en zonder bewijs of bekentenis veroordeeld en met al de hunnen ter executie afgevoerd. Mensen van iedere sexe of leeftijd werden weggesleurd om verbrand te worden; omdat hun aantal zo groot was werden zij niet individueel opgepakt, maar in groepen, waaromheen een vuur werd aangelegd. Leden van het hofpersoneel werden, met molenstenen om hun hals gebonden, in zee verdronken. Niet minder fel werd de rest van de bevolking door de vervolging geteisterd. Want rechters, over alle tempels verspreid, dwongen iedereen een offer te brengen. De gevangenissen waren vol en ongehoorde foltermethoden werden uitgedacht. Om te verhinderen dat lichtvaardig tegen iemand werd recht gesproken werden in de raadkamers en voor rechtbanken altaren geplaatst, zodat de procederenden konden offeren alvorens hun zaak te bepleiten en de rechters als goeden werden benaderd.\u201d[7]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Toch komt ook hieraan een einde. Verdere beschrijving<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Juist als de vrijheid er is en keizer Constantijn als christen naar voren treedt, schakelt de duivel over op een andere tactiek. De tactiek van het zaaien van onenigheid in de kerk.[8]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Tussenopmerking<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Even een tussenopmerking. Kun je dit soort dingen wel zeggen op de dag van een opening van een theologische opleiding die op wetenschappelijk niveau wil onderwijzen. In onze tijd zal dit snel voor onwetenschappelijk worden uitgemaakt. Toch zullen juist deze dingen het eigene van onze opleiding moeten zijn. De reden daarvoor is dat we HEERE als de enige God belijden en Christus als de enige Verlosser. Dat we belijden dat de Bijbel het onfeilbare en volledig betrouwbare Woord van de Drie-enige God is. Wij willen theologie bedrijven vanuit Gods Woord. Wij staan daarmee ook in verbinding met de kerk van Christus die door de eeuwen heen de Bijbel als het volledig betrouwbare Woord beleden heeft. Een indringend voorbeeld daarvan is het gebed dat Abraham Kuyper bij het begin van de Vrije Universiteit heeft uitgesproken. Dan eindigt hij zijn gebed zo: \u201cAanbiddelijke, eeuwige Majesteit, zie dan in gunste ook op deze Stichting neder. Zij uit U haar goud, haar kracht, al haar wijsheid. Zwere ze nooit bij een minder, nooit bij een ander, dan Uw heilig Woord. En Gij die onze nieren proeft, o Rechter ook van onze natie en Oordeelaar ook van de scholen der wetenschap, breek zelf de muren dezer Stichting af, en delg ze uit van voor Uw aangezicht, indien ze ooit iets anders bedoelen, ooit iets anders willen zou, dan te roemen in die souvereine, die vrij machtige genade, die er is in het kruis van den Zoon Uwer teederste liefde! Heere, Heere God! laat in Uw Naam all\u00e9\u00e9n, in Uw Naam al onze hulpe staan! Amen. \u201d[9]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Het is de duivel die niet alleen met vervolging, maar ook door onrust en door dwaalleer de kerk van Christus aanvalt. Hij kan zich ook voordoen als een engel van het licht terwijl hij toch wil verwoesten en vernietigen. Dat lezen we o.a. in 2 Korinthe 11:14,15: \u201cEn geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van gerechtigheid. Hun einde zal zijn overeenkomstig hun werken.\u201d<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Nu terug naar het Alexandri\u00eb in de twintiger jaren van de 4e eeuw.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>De leer van Arius&nbsp; \u2013 heel logisch<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Wat gebeurt er in het Romeinse Rijk? De vervolgingen stoppen in 313 na Christus echt. Er komt vanuit Rome het besluit dat iedere inwoner van het rijk zelf mag kiezen wat zijn of haar godsdienst is. . Daarbij valt op dat als eerste godsdienst het geloof in Christus genoemd wordt. Pas daarna de andere heidense godsdiensten. Dat geeft aan dat er heel veel veranderd is. Het gevolg was ook dat veel heidenen nu naar de kerk kwamen en lid van de kerk van Christus wilde worden.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Wat is er gebeurd in Alexandri\u00eb nu de kerk echt vrijheid heeft en niet meer door vervolging heeft geleid? Alexander is de dominee, de bisschop van deze grote gemeente. Ook deze gemeente groeit in die tijd. Ongeveer 30% van de bevolking is dan christen. Waarschijnlijk woonden er toen ongeveer 400.000 mensen in deze stad. Het was toen de hoofdstad van Egypte. Er waren toen ongeveer 2400 tempels in de stad te zien.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>De episkopus van Alexandri\u00eb was dus een belangrijk man. Een van zijn presbyters was Arius. Hij kwam met gedachten die voor de onrust in die tijd ontstond. Hij stond op een bepaald punt tegenover ds. Alexander en later ook tegenover de opvolger van Alexander. Dat was Athanasius. Het verschil ging over wie Jezus Christus was.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kort gezegd kwam wat Arius uitdroeg hierop neer[10]: \u201cDe Zoon is volgens Arius in zijn wezen juist verschillend van de Vader. Hij heeft niet de eigenschappen van eeuwigheid en onveranderlijkheid van de Vader. Zijn veranderlijkheid is voor Arius een erg belangrijk gegeven: hij heeft evenals de andere mensen een vrije wil die verschillende keuzen kan maken. Wel heeft hij altijd het goede gekozen, en daarvoor is hij door de Vader beloond en tot goddelijke waardigheid verheven.&nbsp; \u2026. Volgens Arius is Christus Gods eerste en volmaakte schepsel dat als scheppingsmiddelaar bij de schepping van de wereld heeft gefunctioneerd. De volstrekte verhevenheid Gods maakt het onmogelijk dat God bij de schepping direct betrokken zou zijn en maakt dus het bestaan van een scheppingsmiddelaar wenselijk. Juist daarom moet het scheppende Woord van God de Vader minder zijn dan de Vader zelf.&nbsp; Om deze ondergeschiktheid uit te drukken maakt Arius een onderscheid tussen Gods Woord \u2013 of Gods wijsheid \u2013 dat een eeuwige eigenschap van God is en het Woord van God dat het eerste schepsel is en aan die eeuwige eigenschap van God deelheeft. Dit Woord heeft in Jezus een lichaam aangenomen, maar geen ziel. Daarom is het Woord het subject van de handelingen van Jezus\u2019 menselijke natuur, waarover in de evangeli\u00ebn wordt verhaald, zoals droefenis, honger, onwetendheid. Het Woord is dus niet wezenlijk God, want God is boven dergelijk typisch menselijke aandoeningen verheven, zo zegt Arius zo zegt Arius de wijsgeren en de hele christelijke traditie na.\u201d[11]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Deze leer was voor de mensen, ook voor de mensen in de kerk, veel logischer dan wat de kerk tot nu toe over Christus had verteld. Zeker als je bedenkt dat zoveel mensen in de kerk net uit het heidendom gekomen waren. Ik leg dat zo uit. Wat Arius leerde was ook voor mensen met Joodse wortels logischer vanuit wat er onder de Joden in die tijd geleerd werd. Ook dat zal ik zo duidelijker maken.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Al met al was er dus een vruchtbare grond voor de gedachten en de leer van Arius. De grote vraag is natuurlijk of het ook dit was en is wat de HEERE ons zelf leert in Zijn Woord.&nbsp; Dit raakt bijvoorbeeld ook wat het betekent dat we gedoopt worden in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.[12]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Het Johannesevangelie en de Griekse gedachten<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>We gaan nu eerst naar het Johannesevangelie. Als deel van het geheel van Gods Woord. Dit evangelie is door de apostel Johannes geschreven.[13] We hebben in dit evangelie niet te maken met een aparte theologische richting in de kerk van de eerste eeuwen. Het is deel van het Woord zoals de Geest ons dit door de Bijbel gegeven heeft. Johannes laat zien dat hij door dit evangelie een bepaalde zaak wil benadrukken.&nbsp; Namelijk dat Jezus de Zoon van God is. Dat je leven ervan afhangt dat je Hem ook als de Zoon van God erkent en volgt. Heel duidelijk komt dit naar voren in de verzen waarin het doel van dit evangelie wordt weergegeven.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cJezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel&nbsp;veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.\u201d 20:30,31<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Het gaat dus om het geloven in Jezus Christus als de Zoon van God. Hoe keken nu mensen in die tijd en dan vooral buiten de kerk aan tegen God en goden?<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>In Johannes 1 lezen over het Woord met een hoofdletter. In het Grieks staat er het Woord Logos. Dat Woord speelde in veel Griekse filosofie\u00ebn een grote rol. Het ging dan om het oerprincipe dat dan vaak de hoogste god was. Die god die boven de dingen stond, maar ook te groot was om zich met de geschapen werkelijkheid te bemoeien. Hij had de schepping en allerlei dingen die er op de aarde gebeuren aan lagere goden overgelaten. In allerlei variaties was deze gedachte heel invloedrijk.[14] Als je dan eens Johannes 1 leest, valt het op hoe deze gedachte meteen onderuitgehaald wordt. Er waren godenfamilies in dienst van de Logos die op verre afstand bleef. Vanuit zo\u2019n levensgevoel is het meer aannemelijk om de leer van Arius te volgen. Dan is er de ene God die ver weg blijft en dan schept Hij iemand die meer is dan een mens maar minder dan de echte God. Dat schepsel gaat dan voor de schepping, het materi\u00eble zorgen dat veel minder is dan het geestelijke.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Voor het verstand van de mensen toen was dat meer aanvaardbaar dan dat Jezus Christus echt volledig God is. God zou eeuwig zijn, maar de Zoon van God zou dat niet zijn.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Als je dan Johannes 1 leest wordt wat in de heidense wereld en filosofie\u00ebn geleerd wordt radicaal onderuit gehaald. Vooral als je verder leest. Dan zie je namelijk dat de Logos niet een God is die veraf blijft staan. Geen God die een tussenfiguur of tussenfiguren stuurt om de wereld te maken en daar actief te zijn. Nee, de Logos wordt hier niet een god genoemd.[15]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Want als we het begin van het Johannesevangelie bekijken, lezen we: \u201cIn&nbsp;het begin was het Woord en het Woord was&nbsp;bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Alle dingen zijn door het&nbsp;<em>Woord<\/em>&nbsp;gemaakt, en zonder dit&nbsp;<em>Woord<\/em>&nbsp;is geen ding gemaakt dat gemaakt is.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>In&nbsp;<em>het Woord<\/em>&nbsp;was het leven en&nbsp;het leven was het licht van de mensen.\u201d Vs 1-4 Dat zijn in de Grieks-Romeinse wereld van toen revolutionaire woorden. Vooral als je er op let dat heel duidelijk wordt gemaakt dat die Logos niet iets vaags is. Zelfs niet iets vaags waar een god gebruik van maakt. Nee, die Logos is God en is een heel concreet Persoon. Dat zie je heel duidelijk als vanaf vers 6 over heel concrete dingen gesproken wordt die op aarde gebeurd zijn. Er wordt verteld over Johannes de Doper als de voorloper van het Woord dat op aarde gekomen is.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ook Athanasius wijst erop dat de gedachte dat Christus niet echt God zou zijn en dat Hij er niet als de eeuwige God was een gevolg is van o.a. heidense gedachten. Hij schrijft in zijn eerste rede tegen de Arianen o.a. dit: \u201cEn wat u verder in uw geschriften hebt gezegd: \u2018De Zoon was niet voordat hij werd voortgebracht, \u2018dat is hetzelfde als: \u2018Er was een tijd dat hij niet was\u2019. Want beide uitspraken geven aan dat er een tijd was voor het Woord.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Waar hebt u dit toch vandaan? Waarom raast u <strong>als de heidenen<\/strong> en zint u op ijdele woorden tegen de Heer en Zijn Gezalfde? Geen van de heilige Schriften immers heeft iets dergelijks over de Heiland gezegd. Veeleer kennen zij Hem zonder uitzondering de praedicaten \u2018altijd bestaand\u2019 en \u2018eeuwig\u2019 toe, en zeggen dat Hij \u2018steeds samen is met de Vader\u2019. Want In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. En in de Openbaring staat: Die is, Die was en Die komt. En wie kan aan Degeen die is en die was de eeuwigheid ontzeggen? Hierin weerlegde immers Paulus ook de Joden in zijn brief aan de Romeinen, wanneer hij schrijft: uit wie Christus is naar het vlees, Hij die is boven alles, God, geprezen tot in eeuwigheid. En de Grieken beschaamd makend zie hij:&nbsp; Het onzienlijke van Hem wordt vanaf de schepping van de wereld gezien met het verstand uit het geschapene, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid. En wie&nbsp; \u2018Gods kracht\u2019 is, leert de apostel op een andere plaats, wanneer hij zegt: \u2018Christus, Gods kracht en Gods wijsheid.\u201d[16]&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Van dat Woord lezen we dan in vs 14-18: \u201cEn het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond&nbsp;(en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader),&nbsp;vol van genade en waarheid. Johannes getuigt van Hem en heeft geroepen: Hij was het van Wie ik zei: Deze Die na mij komt, is v\u00f3\u00f3r mij geworden, want Hij was&nbsp;er&nbsp;eerder dan ik. En&nbsp;uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en&nbsp;wel&nbsp;genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon,&nbsp;Die in de schoot van de Vader is, Die heeft&nbsp;Hem ons&nbsp;verklaard.\u201d<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Jezus Christus is God. Of zoals het in Kol 2:8,9 staat: \u201cPas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus. Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.\u201d<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Let er op dat de Geest hier oproept om geen wijsheid en filosofie\u00ebn van mensen te volgen als de Geest in Gods Woord anders spreekt. Dan is Gods wijsheid beslissend, ook al kan ons verstand het niet volgen. We lezen in het Johannesevangelie ook vanuit het Oude Testament de gelijkstelling tussen de HEERE als de enige God en Jezus Christus. Heel duidelijk is dat in Johannes 12: \u201cMaar hoewel Hij zoveel tekenen in hun bijzijn gedaan had, geloofden zij niet in Hem; opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd dat hij gesproken heeft:&nbsp;Heere, wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm van de Heere geopenbaard? Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja verder gezegd heeft: Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het hart inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen. <strong>Dit zei Jesaja toen hij Zijn heerlijkheid zag en over Hem sprak. <\/strong>En toch geloofden ook velen van de leiders in Hem, maar vanwege de Farizee\u00ebn beleden zij het niet,&nbsp;opdat zij niet uit de synagoge geworpen zouden worden.\u201d vs 37-42 Zie voor wie met&nbsp;<strong>Zijn<\/strong> bedoeld wordt vers 37. Johannes gaat ook meteen weer verder over de Here Jezus. Het is duidelijk dat hier over Christus gesproken wordt als God zelf! De Geest wijst er hier op dat Jesaja in hoofdstuk 6:10 op de Zoon, op Christus wijst. Dit is het onderwijs van de Geest. Hij legt hier Gods Woord zelf uit.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zo zijn we meteen gekomen bij de gedachten die er onder de Joden waren als er over Logos gesproken werd.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Het Johannesevangelie en de Joodse gedachten<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ook onder Joden waren er duidelijke gedachten als het over de Logos ging. Dat woord was onder de Joden bekend door de Griekse vertaling van het Oude Testament die er toen was. De Septuagint. Ik geef de gedachten door die er toen leefden nu weer vanuit een Nieuw Testament met daarin aantekeningen door Joodse geleerden. In dit Joodse commentaar op het Nieuwe Testament is ook apart geschreven over wat de gedachten van de Joden toen over de Logos waren. Ik geef een citaat dat als aantekening bij Johannes 1:1-3 staat: \u201c<em>In het begin, <\/em>een echo van Ge. 1:1. <em>Het Woord, <\/em>Gods scheppings- en verlossingskracht (Ps. 33:6)&nbsp; die wordt ge\u00efdentificeerd met Jezus (Joh. 19,14,17). Dit doet denken aan Wijsheid (Spr. 8:7-30; Wijsheid 9:2,9; 18:15; Sir. 24:9; 43:26) Voor de Joodse filosoof uit Alexandri\u00eb was Gods Logos de eerste vrucht van de schepping (<em>Leg. <\/em>3.175). De Wijsheid van Ben Sira (Jezus Sirach) identificeert Wijsheid met het goddelijke gebod, dat is de Tora (Sir 24:22-23). Deze identificatie vinden we ook in de rabbijnse tijd terug (bijv.&nbsp; <em>Gen. Rab.<\/em> 1:10, dat niet eerder te dateren is dan de vijfde eeuw, waar wordt geschreven hoe God de Tora als een bouwplan raadpleegde voordat Hij de wereld schiep). Zie ook het gebruik van <em>memra<\/em> (\u2018woord\u2019) n de Aramese targoems op Genesis (zie Logos, een Joods woord, p.782). <em>&nbsp;Bij God,&nbsp;<\/em>zoals in Spr. 8:22-31: \u2018\u2026&nbsp; was Ik&nbsp; (Wijsheid) zijn eersteling (\u2026) Ik was (\u2026) in zijn (van de HEER) aanwezigheid.\u201d[17]&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>In een ander onderzoek naar Johannes 1 en de Joodse gedachten in die tijd wordt de volgende conclusie getrokken: \u201cWe hebben gezien dat de beelden van de Logos, het Woord, die door de Joodse Johannes in zijn proloog worden toegepast op Jezus, door andere Joodse uitleggers gebruikt worden voor de Tora. Van een deel van de beelden weten we zeker dat ze ouder zijn dan de tijd van de evangelist, zoals het beeld van de Wijsheid als eersteling van de schepping, de lieveling van God. Dit beeld is door het traditionele Jodendom ge\u00efnterpreteerd als verwijzen naar de Tora. Johannes past het echter op ingenieuze wijze toe op Jezus, waarmee hij impliciet suggereert dat Jezus de vervulling van de Tora is.&nbsp;&nbsp; \u2026\u2026&nbsp; We zien dus een oorspronkelijk samenhangend complex van beelden dat uiteenging in twee verschillende duidingsrichtingen. Waar het Jodendom de Tora ziet als de richtingwijzer voor het dagelijkse leven en als toegang tot het eeuwige leven (nadruk van mij RV), belijden christenen Jezus als hun leidsman die ze willen navolgen in dit leven om zo het eeuwige leven te verwerven.\u201d[18]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Het verschil ligt nog dieper dan de schrijver het hier weergeeft. Niet de Tora is goddelijk. Christus is God die mens wordt om voor Gods kinderen de straf te dragen en de vergeving te verdienen. Niet de Tora kan redden, maar Christus die zelf God is kan dat. Als je leest wat de leidende gedachten in de tijd van Jezus onder de Joden waren, komt de betekenis van Joh 1: \u201cEn&nbsp;uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en&nbsp;<em>wel<\/em>&nbsp;genade op genade. Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen. Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon,&nbsp;Die in de schoot van de Vader is, Die heeft&nbsp;<em>Hem ons<\/em>&nbsp;verklaard.\u201d vs 16-18<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zo zien we nog duidelijker wat we in Romeinen 8 lezen: \u201cWant wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees,&nbsp;<em>dat<\/em>&nbsp;heeft God&nbsp;<em>gedaan:<\/em>&nbsp;Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees&nbsp;en&nbsp;<em>dat<\/em>&nbsp;omwille van de zonde, en&nbsp;de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest.\u201d vs 3-5<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>We zien hier al dat we altijd weer Gods hele Woord moeten laten spreken. Om te laten zien dat niet alleen het Johannesevangelie Christus als God ons aanprijst, kijken we ook naar Markus 2. Ook daar laten we de Joodse achtergrond meespelen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bedenk hierbij ook dat het niet om de boodschap van Bijbelschrijvers gaat, maar dat zij beschrijven wat God zelf gezegd en gedaan heeft. Wat Christus die God as, is en altijd zijn zal gedaan en gezegd heeft. Het Johannes evangelie staat in de belijdenis dat Jezus Christus de Zoon van God echt en eeuwig God is in de lijn van heel Gods openbaring zoals we die in de Bijbel vinden.&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Het Johannesevangelie en de hele Schrift<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Daarom nu nog iets over Markus 2. We lezen daar over de verlamde man die door zijn vrienden door het dak heen voor de Here Jezus wordt neergelegd. Een van de bijzondere dingen die dan gebeurt, is dat Jezus voordat Hij deze man geneest hem zijn zonden vergeeft. Niet maar een zonde, een verkeerde daad of woorden die hij tegenover Jezus heeft gedaan. Het gaat hier niet om de mens Jezus die vergeeft wat hem door deze mens is aangedaan. Nee, het gaat om het vergeven van al zijn zonden. Om het kwijtschelden van zijn schuld tegenover God.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Juist de Joodse leiders horen heel goed wat de Here Jezus zegt en wat deze woorden betekenen. Ze hebben heel goed door hoe de Here Jezus Zichzelf hier presenteert. We lezen dan ook de volgende reactie van de Joodse leiders: \u201cEn er zaten daar enigen van de schriftgeleerden, en&nbsp;<em>die<\/em>&nbsp;overlegden in hun hart: Waarom spreekt Deze op die manier&nbsp;<em>gods<\/em>lasteringen?&nbsp;Wie kan zonden vergeven dan God alleen?\u201d<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>In Joods commentaar hierop lezen we: \u201comdat het God zelf is die vergeeft, beschouwen de schriftgeleerden Jezus\u2019 uitspraak als godslastering;&nbsp; \u2026. Een oudere Joodse tekst, het <em>Gebed van Nabonidus <\/em>(4Q242), beschrijft een Joodse duiveluitdrijver die de zonden van de Babylonische koning Nabonidus vergeeft en hem geneest. In de Hebreeuwse Bijbel kunnen mensen weliswaar bij God pleiten voor de vergeving van anderen, maar vergeven zij anderen nooit rechtstreeks \u2013 zelfs Mozes niet (bijv. Num. 14:19; Am. 7:2).\u201d[19]&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Het is dus duidelijk dat Jezus zich als God presenteert en dat erna bevestigt met de genezing van deze verlamde man.&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Een van de dingen die hier duidelijk wordt is dat we de Bijbel als een geheel moeten lezen. Het ene Woord van de Geest. Waarbij de uitleg altijd zo is dat er geen tegenstelling ontstaat met wat er op de ene en de andere plaats in Gods Woord geleerd wordt. We zien hier hoe duidelijk vanuit wat Christus\u2019 doet Zijn volledig God zijn naar voren komt.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>De Vader toch niet meer dan de Zoon?<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Een van de dingen die ook steeds weer naar voren komt, is dat gezegd wordt dat we in het Nieuwe Testament teksten vinden die laten zien dat de Zoon minder dan de Vader is. Ook dat moet bij het uitwerken van deze toespraak in colleges verdere aandacht krijgen. Ik ga nu naar een voorbeeld dat juist nauw bij de gedachten van Arius aansluit. Dat is een titel waarmee Christus, waarmee de Zoon wordt aangeduid in Colossenzen 1. Het gaat me nu om de titel: \u2018Eerstgeborene van de schepping\u2019. Het woord \u2018eerstgeborene van de schepping\u2019 wijst hier niet op een ontstaan vanuit de schepping! Als je het vervolg leest, zie je juist hoe Christus als de Schepper van echt alles aangewezen wordt: \u201cWant door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is v\u00f3\u00f3r alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.\u201d vs 16,17<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Christus, de Zoon komt niet uit de schepping voort, maar is ook de Schepper van alles dingen. Hij is de Eerstgeborene in de zin dat alles ook van Hem is zoals een eerstgeborene alles erfde. Zie Deuteronomium 21:15-17.&nbsp; Hier zien we ook weer de aansluiting met Johannes 1.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Enkele gevolgtrekkingen<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>1.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Wanneer we de Schrift als het Woord van God zien dat van de ene Schrijver die God zelf komt, dan is duidelijk dat Jezus Christus God is die mens geworden is. Hier wordt duidelijk dat Gods openbaring en Zijn werk ons menselijk verstand te boven gaat. Juist in de belijdenis van God die in Christus mens geworden is, zien we dat God boven alles gaat. Hier kan menselijk verstand niets aan afdoen.&nbsp; Zie Colossenzen 1 en 2<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Er is niet een mens gekomen die het zo goed deed dat de Geest in Hem ging wonen. Nee, de verlossing is alleen maar genade! God zelf werd mens. De Zoon van God is van eeuwigheid God en werd mens in de geschiedenis. Niet ons menselijke logica of gevoel is beslissend, maar wat de Geest ons in Goddelijke wijsheid in Zijn Woord leert en laat zien.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>2.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Gods Woord is een door de Geest gegeven eenheid. Het is dan ook zo dat die ieder Bijbelboek een eigen theologie heeft. Vanuit de eenheid van Gods Woord zien we de werkelijkheid. Ook als het om de Zoon van God gaat, zien we de werkelijkheid vanuit het hele Woord.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>3.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Deze belijdenis die uit Gods eigen Woord en werk komt laat ook zien dat de Zoon van God, Christus de Schepper is. De Zoon is geen schepsel. Hij heeft alles geschapen. Niets is zonder Hem ontstaan. Dat laat zien dat er eens een volledig goede schepping was! Want in God is niets wat verkeerd of duister is. 1 Joh 1. God heeft niets wat slecht is in Zijn schepping gelegd. Goede engelen die tegen God kozen en wij als mensen die in hun spoor zijn gegaan hebben het kwaad in de wereld gebracht. Dan zie je het wonder van Gods genade dat God zelf mens werd om toch nog zondige mensen te redden! Dat kan God alleen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>4.<\/strong>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Bij de Joodse uitleggers lezen we dat de tora een soort goddelijke status krijgt. Als je dat in beeld hebt, gaat Johannes 1:17 en 18 nog veel duidelijker spreken.&nbsp;&nbsp; Jezus Christus, de Zoon van God is de Verlosser en niet de tora, niet de wet.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Dat God is mens geworden \u2013 niet de mens is god geworden of heeft een goddelijke status gekregen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Niet de logica beslist, maar het Woord. Hij is groter dan de hele schepping.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Praktische betekenis voor ons in de 21<\/strong><strong>e<\/strong><strong> eeuw. Ook ethisch<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>De belijdenis dat de Zoon van God die mens geworden is, echt God, eeuwig God is, is ook in onze tijd belangrijk. Raakt ook heel actuele punten die in onze tijd spelen. Ik noem er enkele.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>a.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Hoe spreken we over geloven? Is het al goed genoeg als mensen zeggen in Jezus te geloven? Ieder met zijn of haar eigen beeld van Jezus Christus? In de strijd voor 325 voor Christus en de belijdenis dat de Zoon van God echt God is. Dat deze belijdenis echt uit Gods eigen Woord komt maakt duidelijk dat echt geloven niet zonder deze belijdenis kan. Dat wordt in de Geloofsbelijdenis van Athanasius heel sterk benadrukt.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>b.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Onze Verlosser was, is en zal altijd God zijn. Volgens Gods plan. Hij is onze eer en God. Dat betekent dat we niet kunnen kiezen welke Jezus we voor onze tijd willen hebben. De Bijbel is niet de letterbak waaruit we kunnen kiezen welk beeld van Jezus het beste bij onze tijd past en de mensen van onze tijd het meeste aanspreekt.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>c.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Dat de Zoon, die ook de Verlosser is, echt en eeuwig God is, geeft Zijn woorden in de Bijbel ook eeuwige kracht. Het laat ook zien dat de woorden van Christus ons de norm stellen voor alle tijden en culturen. We zien ook hoe in de woorden van de Zoon de eenheid tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als de ene God zichtbaar wordt. Christus wijst erop dat Hij leert wat de Vader hem laat horen en dat de Geest het juist uit Hem zal nemen en zo ook in de toekomst het ene Woord van God zal klinken. De geboden van Christus zijn ook de geboden van de Vader en de Geest.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>d.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De Zoon is samen met de Vader en de Geest de Schepper. Bij wat Arius leerde hoorde ook dat God te verheven was om zich echt met dat materi\u00eble bezig te houden. Er moest daarom een hoogste schepsel komen die dan voor de verdere schepping zorgde. Dat de Zoon, dat het Woord ook de Schepper is, maakt duidelijk dat de schepping ertoe doet. Dat ons leven op aarde ertoe doet. Dat daarom Gods Woord ook de aarde raakt en duidelijk maakt hoe wet de schepping hebben om te gaan en hoe in Gods schepping hebben te leven. &nbsp;&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>e.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; De Zoon heeft als echte en eeuwige God alles gemaakt. Wat zichtbaar is en wat onzichtbaar is.&nbsp; De Drie-enige God is goed. In Hem is geen enkele duisternis. Alles wat Hij gemaakt heeft, is goed! Dat is de doodsteek voor een evolutietheorie die juist zegt dat er veel slachtoffers zijn gevallen om de sterkste, de meest aangepaste te kunnen laten overleven. De ethiek mag dan ook geen ethiek zijn die op evolutiedenken steunt, maar die het Woord van God als uitgangspunt en norm neemt. Die ook de schepping zoals de Zoon die gemaakt heeft als goede schepping erkent. Dat betekent dat ook de orde van de schepping zoals de HEERE die in de schepping gegeven heeft norm voor ons leven is. O.a. als het gaat over de vraag hoeveel geslachten er zijn en wat de verhouding tussen man en vrouw is.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>f.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het werk van verlossing komt helemaal van God.&nbsp; Dat is niet overgedragen aan een schepsel. De Verlosser moest God zijn om het werk van verlossing te kunnen uitvoeren tot het bittere einde. Juist het Johannesevangelie laat dit zo duidelijk zien wanneer als doel van dit evangelie door de Geest het zo geformuleerd wordt: \u201cJezus nu heeft in aanwezigheid van Zijn discipelen nog wel&nbsp;veel andere tekenen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.\u201d Joh 20:30,31<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>Wat van die vrolijke en bijtende liedjes in Alexandri\u00eb?<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ook in verwerpingen die vanuit het concilie van Nicea kwamen, is duidelijk dat dit wat die vrolijke en bijtende liedjes bezongen werd juist op grond van Gods woord verworpen zijn door Christus\u2019 kerk. Die verwerpingen (anathema\u2019s) staan aan het einde van de belijdenis zoals die in 325 na Christus in Nicea geformuleerd zijn:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cDiegenen dus die zeggen:&nbsp;\u2018er was een tijd dat Hij er niet was\u2019,&nbsp;En \u2018voordat Hij geboren werd, was Hij er nog niet\u2019,&nbsp;En \u2018dat Hij gemaakt is uit wat er nog niet was\u2019,&nbsp;Of \u2018dat Hij van een ander wezen is\u2019,&nbsp;Of dat ze zeggen dat de Zoon van God&nbsp;Veranderlijk&nbsp;En onbestendig is;&nbsp;Hen vervloekt de katholieke en apostolische kerk.\u201d.[20]<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Die vrolijke en bijtende liedjes worden, weerlegt hebben we gezien vanuit Gods eigen Woord. Laten we daarom eindigen met een loflied op de Zoon van God die echt en eeuwig God is en dus ook blijft.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Heilig bent U, God<br>Zing voor zijn naam<br>want hier wil Hij ons horen<br>Zing voor zijn naam<br>met alle mensen<br>die hier samen zingen voor zijn eer,<br>die hier samen zingen voor zijn eer.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Refrein:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Heilig bent U, God.<br>Heilig is uw naam,<br>machtig mooi, Heer, wonderbaarlijk,<br>wat U voor ons doet.<br>Heel uw schepping, Heer,<br>komt terug naar U en zingt uw eer.<br>De lucht, het land,<br>de zee, en wat daarin is,<br>heel het heelal,<br>te groot voor stervelingen.<br>Wij zijn allen in zijn hand.<br>Heel de schepping houdt Hij in zijn hand.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>(Refrein)<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>U bent \u2018Ik Ben\u2019<br>zonder begin of einde,<br>U was, U bent<br>en U zult altijd blijven.<br>Ik ben veilig in uw hand.<br>Ik ben veilig in uw hand.<br>Heilig bent U, God.<br>Heilig is uw naam,<br>machtig mooi, Heer, wonderbaarlijk,<br>wat U voor ons doet.&nbsp;<br>Heel uw schepping, Heer,<br>komt terug naar U en zingt.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ik dank jullie voor jullie aandacht.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p><strong>BEKNOPTE BIBLIOGRAFIE<\/strong><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Andresen, C. e.a.&nbsp; Handbuch der Dogmen-und Theologiegeschichte Band 1 1982&nbsp; Vandenhoeck &amp; Ruprecht&nbsp; Gottingen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Athanasius 1948 Redevoeringen tegen de Arianen Inleiding en vertaling&nbsp; Vogel, C.J. Het Spectrum Utrecht\/Brussel<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bakker, H. 2024&nbsp; Christus Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Becker, J. 1991 Das Evangelium nach Johannes Kapitel 1-10 Gutersloher Verlaghaus Mohn Gutersloh<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Beek van de, B\/ Rikhof, H.&nbsp; 2020 Wij geloven Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Berkhof, H. 1973&nbsp; Christelijk Geloof.&nbsp; Callenbach Nijkerk<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Boon, P en J. 2024 Kerkgeskiedenis vir jonk en oud (30-500 AD) Fontein Uitgewery Pretoria<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Boor de, W. 1968&nbsp;&nbsp; Evangelium des Johannes 1. Teil&nbsp; Brockhaus Verlag Wuppertal<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Boter, P.F. 2010 Athanasius: Wie is Jezus? <em>In<\/em>: Hoek,J. (red)&nbsp; Vers Christendom p. 92-118&nbsp; Groen Heerenveen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bremmer, J.N. 2004 Goden en mensen in het Oude Griekenland. Ten Have<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bruggen van, J&nbsp; 1988&nbsp;&nbsp;&nbsp; Markus Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Carson, D.A.&nbsp; 1991 The Gospel according tot John Apollos Nottingham<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Daalder, D.L. 1950&nbsp; Fijn en grof C. de Boer jr, Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Driel, C.M. 2005&nbsp; Dienaar van twee heren.&nbsp;&nbsp; Kok&nbsp; Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Edwards, J.R. 2002&nbsp; The Gospel according to Mark. Apollos&nbsp; Nottingham<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Fairbairn 2009 Life in the Trinity IVP Academic Downers Grove<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Fairbairn, D. en Reeves R.M. 2019 The Story of Creeds and Confessions p. 19-79&nbsp; Baker Academic&nbsp; Grand Rapids<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Groenewald, E.P. 1981&nbsp; Die evangelie van Markus&nbsp; N.G. kKerk Uitgewers Kaapstad<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Houwelingen P.H.R&nbsp; 1997 Johannes&nbsp; Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Houtman, D. 2025 In het begin was het Woord. <em>In: <\/em>&nbsp;Met andere woorden 44e jaargang nr. 1 p. 17-23 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Haarlem<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Itterzon, G.P. z.j. De levende&nbsp; kerk. Zomer&amp;Keunings&nbsp; Wageningen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kampen van, L. 2016 Jezus volgens Johannes.&nbsp; Jongbloed Heerenveen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Klijn, A.F.J.&nbsp; z.j. Apostolische vaders 1&nbsp; Bosch &amp; Keuning Baarn<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kooi van der, K. 2025 Een weldadige krach.t&nbsp; Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kooiman, J.K. 2023&nbsp;&nbsp; Een kudde, een Herder.&nbsp;&nbsp; Ridderprint<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Klooster, R. 2025&nbsp;&nbsp; Het Modernisme in Friesland. Verloren Hilversum<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kuin, N.I. 2018&nbsp; Leven met de goden Amsterdam University Press Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kuyper, A. 1880 p. 44 Souvereiniteit in eigen kring&nbsp; J.H. Kruyt Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Lactantius 1988 De dood van de vervolgers. Inleiding en vertaling&nbsp; Aalders, G.J.D Kok Agora Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Lalleman, P.J. 1998 The Acts of John; a two-stage initiation into Johannine Gnosticism . Peeters Publishers Leuven<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Levine A.J.\/ Brettler, M.Z. 2024&nbsp; Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap&nbsp; Haarlem\/Antwerpen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Meijer, J.A. 1984&nbsp; De oosterse confessie van Cyrillus Lukaris&nbsp; <em>In: <\/em>Douma, J. (red) Bezield verband&nbsp; p 134-151 Van den Berg Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Meijring, E. 2006&nbsp; Geschieden van het vroege Christendom.&nbsp; Uitgeverrij Balans<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Nissen, P. 2025 De erfenis van het Concilie van Nicea&nbsp; Adveniat Leeuwarden<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Paul. M.J. 2025 Mattheus Labarum Academic Apeldoorn<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ridderbos, H. 1987&nbsp; Het evangelie naar Johannes&nbsp; deel 1. Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Rienecker, F. 1962 Das&nbsp; Evangelium des markus. Brockhaus Verlag&nbsp; Wuppertal<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Roessingh, K.H. 1914 De Moderne Theologie in Nederland. Erven B. van der Kamp Groningen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Reeves, M. 2012 Delighting in the Trinity IVP Academic Downers Grove<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Reeves, M. 2014 Christ our Life&nbsp; Paternoster Bletchley<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Reeves, M. 2015 Introducing Major theologians. IVP Nottingham<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Reeves, M. 2015 Rejoicing in Christ. IVP Academic&nbsp; Downers Grove<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Schmithals, W. 1986 Das Evangelium nach Markus Kapitel 1,1-9,1 Gutersloher Verlaghaus&nbsp; Mohn Gutersloh<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Stickland, D. 2025&nbsp; The council of Niceae&nbsp;&nbsp; Strickland<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Visser, Rob 2019 Het wonder van Gods genadige verkiezing II Dordtse leerregels II p. 7-9&nbsp; Tesselaren Staphorst<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Vree, J. 1984 De Groninger Godgeleerden Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Vries de, P. 2021 Zicht op de Bijbelse boodschap&nbsp; Brevier Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Wersch, S. 1992&nbsp;&nbsp; De gnostisch-occulte vloedgolf. Kok Kampen&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Witkamp, N. 2019 De trinitarische doopformule in Mattheus 28:19 <em>In<\/em>: Witkamp. N.(red) Door Christus aangesproken p. 123-138 Groen Heerenveen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[1] Boon, P en J.&nbsp; 2024&nbsp; p. 147&nbsp; Kerkgeskiedenis vir jonken oud&nbsp; (30-500 AD) Fontein Uitgewery Pretoria<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>&nbsp; Athanasius. 1948&nbsp; Redevoeringen tegen de Arianen (vertaling Vogel, C.J.) p. 4-16 Het Spectrum Utrecht\/Brussel<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[2] Zie bijvoorbeeld: <a href=\"https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Onthoofding\">https:\/\/nl.wikipedia.org\/wiki\/Onthoofding<\/a><\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[3] Visser, Rob 2019 Het wonder van Gods genadige verkiezing II Dordtse leerregels II p. 7-9&nbsp; Tesselaren Staphorst<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[4] We vinden dit op veel plaatsen in Nederland in de 19e eeuw. Een voorbeeld daarvan dat zich op Oosterend (Texel) afspeelt in Daalder, D.L. 1950&nbsp; Fijn en grof C. de Boer jr, Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[5] Lactantius is omtrent 250 na Christus uit heidense ouders geboren. Hij wordt een christen. Hij sterft rond 320. Verdere biografische gegevens en de omstandigheden waarin hij \u2018De dood van de vervolgers\u2019 geschreven heeft, kun je vinden in: Aalders, G.J.D. 1988 p. 9-33 De dood van de vervolgers Kok Agora Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[6] Diocletianus<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[7] Lactantius De dood van de vervolgers 15:1-5 Vertaling GLD Aalders a.w.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[8] Een hedendaagse beschrijving van de aanleiding voor het concilie van Nicea vind je in:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Fairbairn, D. en Reeves R.M. 2019 The Story of Creeds and Confessions p. 19-79&nbsp; Baker Academic GrandRapids<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>&nbsp;Nissen, P&nbsp; 2025 De erfenis van het concilie van Nicea p. 15-23&nbsp; Adveniat Leeuwarden<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[9] Kuyper, A. 1880 p. 44 Souvereiniteit in eigen kring J.H. Kruyt Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[10] Meijering, E. 2004&nbsp; Geschiedenis van het vroege Christendom. 398,399&nbsp; Uitgeverij Balans<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[11] We zien hier iets van de mening van Meijering zelf. Gelukkig vinden vanuit de Schrift in de christelijke traditie ook een gewoon naspreken van de Schrift dat Jezus Christus echt en volledig God was en is en dat de Zoon als echte God mens geworden is.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ook bij de kerkvaders vinden we dat Jezus als God aangemerkt wordt als God. Een voorbeeld daarvan is Ignatius. Ignatius werd tussen 35-50 na Christus geboren en is de marteldood gestorven tussen 110-117. Hij was de tweede bisschop van de kerk van Antiochi\u00eb. Enkele citaten waarin duidelijk is dat hij Jezus Christus als God belijdt en dat ook als de leer van Christus\u2019 kerk ziet:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cEr is een arts, vleselijk en geestelijk, geboren en ongeboren, God in het vlees gekomen, in de dood waarachtig levens, zowel van God als uit God afkomstig, eerst onderworpen aan het lijden, toen niet meer in staat te lijden: Jezus Christus onze Heer.\u201d Brief aan de Efezi\u00ebrs VII, 2<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>\u201cOnze God immers, Jezus Christus, werd ontvangen door Maria naar Gods bestel uit het nageslacht van David en de Heilige Geest. Hij werd geboren en gedoopt opdat hij door het lijden het water zou reinigen.\u201d Brief aan de Efezi\u00ebrs XVIII,2<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>We moeten hierbij bedenken dat Ignatius vooral strijd tegen de dwaalleer dat Christus niet echt mens zou zijn.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>De citaten zijn weergegeven in de vertaling van A.F.J Klijn z.j. Apostolische vaders 1. Bosch &amp; Keuning Baarn<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zie voor Arius zelf:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ritter, A.M. <em>In <\/em>Andresen, C. e.a.&nbsp; Handbuch der Dogmen-und Theologiegeschichte Band 1 1982&nbsp; p. 144-169. Vandenhoeck &amp; Ruprecht G\u00f6ttingen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Meijering, E. 2006 Geschiedenis van het vroege Christendom p. 397-404<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[12] Witkamp, N. 2019&nbsp; De trinitarische doopformule in Mattheus 28:19 <em>In<\/em>: Witkamp, N, Willigen van, M.A. (red) Door Christus aangesproken p.123-138<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[13] Er wordt in bepaalde kringen een discussie gevoerd of het hier wel echt om het evangelie gaat dat door de apostel Johannes gaat. Er wordt ook wel gesproken over de school van Johannes die dan een ander soort theologie zou vertegenwoordigen dan wat we in de andere drie evangeli\u00ebn lezen. Betrouwbare en goede argumenten tegen deze beweringen vind je o.a. in:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Carson, D.A.&nbsp; 1991 The Gospel according to John. Eerdmans&nbsp;&nbsp; Grand Rapids\/Cambridge<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Hendriksen, W. 1976 John The Banner of Truth Edinburgh<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Houwelingen, P.H.R. 1997&nbsp; Johannes Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kruger. M.J. 2016&nbsp; A Biblical-Theological Introduction to the New Testament&nbsp; p. 115-136 Crossways Wheaton<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[14] Zie voor de godenwereld zoals die populair was in die tijd:&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bremmer, J.N. 2004&nbsp; Goden en mensen in het Oude Griekenland. Ten Have Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kuin, N.I. 2018 Leven met de goden&nbsp; Amsterdam University Press Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zie voor de gnostiek die toen ook een belangrijke rol speelde:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Lalleman, P.J. 1998 The Acts of John; a two-stage initiation into Johannine Gnosticism . Peeters Publishers Leuven<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Wersch van, S. 1990 De gnostisch-occulte vloedgolf. Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[15] Bij de Jehovah-getuigen vind je&nbsp; vanuit een rationeel redeneren dat het onmogelijk is dat Jezus Christus echt God is. Dan zouden er volgens hen 2 goden zijn. Tot in de vertaling toe laten zij dit doorklinken. Zij vertalen in hun eigen vertaling dat het Woord <strong>een&nbsp;<\/strong>god is. We vinden dergelijke gedachten ook bij de Mormonen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Verder is het opmerkelijk dat we steeds weer in de geschiedenis&nbsp; van de kerk er mensen in de kerk een vorm van Arianisme aanhangen. Dat zie je ook als je kijkt naar de kerkgeschiedenis in Nederland van de 19e eeuw tot nu toe. Ik geef daarvan enkele voorbeelden met verwijzing waar je dat kunt vinden.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>In het begin van de 19e eeuw is in de hervormde Kerk de theologie van het supranaturalisme overheersend. Daarover schrijft K.H. Roessingh het volgende: \u201cOver de Christologie kan ik kort zijn. Bij het sterk intellectualistisch-moralistisch type dezer theologie, waarin alles aankomt op de leer en de voorschriften van Jezus Christus, kan deze slechts gezien worden als de wijze leeraar, de \u2018summus doctor\u2019, volkomen Ariaansch opgevat, omdat&nbsp; ter eener zijde het oud -orthodoxe Christusdogma in deze gedachtenverbinding geen zin kan hebben, omdat aan den anderen kant de gansche geloofszekerheid hier berust op het bijzonder, het supranaturalistich, het goddelijk karakter van dit openbaringscentrum. De lijn loopen samen in zuiver Arianisme.\u201d Roessingh, .H.&nbsp; 1914 De Moderne Theologie in Nederland p. 18&nbsp; Erven B. van der Kamp&nbsp; Groningen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Hierna was het de Groninger richting die een belangrijke plaats ingenomen heeft. Zij werden wel moderne Arianen genoemd.&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>J. de Vree geeft als typerend voor de Groninger richting weer wat L.G. Pareau als belangrijke vertegenwoordiger van de Groninger richting hierover schrijft: \u201cAan het einde van de Godsleer brengt Pareau het verband tussen God, Gods Zoon en Gods geest ter sprake. Hij begint met de opmerking dat er reeds een band tussen God en alle overige wezens bestaat, omdat zij alle hun oorsprong uit Hem hebben. Dit verband is echter nauwer naarmate die wezens meer met God homogeen en in aanleg aan hem verwant zijn. Er bestaat dus, zo concludeert hij, een zeer nauw verband tussen God en de persoon die wij in Jezus Christus hebben leren kennen. Dit laatste verband wordt daarom terecht zo voorgesteld dat God zijn Vader en Hij bij uitstek de Zoon genoemd wordt. Het critische moment ligt hier in de uitdrukking&nbsp; \u2018door de werking van God\u2019, \u00e1uctore Deo\u2019. De Zoon is dus niet de tweede persoon van het Goddelijke wezen, maar is als alles wat van God komt aan God ondergeschikt. Hij heeft namelijk zijn goddelijke natuur van de Vader.\u201d p. 255 Vree de, J. De Groninger Godgeleerden 1984 Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Het was daarna de moderne richting die een grote plaats in meerdere kerkverbanden in Nederland innam. Op het punt van de Christologie was de mening dat Hij niet meer dan een voorbeeldig mens was.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zie voor het gedachtegoed van Moderne richting:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Driel. C.M. 2005&nbsp; Dienaar van twee heren. Kok Kampen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Klooster, R. 2025 Het&nbsp; Modernisme in Friesland. Verloren Hilversum<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Roessingh K.H. 1914&nbsp; Het Modernisme in Nederland Erven B van der Kamp Groningen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Ook&nbsp; bij de Ethischen waren er meerderen die Christus niet als volledig God zagen. De Ethischen gingen over in de midden-orthoxen waarvan H. Berkhof een belangrijk vertegenwoordiger was. Hij maakt in zijn dogmatiek duidelijk dat hij Christus ziet als iemand die een bijzondere band, een bijzonder verbond met God had. Hij was een mens waarin de Geest op een bijzondere manier is gaan wonen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zie hiervoor Berkhof, H. 1973 Christelijk Geloof. Callenbach Nijkerk&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>&nbsp;In de dogmatiek wordt een onderscheid gemaakt tussen Logos-christologie en Geest-christologie. Bij de Logos-christologie wordt zonder twijfel beleden dat God mens geworden is. Dat Jezus Christus echt God is. Bij de Geest-christologie zijn er die de belijdenis van Nicea helemaal voor hun rekening nemen. Maar ook een groot deel is dat niet zo.&nbsp; Zie hiervoor:<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kamp van de G.G, 1983&nbsp; Pneuma-christologie Een antwoord op een actuele vraag?&nbsp; Rodopi Amsterdam<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Kooi van der Kees, 2025&nbsp; Een weldadige kracht Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Bij van der Kooi zelf blijft het heel vaag hoe hij er zelf over denkt. Juist ook omdat hij veel kritiek heeft op wat hij Logos-christologie noemt. Deze vaagheid vinden we bij velen in charismatisch-evangelische kringen.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Als je de laatste 2 eeuwen in de Nederlandse kerkgeschiedenis overziet, zie je dat het Arianisme nog springlevend is. Dit ondanks dat de kerk officieel belijdt dat voor Arianisme geen plaats in de kerk van Christus is.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[16] Athanasius Eerste rede tegen de Arianen.&nbsp; Vertaling de Vogel C.J. 1948 p. 17,18&nbsp; Het Spectrum Utrecht\/Brussel<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[17] Levine, A.J. en Brettler M.Z. 2024 Nieuwe Testament met Joodse toelichtingen p.195&nbsp; Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap&nbsp; Haarlem\/Antwerpen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[18] Houtman, D. 2025 In: Met andere woorden 44e jaargang nr. 1 p. 22,23 Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap&nbsp;&nbsp; Haarlem<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[19] Levine, A.J.\/ Brettler, M.Z.(red)&nbsp; 2024&nbsp; Nieuwe Testament met Joodse aantekeningen p. 84&nbsp; Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap Haarlem\/Antwerpen<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>[20] Nissen, P 2025&nbsp; De erfenis van het Concilie van Nicea p.85&nbsp; Adveniat&nbsp; Leeuwarden Op p. 84 vind je hier de originele Griekse tekst.<\/p>\n<p>\n\n\n\n<\/p>\n<p>Zie ook: Beek van, B en Rikhof, H&nbsp; 2020 Wij geloven p. 46 KokBoekencentrum Utrecht&nbsp;<\/p>\n<p>\n\n\n<\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Een artikel van\u00a0Ds. J.R. Visser Bij dit college hoort een presentatie. Dit artikel is in verkorte vorm bij de opening van het academische jaar AVGT op 27 september 2025 uitgesproken. Het is een college waarin een begin gemaakt wordt met het onderwerk en uitgewerkt gaat worden in college Nieuwe Testament en Ethiek over de punten [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3,60,7,9,18,19],"tags":[],"class_list":["post-2291","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-ds-j-r-visser-exegese-nieuwe-testament","category-ethiek","category-exegese-nieuwe-testament","category-opleiding","category-overzicht"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2291","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2291"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2291\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2302,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2291\/revisions\/2302"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2291"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2291"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2291"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2289,"date":"2025-09-23T20:49:54","date_gmt":"2025-09-23T19:49:54","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2289"},"modified":"2025-09-23T20:49:55","modified_gmt":"2025-09-23T19:49:55","slug":"aanmelden-opening-academisch-jaar-gesloten","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/aanmelden-opening-academisch-jaar-gesloten\/","title":{"rendered":"Aanmelden opening academisch jaar gesloten"},"content":{"rendered":"\n<p>Aanstaande zaterdag dan is het zover: de opening van het academisch jaar 20025\/2026 van de AvGT. Inmiddels zijn er zoveel aanmeldingen dat het aanmeldformulier is gesloten..<\/p>\n\n\n\n<p>Verder is er helaas een wijziging in het programma. In verband met familieomstandigheden is dr. Bas verhinderd. De opening zal verzorgd worden door ds. L. Heres.<\/p>\n\n\n\n<p>Wij hopen op een gezegende dag!<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Aanstaande zaterdag dan is het zover: de opening van het academisch jaar 20025\/2026 van de AvGT. Inmiddels zijn er zoveel aanmeldingen dat het aanmeldformulier is gesloten.. Verder is er helaas een wijziging in het programma. In verband met familieomstandigheden is dr. Bas verhinderd. De opening zal verzorgd worden door ds. L. Heres. Wij hopen op [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[18,19],"tags":[26],"class_list":["post-2289","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-opleiding","category-overzicht","tag-academie"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2289","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2289"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2289\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2290,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2289\/revisions\/2290"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2289"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2289"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2289"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2270,"date":"2025-09-06T16:14:00","date_gmt":"2025-09-06T15:14:00","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2270"},"modified":"2025-09-04T19:20:18","modified_gmt":"2025-09-04T18:20:18","slug":"voor-de-classis","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/voor-de-classis\/","title":{"rendered":"Voor de classis"},"content":{"rendered":"\n<p>Het is een groot voorrecht om \u2018dienaar van het goddelijk Woord\u2019 te mogen zijn, maar vanouds word je het niet zomaar. \u2018En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen\u2019, schrijft Paulus aan Timothe\u00fcs, \u2018vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen\u2019 (2 Timothe\u00fcs 2:2). En dus hebben Gereformeerde Kerken van hun voorgangers altijd een academische vorming gevraagd.[1]<\/p>\n\n\n\n<p>Maar de Kerkorde leert, dat het daar niet bij blijft. In artikel 5 bepaalt zij namelijk, dat alleen zij voor het eerste beroepen kunnen worden, \u2018die door de classis waaronder zij ressorteren, preparatoir ge\u00ebxamineerd zijn\u2019. Oftewel, op het academisch examen volgt ook nog een kerkelijk examen. Sterker, nog: nauwkeurige bestudering van de Kerkorde leert, dat het bij \u00e9\u00e9n kerkelijk examen zelfs niet blijft.<\/p>\n\n\n\n<p>Wie, na beroepbaar te zijn gesteld, van \u00e9\u00e9n of meer kerken ook daadwerkelijk een beroep ontvangt, heeft zich ook nog te onderwerpen aan een tweede kerkelijk examen. Ook dit peremptoir examen wordt afgenomen door de classis. Dit brengt het totaal aantal examens op drie, en het totaal aantal kerkelijke examens op twee. Hetgeen bij de lezer onvermijdelijk de vraag oproept, of dit niet wat al te veel is.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Theorie en praktijk<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Eeuwenlang is de theorie een andere geweest. In de Kerkorde, zoals die door de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) werd vastgesteld, is maar van \u00e9\u00e9n examen sprake, dat wordt afgenomen na aanvaarding van een beroep:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Ten anderen \/ inde Examinatie ofte ondersoeckinghe beyde der Leere ende des Levens \/ de welcke staen sal by de Classe ten overstaen vande Gedeputeerde des Synodi ofte eenige der selver\u2019.[2] &nbsp;&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Tegelijk was er in de praktijk wel degelijk ook van een preparatoir examen sprake. Zo bepaalde de Provinciale Synode van Dordrecht (1578):<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Men sal oueral toesien dat bequame persoonen tot den dienste des godlicken Woordts beroepen worden. Ende daerom en sal men niemant tot den seluen dienste beroepen, dan de ghene diemen ghenoeghsaem beproeft heeft, datse reyn in der leere ende oprecht van leuen syn, met gauen om andere te onderwysen verciert, ende een goet ghetuyghenisse binnen ende buyten der Ghemeynte hebbende\u2019.[3]<\/p>\n\n\n\n<p>Bouwman stelt dat deze bepaling een preparatoir examen veronderstelt,[4] maar de formele invoering ervan liet in de verschillende provincies wat langer op zich wachten. Zo bepaalde in Zuid-Holland de Provinciale Synode van Schiedam (1602) ten aanzien van \u2018de publycke oeffeningen der proponenten\u2019:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018dat niemant tot deselve toegelaten werde sonder voorgaende prae-examen van leer ende leven by den classen\u2019.[5]<\/p>\n\n\n\n<p>Overigens maakt de synode meteen ook een uitzondering op deze regel:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018\u2026 ofte in plaetse van desen te hebben testimonium theologicae facultatis\u2019.[6]<\/p>\n\n\n\n<p>Concreet betekende dit dat men, om beroepbaar te zijn, door de kerken preparatoir moest zijn ge\u00ebxamineerd; tenzij men een getuigschrift kon overleggen van de Theologische Faculteit van de Universiteit van Leiden. Uiteraard bestond deze uitzondering enkel bij de gratie van kerkelijk vertrouwen in deze faculteit. Toen dit vertrouwen na verloop van tijd begon te tanen, werd het kerkelijk examen regel.[7]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Eigen opleiding<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>In de afgescheiden kerken was de praktijk nog weer een beetje anders. Want hoewel men daar sinds 1854 met de Theologische School in Kampen een \u2018eigen opleiding\u2019 had, vertrouwde men het preparatoir examen toch niet toe aan de daar door de kerken benoemde docenten. Dat examen werd in handen gelegd van ook door de kerken benoemde curatoren; de docenten hadden daarbij slechts adviserende stem.[8]<\/p>\n\n\n\n<p>Concreet werd bij dit examen van een student allereerst verwacht, dat hij een korte leerrede hield over een tevoren opgegeven tekst.<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Meestal begaven Curatoren en examinandi zich voor dit deel van het examen naar het Kerkgebouw van de Gemeente te Kampen\u2019, zo vertelt De Graaf in zijn boek <em>Een monument der Afscheiding, <\/em><em>\u2018waar een menigte belangstellenden de proefpreken kwam beluisteren. (\u2026) Op de Burgwal en Vloeddijk bewoog zich toen veel volk, dat zich naar de kerk begaf en daaronder waren er velen, die er anders niet aan dachten naar de Geref. Kerk te gaan. Men merkte er joden, ongeloovigen, en wie weet wat meer, onder op. Naar elk der 10 of 12 verschillende sprekers 10 minuten te luisteren, vond menigeen wel aardig en achtte het voor zich een uitstapje.\u2019<\/em><strong><em>[9]<\/em><\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Pas als men met goed gevolg gepreekt had, kreeg men toegang tot de rest van het examen. Daarvoor waren de te examineren vakken verdeeld over de (curatoren uit de) verschillende provincies. Zo was \u2018Drente\u2019 verantwoordelijk voor dogmatiek. Wie ook dit deel van het examen goed had doorstaan, legde afsluitend in handen van \u00e9\u00e9n van de docenten de eed tegen simonie af.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Regelingen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Toen de afgescheiden kerken zich in 1892 verenigden met de dolerende kerken, bleef de bestaande \u2018afgescheiden\u2019 praktijk bestaan: het door curatoren afgenomen examen aan de Theologische School gold als het eerste kerkelijk examen, dat beroepbaar stelde. Echter, voor studenten die hun opleiding hadden genoten aan de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam, gold een andere regeling.<\/p>\n\n\n\n<p>Omdat \u2018Amsterdam\u2019 geen kerkelijke opleiding was, werd voor dergelijke studenten bepaald:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018het praeparatoir examen wordt afgenomen door de Classe, waarin de examinandus zijne domicilie heeft.\u2019[10]<\/p>\n\n\n\n<p>Wat zonderling doet de volgende bepaling aan, over de kosten die in bepaalde gevallen aan het preparatoir examen voor de classis waren verbonden:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018het praeparatoir examen bij de Classe wordt kosteloos afgenomen, wanneer het samenvalt met eene gewone vergadering; anders worden door den examinandus de kosten vooraf bij de Classe gestort, tot het door deze te bepalen bedrag, hetwelk echter de som van <em>f<\/em> 50.- niet mag te boven gaan\u2019.[11]<\/p>\n\n\n\n<p>De regeling van 1892 laat zich ook uit over de inhoud van het preparatoir examen voor de classis:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018bij een praeparatoir examen, dat door de Classe wordt afgenomen, wordt onderzoek gedaan naar het volgende:<\/p>\n\n\n\n<p>1.&nbsp;&nbsp;&nbsp; geschiktheid voor de prediking; waartoe de examinandus eene drie dagen van tevoren door hem ingeleverde korte leerrede, over een acht dagen tevoren aan hem opgegeven tekst, voor de Classe uitspreekt;<\/p>\n\n\n\n<p>2.&nbsp;&nbsp;&nbsp; bekwaamheid in de uitlegging van de Heilige Schrift volgens den grondtekst; waartoe minstens veertien dagen te voren aan den examinandus \u00e9\u00e9n hoofdstuk uit het Oude Testament en \u00e9\u00e9n uit het Nieuwe worde opgegeven;<\/p>\n\n\n\n<p>3.&nbsp;&nbsp;&nbsp; kennis van de leerstellige Godgeleerdheid.\u2019[12] &nbsp;&nbsp;&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Behalve voor het preparatoir of voorbereidend examen, is bij de Vereniging van 1892 ook een regeling vastgesteld voor het peremptoir of beslissend examen, dat \u2018minstens drie uren duurt\u2019. Deze regeling kende onder meer de volgende bepaling over de inhoud ervan:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018dat het examen (\u2026) over de volgende vakken loopt:<\/p>\n\n\n\n<p>1.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de uitlegging van de Heilige Schrift volgens den grondtekst; waartoe minstens drie weken van tevoren den beroepene twee hoofdstukken uit het Oude Testament en twee uit het Nieuwe worden opgegeven;<\/p>\n\n\n\n<p>2.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de kennis van den inhoud der Heilige Schrift;<\/p>\n\n\n\n<p>3.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de leerstellige Godgeleerdheid; benevens de kennis der voornaamste Christelijke, inzonderheid der Gereformeerde Belijdenisgeschriften;<\/p>\n\n\n\n<p>4.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de geschiedenis der Kerk, bijzonder met betrekking tot ons vaderland;<\/p>\n\n\n\n<p>5.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de Christelijke zedekunde;<\/p>\n\n\n\n<p>6.&nbsp;&nbsp;&nbsp; de vakken, die de uitoefening van het ambt betreffen, en het kerkrecht\u2019.[13]<\/p>\n\n\n\n<p>In de jaren na de Vereniging zijn de vastgestelde regelingen voor de kerkelijke examens op onderdelen nog bijgesteld en uitgebreid. Zo bepaalde de Generale Synode van Dordrecht (1893), dat een examinandus in het vervolg ook bij zijn peremptoir examen een leerrede te houden had, zij het dat hij, anders als bij het preparatoir examen het geval was, het recht zou hebben om \u2018zelf de tekst te kiezen\u2019.[14]<\/p>\n\n\n\n<p>&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Een belangrijke wijziging werd ook aangebracht door de Generale Synode van Middelburg (1896). Op verzoek van de curatoren van de Theologische School in Kampen had prof. dr H. Bavinck voorgesteld om het preparatoir examen voortaan niet meer door curatoren, maar door de kerken zelf te laten afnemen. Dit voorstel werd aanvaard, en in 1905 werd ook dit eerste classisexamen in de Kerkorde opgenomen.[15]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Tussenbalans<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Uit hetgeen tot nu toe uit de historie is opgediept, valt een aantal voorlopige conclusie te trekken. Allereerst al, dat de beide kerkelijke examens onderscheiden functies hebben. Het peremptoir of beslissend examen vormt de eigenlijke toegang tot de dienst des Woords en loopt om die reden dus ook over alle theologische vakken die nodig zijn om dat ambt op een goede en Schriftuurlijke wijze te bedienen.<\/p>\n\n\n\n<p>Het preparatoir of voorbereidend examen moet de kerken, met de woorden van de synode van Dordrecht (1578) garanderen, dat enkel \u2018bequame persoonen\u2019 beroepen worden en loopt om die reden dus ook enkel over de vakken die nodig zijn om voor te gaan en te \u2018staan\u2019 naar het ambt. Dat die vakken bij het peremptoir examen opnieuw aan de orde kwamen, zou als een doublure gezien kunnen worden.<\/p>\n\n\n\n<p>Hoewel aanvankelijk het preparatoir examen ook wel aan de academie is toevertrouwd, zijn de kerken dat in de loop van hun geschiedenis toch steeds meer en steeds sterker als hun eigen taak gaan zien. Met de woorden van Bouwman:<\/p>\n\n\n\n<p>\u2018Het examen van hen, die den academischen studiegang gevolgd hebben, gaat uit van de veronderstelling, dat de candidaten wetenschappelijk gevormd zijn, doch de kerken op hare vergaderingen oordeelen geheel vrij en zelfstandig, of de candidaten bekwaam en geschikt zijn voor de uitoefening van het ambt\u2019.[16]<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Latere ontwikkelingen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Na de Vrijmaking van 1944 stelde de Generale Synode van Rotterdam-Delfshaven (1964\/65) nieuwe \u2018regelen\u2019 op voor de beide kerkelijke examens. Inhoudelijk vertonen de bepalingen voor de preparatoir examen grote overeenkomst met de bepalingen die sinds de Vereniging van 1892 ingang hadden gevonden; met dien verstande dat die op enkele ondergeschikte punten werden aangevuld en uitgebreid.<\/p>\n\n\n\n<p>Om te beginnen werd bepaald, dat er onderzoek moest worden gedaan naar \u2018de beweegredenen, die de examinandus hebben geleid om te staan naar het ambt van dienaar des Woords\u2019; verder werd aan het examen \u2018de kennis van de inhoud der Heilige Schrift\u2019 toegevoegd; en moest de kandidaat in staat blijken te zijn om \u2018de grondslag der dogmata in de Schriften aan te wijzen en dwalingen te weerleggen.\u2019[17]<\/p>\n\n\n\n<p>In de bepalingen voor het peremptoir examen beperken de wijzigingen zich tot verduidelijkingen van wat in 1892 inhoudelijk ook al bepaald was. Zo wordt de kennis van de geschiedenis van de kerk nader bepaald met de toevoeging: \u2018in het bijzonder van die in het vaderland sedert de aanvang van de reformatie in de 16e eeuw\u2019; en wordt ook inzicht in de toepassing van de ambtelijke vakken ge\u00ebist.[18]<\/p>\n\n\n\n<p>Vergelijken we dit alles met de \u2018Regeling examina\u2019 zoals die in 2025 door de gezamenlijke synodes van DGK en GKN is vastgesteld voor het nieuwe kerkverband van Gereformeerde Kerken, dan valt allereerst op dat deze Regeling een uitvoeriger verwoording bevat dan de \u2018regelen\u2019 van Rotterdam-Delfshaven. En verder, dat het examen deels minder uitvoerig is dan het examen zoals dat eerder gebruikelijk was.<\/p>\n\n\n\n<p>Weliswaar dient de examinandus twee preekvoorstellen in te dienen, maar daar staat tegenover dat zijn \u2018bekwaamheid in de uitlegging van de Heilige Schrift volgens de grondtekst\u2019 alsmede zijn kennis van de inhoud van de Heilige Schrift niet langer apart worden onderzocht. Wat dat betreft is er sprake van een verlichting van het examen, niet alleen in vergelijking met \u20181964\u2019 maar zelfs ook nog met \u20181892\u2019.<\/p>\n\n\n\n<p>Voor wat betreft het peremptoir examen zijn de lasten vergelijkbaar met de lasten zoals die door \u20181964\u2019 en \u20181892\u2019 werden vastgelegd, zij het, dat van de examinandus verwacht wordt dat hij drie preekvoorstellen inlevert: \u00e9\u00e9n over een tekst uit het Oude Testament, \u00e9\u00e9n over een tekst uit het Nieuwe Testament en \u00e9\u00e9n over een Zondag uit de Heidelbergse Catechismus, die hij alle zelf uit mag kiezen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Vragen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Aan het einde van dit artikel blijven enkele vragen over. Allereerst de vraag waarom een examinandus nog altijd twee keer wordt onderzocht op zijn geschiktheid voor de prediking. Het voorgaande liet zien dat deze doublure in 1893 is ingevoerd, maar de reden ervan blijft onduidelijk. Als de kerken dit bij het eerste examen al hebben onderzocht, hoeven zij dat bij het tweede examen toch niet nogmaals te doen?<\/p>\n\n\n\n<p>Dezelfde vraag kan gesteld worden, als het gaat om het onderzoek naar de kennis van de dogmatiek. Ook in de meeste recente bepalingen gebeurt dit zowel bij het preparatoir als bij het peremptoir examen. Er mag toch gevoeglijk worden aangenomen, dat een examinandus doorgaans in de tijd die verstrijkt tussen zijn eerste en tweede examen niet van een <em>recht<\/em>zinnige in een <em>vrij<\/em>zinnige zal veranderen?<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Bronnen<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><em>Acta der Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, gehouden te Dordrecht in den jare 1893<\/em> (Amsterdam: Wormser 1893).<\/p>\n\n\n\n<p><em>Acta der Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, gehouden te Middelburg, van 11 Aug. tot 4 Sept. 1896<\/em> (Leiden: Donner 1897).<\/p>\n\n\n\n<p><em>Acta der Generale Synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland, gehouden te Utrecht van 22 augustus tot 7 september 1905<\/em> (Amsterdam \u2013 Pretoria \u2013 Potchefstroom: H\u00f6veker &amp; Wormser 1905).<\/p>\n\n\n\n<p><em>Acta der Generale<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><em>Handelingen van de Synode der Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland, in de 9 Zittingen door haar gehouden te Amsterdam, van 7-17 Juni 1892<\/em> (Leiden: Donner 1892).<\/p>\n\n\n\n<p><em>Kercken-ordeninge. Gestelt inden Nationalen Synode der Ghereformeerde Kercken te samen beroepen ende gehouden by laste vande Hooghmo. Heeren Staten Generael van de Vereenighde Nederlanden. Binnen Dordrecht, inden iare 1618. ende 1619<\/em> (Utrecht: Salomon de Roy 1620).<\/p>\n\n\n\n<p>Reitsma, J. &amp; Veen, S.D. van (ed.), <em>Acta der Provinciale en Particuliere Synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620. Derde deel: Zuid-Holland 1592-1620<\/em> (Groningen: Wolters 1894).<\/p>\n\n\n\n<p>Rutgers, F.L. (ed.), <em>Acta van de Nederlandsche Synoden der zestiende eeuw<\/em> (Dordrecht: Van den Tol 1980).<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Literatuur<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Bouwman, H., <em>Gereformeerd Kerkrecht. Eerste deel<\/em> (Kampen: Kok 1928).<\/p>\n\n\n\n<p>Graaf, W. de, <em>Een monument der Afscheiding. De Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Kerken in Nederland 1854-1954<\/em> (Kampen: Kok 1955).<\/p>\n\n\n\n<p>Harinck, G. &amp; Berkelaar, W., <em>Domineesfabriek. Geschiedenis van de Theologische Universiteit Kampen<\/em> (Amsterdam: Prometheus 2018).<\/p>\n\n\n\n<p>Jansen, Joh., <em>Korte Verklaring van de Kerkenordening<\/em> (Kampen: Kok 1923).<\/p>\n\n\n\n<p>Selderhuis, H.J. (red.), <em>Handboek Gereformeerd Kerkrecht<\/em> (Heerenveen: Groen 2019).<\/p>\n\n\n\n<p>[1] Bouwman, <em>Kerkrecht<\/em>, 398v; Selderhuis, <em>Handboek,<\/em> 229.<\/p>\n\n\n\n<p>[2] <em>Kercken-ordeninge<\/em>, artikel 4.<\/p>\n\n\n\n<p>[3] Rutgers, <em>Acta<\/em>, 234.<\/p>\n\n\n\n<p>[4] Bouwman, <em>Kerkrecht<\/em>, 402.<\/p>\n\n\n\n<p>[5] Reitsma &amp; Van Veen, <em>Acta<\/em>, 187.<\/p>\n\n\n\n<p>[6] Reitsma &amp; Van Veen, 187.<\/p>\n\n\n\n<p>[7] Jansen, <em>Verklaring<\/em>, 19; Selderhuis, <em>Handboek,<\/em> 229.<\/p>\n\n\n\n<p>[8] Harinck &amp; Berkelaar, <em>Domineesfabriek<\/em>, 34.<\/p>\n\n\n\n<p>[9] De Graaf, <em>Monument<\/em>, 70, 72. De Graaf verwondert zich vooral over de teksten die werden opgegeven, en schrijft daar onder meer over: \u2018In 1878 was het bijzonder kras. Ge\u00ebxamineerd werden: W.J. de Haas, H.H. Kuik, C. Stadig, H. Stutvoet, M. Sijpkens, J. Thijs en H. van der Werp. De eerste moest preken over Gen. 17:5m: \u201cAbraham\u201d. De anderen kregen \u201cgeografische\u201d teksten, nl. Matt. 2:1m: \u201cte Bethlehem\u201d; Ps. 68:9m: \u201cdeze Sina\u00ef\u201d; 1 Kon. 12:29m: \u201cte Bethel\u201d; Matt. 23:37a: \u201cJeruzalem, Jeruzalem\u201d; Joh. 19:17 slot: \u201cGolgotha\u201d en 1 Kon. 18:19m: op den Carmel\u201d. Een frappant voorbeeld vinden we bij het examen van Juli 1881, toen D. Vrieling als \u201ctekst\u201d opkreeg: Ps. 72:19 slot: \u201cAmen, ja amen.\u201d\u2019 (De Graaf, <em>Monument, <\/em>71).<\/p>\n\n\n\n<p>[10] <em>Handelingen,<\/em> 104.<\/p>\n\n\n\n<p>[11] <em>Handelingen<\/em>, 104.<\/p>\n\n\n\n<p>[12] <em>Handelingen,<\/em> 105.<\/p>\n\n\n\n<p>[13] <em>Handelingen,<\/em> 104.<\/p>\n\n\n\n<p>[14] <em>Acta Dordrecht (1893), <\/em>189.<\/p>\n\n\n\n<p>[15] Vergelijk voor de discussie die aan het voorstel van Bavinck voorafging Harinck &amp; Berkelaar, <em>Domineesfabriek,<\/em> 110-115; en voor de besluiten van Middelburg (1896) <em>Acta Middelburg (1896), <\/em>58 en 63. Na herformulering door de Generale Synode van Utrecht (1905) luidde artikel 4 van de Kerkorde: \u2018Ten eerste, in de <em>verkiezing<\/em>, dewelke na voorgaande gebeden geschieden zal door den Kerkeraad en de Diakenen, met onderhouding (\u2026) van de kerkelijke ordinantie, dat alleen diegenen voor het eerst tot den dienst des Woords kunnen beroepen worden, die door de Classe, waarin zij wonen, praeparatoir ge\u00ebxamineerd zijn\u2019 (<em>Acta Utrecht (1905), <\/em>323v).<\/p>\n\n\n\n<p>[16] Bouwman, <em>Kerkrecht,<\/em> 400.<\/p>\n\n\n\n<p>[17] <em>Acta Rotterdam-Delfshaven (1964-1965), <\/em>art. 105c.<\/p>\n\n\n\n<p>[18] <em>Acta Rotterdam-Delfshaven (1964-1965),<\/em> art. 105d.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het is een groot voorrecht om \u2018dienaar van het goddelijk Woord\u2019 te mogen zijn, maar vanouds word je het niet zomaar. \u2018En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen\u2019, schrijft Paulus aan Timothe\u00fcs, \u2018vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen\u2019 (2 Timothe\u00fcs 2:2). En dus hebben [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3,23,15,19],"tags":[27],"class_list":["post-2270","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-dr-a-bas","category-kerkrecht","category-overzicht","tag-bas"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2270","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2270"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2270\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2271,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2270\/revisions\/2271"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2270"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2270"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2270"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2274,"date":"2025-09-05T11:19:03","date_gmt":"2025-09-05T10:19:03","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2274"},"modified":"2025-09-17T20:01:24","modified_gmt":"2025-09-17T19:01:24","slug":"opening-academisch-jaar-2025-2026","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/opening-academisch-jaar-2025-2026\/","title":{"rendered":"Opening academisch jaar 2025-2026"},"content":{"rendered":"\n<p>Op DV&nbsp;zaterdag 27 september 2025 vindt de opening van het academisch jaar plaats. U bent hiervoor van harte uitgenodigd.<br><br>Dit jaar heeft de dag als thema<strong>&nbsp;\u201cNicea\u201d<\/strong>. Zoals gebruikelijk zijn er diverse sprekers, docenten die aan de AvGT verbonden zijn. De sprekers verzorgen een college, zoals dat ook aan de studenten gegeven wordt. Ook is er tijd voor ontmoeting.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>Sprekers<\/strong>:<\/p>\n\n\n\n<p>Dr. Andr\u00e9 Bas: Openingsreferaat<\/p>\n\n\n\n<p>Dr. Victor d\u2019Assonville: \u2018Christus, Nicea en wij\u2019<\/p>\n\n\n\n<p>Ds. Rob Visser: \u2018Vrolijke liedjes en het Johannes evangelie\u2019<br><br><strong>Praktische informatie:<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><br>Starttijd: 10uur (inloop met koffie vanaf 9.30uur). <br>Verwachte eindtijd: 14uur.<br>Locatie: Zuiderhof, Troelstralaan 25 in Zwolle.<br><br>De toegang is ook dit jaar gratis en de lunch is inbegrepen.\u00a0 Aanmelden kan via ons Google formulier via de volgende link:<a href=\"https:\/\/avgt.us21.list-manage.com\/track\/click?u=e003cffcc3d0d759b00805c4f&amp;id=9357e94a40&amp;e=c980c8d9e9\"><a href=\"https:\/\/avgt.us21.list-manage.com\/track\/click?u=e003cffcc3d0d759b00805c4f&amp;id=9357e94a40&amp;e=c980c8d9e9\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">https:\/\/forms.gle\/DPfXLaormTSPPLS78<\/a><\/a><\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p>Wij hopen u op 27 september te ontmoeten, om zo samen een dag te hebben waar we even terug de schoolbanken ingaan!<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Op DV&nbsp;zaterdag 27 september 2025 vindt de opening van het academisch jaar plaats. U bent hiervoor van harte uitgenodigd. Dit jaar heeft de dag als thema&nbsp;\u201cNicea\u201d. Zoals gebruikelijk zijn er diverse sprekers, docenten die aan de AvGT verbonden zijn. De sprekers verzorgen een college, zoals dat ook aan de studenten gegeven wordt. Ook is er [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[17,18,19],"tags":[26,27,30,38],"class_list":["post-2274","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-nieuws","category-opleiding","category-overzicht","tag-academie","tag-bas","tag-college","tag-visser"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2274","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2274"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2274\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2285,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2274\/revisions\/2285"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2274"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2274"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2274"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2265,"date":"2025-09-04T19:01:46","date_gmt":"2025-09-04T18:01:46","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2265"},"modified":"2025-09-04T19:14:07","modified_gmt":"2025-09-04T18:14:07","slug":"jezus-in-onze-plaats-gehoorzaam-maar-niet-in-onze-plaats-drager-van-de-straf","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/jezus-in-onze-plaats-gehoorzaam-maar-niet-in-onze-plaats-drager-van-de-straf\/","title":{"rendered":"Jezus in onze plaats gehoorzaam, maar niet in onze plaats drager van de straf?"},"content":{"rendered":"<p><\/p>\n<p>Een artikel van\u00a0<a href=\"https:\/\/avgt.nl\/docenten\/\">Ds. J.R. Visser<\/a><\/p>\n<p><\/p>\n<p>De laatste jaren krijg ik in contacten al meer te horen dat de Here Jezus wel gehoorzaam in onze plaats was maar niet in onze plaats de straf gedragen heeft. De straf die wij als mensen door onze schuld en zonden verdiend hebben.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Daarmee hangt ook samen dat dat zowel door mensen rond het \u2018New Perspective op Paulus\u2019[1] als door NT Wright heel weinig gesproken wordt over de rechtvaardiging van de goddeloze door het offer van Christus. Het gaat dan vooral op het herstel van de schepping. Ook in ons land zie je een toenemende invloed van de gedachte dat Christus werk vooral of helemaal gericht is op Zijn Koningschap. Op Zijn overwinning van verkeerde machten.[2]\u00a0 Daarop heb ik in verschillende artikelen gereageerd.[3]<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Toch is het nodig om ook op de mening dat de Here Jezus wel in onze plaats gehoorzaam was maar niet onze straf gedragen heeft in te gaan. Ik hoop dat nogal uitgebreid te doen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Methode<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij dit artikel ben ik heel nadrukkelijk bij de Schrift begonnen zonder om de belijdenisgeschriften er bij te betrekken. Juist om de belijdenisgeschriften te kunnen toetsen aan Gods eigen Woord. Aan wat de Geest zelf ons zegt.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>In de conclusie kom ik dan nog wel even bij de belijdenisgeschriften en bij Calvijn\u00a0 uit. Maar dan vanuit wat ik in Gods Woord, de Bijbel gevonden heb.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Nog een opmerking over de vormgeving van dit artikel. Daar waar bepaalde teksten nogal uitgebreid besproken wordt, staat die bespreking in kleinere letter.\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Enkele historische opmerkingen.<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>De gedachte zoals ik die net kort omschreven heb, komt al veel eerder in de geschiedenis voor. Voorbeelden daarvan zijn in verschillende variaties o.a. Abaelardus (geboren 1079 &#8211; gestorven 1142), Socinus (geboren 1539 &#8211; gestorven 1604), A. Ritschl (geboren 1822- gestorven 1889)<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Over het gemeenschappelijk van deze 3 mannen schrijft W.J. van Asselt: \u201cHet gemeenschappelijke in al deze varianten is dat Jezus&#8217; dood beschouwd wordt als een inspiratie tot ethisch handelen. Het probleem bij het voorbeeldmodel is echter dat eerst gedefinieerd moet worden wat dit voorbeeld behelst en wat nagevolgd moet worden. Bovendien veronderstelt dit model dat de mensheid inderdaad zulke spirituele en morele kwaliteiten bezit dat zij in staat is het voorbeeld van Jezus na te volgen.\u201d[4]<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ik ga nu niet op historische achtergronden in. Het gaat me in dit artikel om de stelling dat Christus wel in onze plaats gehoorzaam is geweest, maar niet in onze plaats de straf die we verdiend hebben gedragen heeft. Ik ga nu ook niet in op wat de gereformeerde belijdenisgeschriften leren. Ik doe nog een stap naar achteren. Wat leert de Geest ons in Gods eigen Woord. Dit artikel schrijf ik vanuit de belijdenis dat de Bijbel het Woord van God is en dat door het hele Woord de ene leer van God tot ons komt. Niet meerdere theologie\u00ebn, maar dat de Geest in het hele Woord met de en gezonde leer komt.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>\u00a0Hoe is de mens ontstaan?<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u00a0Deze vraag is van groot belang in onze tijd. Die heeft in de tijd waarin we leven ook veel te maken met de vraag of de Here Jezus voor ons de schuld en straf gedragen heeft. Een belangrijke vraag is of er in de levens van alle mensen schuld tegenover God is. Kunnen wij als mensen er wel echt iets aan doen dat er verkeerde verlangens en zwakke plekken in ons leven zijn. Kom het verkeerde niet vooral van machten buiten ons die verslagen moeten worden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wanneer we een vorm van evolutietheorie volgen komen we erbij uit dat de mens vanaf het begin van zijn ontstaan verkeerde verlangens had en ook verkeerde dingen deed. De mens zou juist door het recht van de sterkste, van de meest aangepaste en de slimste zijn ontstaan. Door heel veel ellende voor het zwakkere en dommere heen. Ook vanuit christelijke kring wordt deze mening gevolgd.[5]<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Het gevolg van deze mening is dat Genesis 1-3 als beschrijving van de werkelijkheid aan de kant geschoven worden. De zondeval is geen echte zondeval. Er is eigenlijk geen schuld bij de mensen. Ze zijn geen zondaars geworden. Ze moeten door de geschiedenis en dan vooral door Christus in een verbeterproces worden meegenomen. Het aanhangen van evolutie als vorm voor het ontstaan van het leven op aarde zorgt ervoor dat het zicht op de mens die als schuldige en als zondaar in de wereld komt verdwijnt. Hier verdwijnt het besef waarover Paulus in Romeinen 3 schrijft: \u201cWij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God.\u201d vs. 19<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Na de zondeval leeft ieder mens door onze eigen schuld met schuld tegenover God. Wij zijn allemaal doemwaardig. De 1951Vertaling heeft strafwaardig en de NBV21 dat de hele wereld schuldig tegenover God staat.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>\u00a0Gods toorn<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u00a0Het schuldig staan tegenover God is de werkelijke situatie. Als die niet verandert, komt er de straf, komt er de doem dat is de vloek over ons. De HEERE is terecht vol toorn over ons als mensen. Die toorn is er juist vanuit Zijn liefde. Wij als mensen hebben bij de zondeval en daarna steeds weer Zijn liefde afgewezen. Daarom is Gods toorn een realiteit. De enige weg om daaruit gered te worden is dat we van die toorn, van de straf gered worden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ik ga nu enkele gedeelten in het Nieuwe Testament na waar duidelijk over die rechtvaardige toorn van God gesproken wordt[6] waarvan wij gered moeten worden om toekomst te hebben.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Rom 1:18,19: \u201cWant de toorn van God wordt geopenbaard vanuit de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen, die de waarheid in ongerechtigheid onderdrukken, omdat wat van God gekend kan worden, hun bekend is. God Zelf heeft het hun immers geopenbaard.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We lezen hier dat de toorn van God realiteit is. Dat die toorn en daarmee ook de straf van God over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van de mensen gaat. Ieder is dus schuldig. Wie in een goddeloos en onrechtvaardig leven verder gaat, krijgt ook met die toorn van God te maken. Dat kan leiden tot een leven waarin God je aan een goddeloos leven overgeeft, omdat je daarin je plezier en bevrediging zoekt. Dat blijkt heel duidelijk uit het vervolg.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wanneer je verder leest zie je ook dat wie niet echt naar de HEERE luistert en volgens Zijn wil wil leven door e toorn van God getroffen wordt. Definitief op de dag van het oordeel. Dat is de dag dat Christus terugkomt om te oordelen de levende en de doden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Lees maar mee vanaf 1:32 tot en met 2:5: \u201cZij kennen het recht van God,\u00a0<em>namelijk<\/em>\u00a0dat zij die zulke dingen doen de dood verdienen, en\u00a0<em>toch<\/em>\u00a0doen zij niet alleen zelf deze dingen,\u00a0maar stemmen ook van harte in met hen die ze doen. Daarom bent u niet te verontschuldigen, o mens, wie u ook bent die\u00a0<em>anderen<\/em>\u00a0oordeelt,\u00a0want waarin u de ander oordeelt, veroordeelt u uzelf. U immers die\u00a0<em>anderen<\/em>\u00a0oordeelt, doet dezelfde dingen.\u00a0En wij weten dat het oordeel van God in overeenstemming met de waarheid is over hen die zulke dingen doen. En u, o mens, die hen oordeelt die zulke dingen doen, en ze\u00a0<em>zelf ook<\/em>\u00a0doet, denkt u dat u aan het oordeel van God zult ontkomen?<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Of veracht u de rijkdom van Zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en\u00a0geduld,\u00a0zonder te weten dat de goedertierenheid van God u tot bekering leidt? Maar in overeenstemming met uw hardheid en\u00a0<em>uw<\/em>\u00a0onbekeerlijke hart\u00a0hoopt u voor uzelf toorn op tegen de dag van de toorn en van de openbaring van het rechtvaardig oordeel van God\u201d.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wij moeten dus gered worden van de toorn. Van de straf die we echt verdiend hebben. Wij kunnen die schuld zelf niet kwijtraken. Dat kan alleen als we buiten de wet om bij Christus die redding zoeken en vinden. Dan worden we om het werk van Christus in onze plaats rechtvaardig verklaard. Wij zijn na de zondeval uit onszelf goddeloos. Wij verdienen de straf en de toorn van God. Die toorn en straf is niet in strijd met Zijn liefde. Juist vanuit Zijn liefde, haat Hij alles wat tegen Zijn goede wil ingaat.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We lezen daarover o.a. in Romeinen 4: \u201cBij hem echter die niet werkt, maar gelooft in Hem Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid. Zoals ook David de mens zalig spreekt aan wie God gerechtigheid toerekent, zonder werken: Welzalig zijn zij van wie de ongerechtigheden vergeven, en van wie de zonden bedekt zijn, welzalig\u00a0<em>is<\/em>\u00a0de man aan wie de Heere de zonde niet toerekent.\u201d vs. 5-7<\/p>\n<p><\/p>\n<p>God rekent wie geloven in Christus als de enige Verlosser niet onze eigen daden toe, maar juist wat Christus heeft gedaan. Juist omdat Hij voor de mensen die Hem in geloof aangrijpen de straf gedragen heeft.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Dat die redding, die verzoening met God er alleen is door het werk van verzoening dat jezus Christus uitgevoerd heeft, komt heel duidelijk naar voren in Romeinen 5:9-10: \u201cWant als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven. En\u00a0<em>dit<\/em>\u00a0niet alleen, maar wij roemen ook in God, door onze Heere Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ook als we in andere delen van de Bijbel lezen, leert de Geest dat we verlost moeten worden van de toorn van God. Ik noem er twee voorbeelden van. Twee uit de eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u00a01 Thessalonicenzen 1:9,10: \u201cWant zij vermelden zelf over ons hoezeer wij ingang bij u gekregen hebben en hoe u zich van de afgoden tot God bekeerd hebt om de levende en waarachtige God te dienen, en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt,\u00a0<em>namelijk<\/em>\u00a0Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De toorn van God die komt op de dag van Christus wanneer het eeuwige oordeel wordt uitgesproken, komt zeker. Dat is heel intens. Daarbij is Christus ook heel duidelijk bij betrokken.[7]\u00a0 Dat Gods eeuwig scheidende toorn komt lezen we ook in hoofdstuk 2: \u201cWant u, broeders, bent navolgers geworden van de gemeenten van God die in Judea zijn, in Christus Jezus, omdat ook u hetzelfde geleden hebt van uw\u00a0eigen medeburgers als zij van de Joden, die zowel de Heere Jezus als\u00a0hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig\u00a0<em>gezind<\/em>. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd\u00a0<em>de maat van<\/em>\u00a0hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.\u201d vs. 14-16<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Op deze gedeelten heeft Westerholm nadrukkelijk gewezen tegenover NT Wright en de mensen van het Nieuwe Perspectief.[8]<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>De zondaar wordt rechtvaardig verklaard<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>De mens is zondaar na de zondeval. De mens is niet iemand die verbeterd moet worden, omdat hij door de evolutie er gekomen is en nu nog verder moet evolueren. Christus heeft ons niet alleen van de machten om ons heen die voor ellende op de wereld zorgen. Christus is niet alleen de Koning die voor een heerlijke toekomst zorgt. Die dat dan uiteindelijk doet voor alle mensen.[9]\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Mens is zondaar die schuldig is en op weg naar de verdoemenis als er geen redding komt.\u00a0 De mens is zelf de oorzaak van de ellende op de wereld. Het is de schuld van ons als mensen. Wij zijn in zonde gevallen terwijl wij door de HEERE goed geschapen zijn. Het was niet nodig dat wij door Adam toegaven aan de verleiding van de duivel. Zie Genesis 1-3.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Gods goede en heilige wet, wijst onze schuld en zonden aan zonder ons daarvan te kunnen redden. Dit komt o.a. heel duidelijk naar voren in Romeinen 3: \u201cWij weten nu dat alles wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond gestopt wordt en de hele wereld doemwaardig wordt voor God. Daarom zal uit werken van de wet geen vlees\u00a0voor Hem gerechtvaardigd worden.\u00a0Door de wet is immers kennis van zonde. Maar nu is zonder de wet\u00a0gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd: <em>namelijk<\/em>\u00a0gerechtigheid van God door\u00a0<em>het<\/em>\u00a0geloof in Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven, want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.\u201d Vs 19-24<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Er is echt verzoening met God nodig! Er moet voor de schuld van de zondaar betaald worden om vergeving en een prachtige eeuwige toekomst te krijgen. Op die verzoening wordt o.a. gewezen in de volgende gedeelten van Gods eigen Woord:<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cDaarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God\u00a0<em>betreffen<\/em>, om de zonden van het volk te verzoenen.\u201d\u00a0 Hebree\u00ebn 2:17.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cMijn kinderen, ik schrijf u deze dingen, opdat u niet zondigt. En als iemand gezondigd heeft: wij hebben\u00a0een Voorspraak\u00a0bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. En Hij is\u00a0een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor\u00a0<em>de zonden <\/em>van de hele wereld.\u201d\u00a0 1 Johannes 2:1-2<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij deze tekst wat meer uitgebreidere aantekeningen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Johannes doet nu een bewogen oproep. Hij weet zich de geestelijke vader van de mensen aan wie hij\u00a0schrijft. Hij is met ze bewogen. Leeft met ze mee. Hij heeft ze lief zoals een vader zijn kinderen\u00a0liefheeft. Hij maakt duidelijk wat zijn bedoeling is. Daarover mag geen misverstand bestaan. Wanneer\u00a0hij tegenover de dwaalleer erop gewezen heeft dat ook gelovigen zondigen, maakt hij duidelijk dat\u00a0hij daarmee geen vrijbrief voor zondigen geeft. Je kunt dat vergelijken met Paulus die in de brief heel\u00a0sterk benadrukt hoe je vrij bent door Christus. Vrij van het oordeel doordat Christus de straf\u00a0gedragen heeft. Wanneer hij dat tegenover de dwaalleer dat je toch door eigen werk aan jouw verlossing moet bijdragen die vrijheid benadrukt heeft, gaat hij in Galaten 5 verder met deze\u00a0woorden: \u201cWant u bent tot vrijheid geroepen, broeders,\u00a0alleen niet tot die vrijheid die aanleiding\u00a0geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde. Want de hele wet wordt in \u00e9\u00e9n woord\u00a0vervuld,\u00a0namelijk\u00a0hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Maar\u00a0als u elkaar bijt en verslindt, pas\u00a0dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt. Maar ik zeg:\u00a0Wandel door de Geest en u zult zeker de\u00a0begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen\u00a0het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen.\u201d vs. 13-17\u00a0Johannes gebruikt hier in het Grieks dan ook een tijdsvorm die erop wijst dat je niet in de zonde leeft\u00a0maar dat je er wel in kunt vallen. Hij laat daarmee zien dat hij geen excuus geeft om in zonde te leven\u00a0en zelfs niet om in zonde te vallen. Makkelijk denken over de zonde volgt niet uit wat Johannes tot\u00a0nu toegeschreven heeft.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Als dat gezegd is, maakt hij duidelijk dat hij de werkelijkheid van het leven als gelovige kent. Je doel is\u00a0om niet te zondigen, om niet tegen Gods wil in dingen te doen en te zeggen. Als een echte vader die\u00a0van zijn kinderen houdt, benoemt hij dit. Wat nu als je toch zondigt. Ben je dan geen christen meer?\u00a0Johannes maakt duidelijk dat je eigen zonden je pijn doen. Je beseft hoe je daarmee tegenover de\u00a0HERE bent gaan staan. Wie zo eigen zonden kent, mag weten dat moedeloosheid niet nodig is.\u00a0Wanneer je als Gods kind zonde gedaan hebt, is het adres waar je terecht kunt: Jezus Christus, de\u00a0Rechtvaardige.\u00a0Hij is de Voorspraak die je nodig hebt. We vinden hier in het Grieks het woord Parakleet. Dat de Here\u00a0Jezus ook voor de Geest die in plaats komt gebruikt in Johannes 16:7. In de HSV is dat in Johannes 16\u00a0met Trooster weergegeven. Het gaat bij dit woord erom dat er iemand aan jou de hulp biedt die nodig is.\u00a0Die voor je opkomt en dat ook kan doen.\u00a0<\/p>\n<p>Jezus Christus is het die ons elke dag voor vergeving, voor vrede, voor verbondenheid met de HEERE\u00a0nodig hebben. Hij is het die dan voor ons pleit. Hij is het die voor wie om vergeving vraagt bij de\u00a0Vader opkomt. Hij is het die de reden is voor de verhoring van ons gebed om vergeving. Hij is het die\u00a0de Vader erop wijst dat Hij voor de man of vrouw die met berouw over eigen zonden om vergeving\u00a0vraagt de straf gedragen heeft.\u00a0Christus pleit voor ons dan op grond van Zijn werk bij de Vader. Daardoor is de vergeving op het gebed vast en zeker. Over dit heerlijke werk van Christus als onze Voorspraak, onze Pleitbezorger, onze\u00a0Advocaat lezen we ook in Romeinen 8 en Hebree\u00ebn 7.\u00a0Romeinen 8: \u201cWie zal beschuldigingen inbrengen tegen de uitverkorenen van God?\u00a0 God\u00a0is het\u00a0Die\u00a0rechtvaardigt. Wie\u00a0is het\u00a0die verdoemt? Christus\u00a0is het\u00a0Die gestorven is, ja wat meer is, Die ook\u00a0opgewekt is, Die ook aan de rechterhand\u00a0van God is, Die ook voor ons pleit.\u201d vs. 33.34\u00a0Hebree\u00ebn 7: \u201cDaarom kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan, omdat Hij altijd\u00a0leeft\u00a0om voor hen te pleiten. Want zo\u2019n Hogepriester hadden wij nodig: heilig, onschuldig, onbesmet, afgescheiden van de zondaars en boven de hemelen\u00a0verheven.\u201d vs. 25,26<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij dat laatste vers van Hebree\u00ebn 7 komen we ook bij wat Johannes hier zo nadrukkelijk noemt. Dat\u00a0Jezus Christus de Rechtvaardige is. Hij is het die als Rechtvaardige voor onrechtvaardigen gestorven\u00a0is. Hij alleen kon dit voor zondaren doen. Hij kon daarom de straf dragen omdat Hijzelf geen\u00a0vergeving nodig had. Jezus Christus heeft in alles als rechtvaardige, als zondeloze geleefd. In alles wat Hij was en deed. Wanneer Petrus in de naam van Jezus een kreupele man genezen heeft zegt hij\u00a0tegen de Joden die om hem heen staan o.a. dit: \u201cDe God van Abraham, Izak en Jakob, de God van\u00a0onze vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Die u hebt overgeleverd. U hebt Hem verloochend\u00a0voor Pilatus, toen die oordeelde dat men\u00a0Hem\u00a0zou loslaten. U echter hebt de Heilige en\u00a0Rechtvaardige verloochend en gevraagd dat u een moordenaar geschonken zou worden, maar de Vorst van het leven hebt u gedood, Die God uit de doden opgewekt heeft, waarvan wij getuigen zijn.\u201d\u00a0Handelingen 3:13-15<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Jezus Christus is de rechtvaardige en kan daarom de Verzoener zijn die we nodig hebben. Daarop\u00a0wijst Johannes in het volgende vers.\u00a0Waarom kun je en moet je naar Jezus Christus om op een goede manier met Vader in de hemel verbonden te zijn. Waarom moet je naar Hem om Gods liefde en niet Zijn straf en boosheid over je heen te\u00a0krijgen? Omdat Hij een verzoening voor onze zonden is. Hier wordt voor verzoening het Griekse woord hilasmos gebruikt. Wanneer we erop letten wanneer\u00a0dit Griekse woord in de eerste vertaling van het Oude Testament gebruikt wordt is het opvallend dat\u00a0dit o.a. in Leviticus 25:9 te vinden is. De Septuagint is de eerste vertaling van Het Oude Testament en werd al in de tijd van de Here Jezus gebruikt. In Leviticus 25:9 wordt dit woord gebruikt om te\u00a0verwijzen naar wat er op de Grote Verzoendag gebeurde. We lezen in deze tekst: \u201cDan moet u in de\u00a0zevende maand, op de tiende\u00a0dag\u00a0van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken.\u201d\u00a0We lezen in Leviticus 16 uitgebreid wat er op die dag moest gebeuren. Hoe daar bloed vloeide en een\u00a0bok de zonde van het volk weg moest dragen de woestijn in. Ook in Numeri 5:8 wordt in de vertaling\u00a0het woord hilasmos gebruikt. Het heeft daar heel duidelijk met vergoeding te maken. Het gaat bij\u00a0Christus om het offer dat Hij gebracht heeft en daarmee aan Gods toorn voldaan heeft en daardoor voor vrede met God gezorgd heeft. De verzoening is dat er betaald is en dat er een verhouding van\u00a0liefde en vrede met God gekomen is. Zijn vriendelijke ogen zijn door Christus over je leven.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Christus heeft het offer gebracht dat voor vrede met God zorgt. Zie o.a. ook Johannes 1:29\u00a0Het is God zelf die het initiatief genomen heeft om uit liefde alleen voor dit offer van Zijn Zoon te\u00a0zorgen. Heel duidelijk lezen we dat ook in deze brief: \u201cHierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad\u00a0hebben,\u00a0maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond\u00a0als verzoening voor onze zonden.\u201d4:10\u00a0Is er reden om te twijfelen dat er vergeving voor jou is als jij daar met je hart om bidt? Kan de\u00a0beloofde verzoening op een bepaald moment opraken? Het antwoord op die vraag vinden we in het\u00a0tweede deel van dit vers: \u201cen niet alleen voor de onze, maar ook voor\u00a0de zonden van de hele\u00a0wereld.\u201d\u00a0Het gaat er hier niet om dat ieder mens of die nu gelooft in Christus of niet uiteindelijk gered wordt.\u00a0In hoofdstuk 1 werd al heel duidelijk dat niet iedereen met God verbonden is.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Heel duidelijk wordt dat ook in de heel bekende woorden van de Here Jezus in het\u00a0Johannesevangelie: \u201cWant zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven\u00a0heeft,\u00a0opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft\u00a0Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld\u00a0door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet\u00a0gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van\u00a0God.\u201d 3:16-18\u00a0Wat Christus verdiend heeft, is genoeg voor alle mensen. Niets hoeft buiten Gods vrede te staan. Er is\u00a0bij ons nooit een goed excuus om niet tot Christus te vluchten met onze schuld en zonden. Ieder die\u00a0mens zijn of haar hart met berouw over eigen zonden tot Christus komt, krijgt vergeving, krijgt vrede\u00a0met God. Dat wordt ook werkelijk een groep die niemand tellen kan. Zie Openbaring 7:9\u00a0De verzoening door Christus moet en kan dan ook aan ieder verkondigd worden met het bevel van\u00a0geloof en bekering. Christus zelf geeft dan ook de opdracht om het evangelie over de hele wereld,\u00a0aan alle volken te verkondigen. Zie Mattheus 28:19. Vanuit wat we zo in Gods Woord lezen belijden\u00a0we als kerk van Christus in de Dordtse Leerregels o.a. dit: \u201cDe kruisdood van Gods Zoon is het enige\u00a0offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom\u00a0is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen. \u2026\u2026\u00a0De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat,\u00a0maar eeuwig leven heeft. Aan alle volken en mensen tot wie God naar Zijn welbehagen Zijn evangelie\u00a0zendt, moet zonder onderscheid deze belofte\u00a0\u201cWie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben,\u00a0maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond\u00a0als verzoening voor onze zonden<i style=\"font-family: var( --e-global-typography-text-font-family ), Sans-serif; font-size: var( --e-global-typography-text-font-size ); text-align: var(--text-align); -webkit-text-size-adjust: 100%;\">.<\/i>\u201d\u00a0 1 Johannes 4:8-10<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ook bij deze tekst wat uitgebreidere aantekeningen.<\/p>\n<p>Johannes maakt duidelijk waarom wie niet in liefde voor zijn medegelovigen leeft niet bij God hoort. Wie namelijk zijn broer of zus in het geloof niet liefheeft, kent God niet. Die kan grote woorden over God en Christus spreken, die kan heel veel theologische kennis hebben, maar in werkelijkheid spreekt hij lege woorden. Met al je kennis, ken je God dan niet echt. Waarom niet? Omdat God liefde is!\u00a0 Het is niet zo dat Hij af en toe liefde laat zien. Nee, Hij is liefde. Hij is de bron van liefde. Alles wat Hij doet en zegt, ademt liefde. Ook als er van Zijn kant vermaan en straf komt. Juist omdat Hij een en al liefde is, haat Hij alles wat kwaad, wat verkeerd is. Juist omdat Hij liefde is kan Hij niet leven met schepselen die liefdeloosheid en hardheid over hun leven laten heersen. Dit vers laat zien wie ook wij als schepselen moeten zijn als beeld van God. De Here God heeft Zijn liefde op een heel bijzondere manier laten zien in de komst van Zijn Zoon in deze wereld als de door Hem gestuurde Verlosser.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>God houdt Zijn liefde niet verborgen. Hij laat die zien en merken. Zijn liefde voor zondaren laat Hij het duidelijkst en het meest intens zien in het sturen van Zijn eigen Zoon naar de wereld. Gods liefde wordt het meest zichtbaar in de komst van Gods Eniggeboren Zoon naar de aarde. Hoe diep die liefde van God gaat zien we als we eraan denken dat die liefde geen reactie is op liefde van mensen op aarde. God komt eerst met Zijn liefde in Christus. Zoals we daarover lezen in Romeinen 5: \u201cGod echter bevestigt Zijn liefde voor ons\u00a0<em>daarin<\/em>\u00a0dat Christus\u00a0voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn. 0Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven.\u201d vs. 8-10<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We horen hier ook de woorden die we kennen vanuit Joh 3:16: \u201cWant zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,\u00a0opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Het gaat hier om een echt unieke gebeurtenis in de geschiedenis. Het gaat hierbij om de Enige die op deze manier aan God als de Vader verbonden is. Het woord dat hier voor \u201cEniggeborene\u201d gebruikt vinden we alleen bij Johannes. Zie Joh 1:14,18; 3:16,18.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Here Jezus is de Zoon. Hij is God. Samen met de Vader en de Heilige Geest. Toch wordt er in de Bijbel ook over andere zonen van God gesproken. Dan gaat het om de gelovigen.\u00a0 Zie bijvoorbeeld Rom 8:14,19; Gal 3:28. Christus is de natuurlijk Zoon van God. Hij is daarin uniek. Mensen worden na de zondeval kinderen van God het geloof. Zonder dat ze daarmee goddelijk worden. Zij blijven alleen maar schepsel, maar met God als hun Vader die door Christus hen tot Zijn kinderen heeft aangenomen. Zie Rom 9:4; Gal 4:5; Ef 1:5.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Vader stuurt de Zoon met een heel duidelijk naar de wereld. Hij doet het niet als een soort vermaak. Nee, Hij stuurt de Zoon naar de wereld om ons uit de geestelijke dood te laten opstaan. Zodat wij door Christus weer echt gaan leven. Christus zelf is het leven. Bij Hem en door Hem is er voor mensen die onder het oordeel liggen het leven. Verlost van het oordeel krijgt de gelovige door Christus het eeuwige leven. Het leven dat het eeuwige leven genoemd wordt. Christus zegt daarvan o.a. dit in het Johannes evangelie: \u201cEn\u00a0dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt.\u201d Joh 17:3<\/p>\n<p><\/p>\n<p>God heeft Zijn liefde aan ons laten zien. Hij heeft die aan ons onthult. In Christus is Gods liefde heerlijk naar ons toegekomen. Zelfs met de bedoeling om <strong>in<\/strong> ons te wonen. Niet om buiten ons te blijven en daar alleen over te praten, maar om juist door Gods liefde gestuurd te worden en zo te leven. In vers 12,13 wordt daar verder over gesproken.\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Johannes laat hier duidelijk zien dat Gods liefde geen reactie op onze liefde is. Hier wordt elke vorm van de verlossing verdienen afgesneden.\u00a0 Delen in Gods liefde begint op geen enkele manier bij onszelf.\u00a0 Gods liefde en genade hebben we helemaal alleen aan de HERE en Zijn liefde die naar ons toe komt te danken.\u00a0 Het begin daarvoor ligt voor 100% bij de HERE. Elke vorm van werkheiligheid en een bepaald niveau van heiligheid halen om tot Christus te kunnen komen is hiermee radicaal afgesneden. De liefde tot en het leven met Christus dat we in ons eigen leven vinden is vrucht van Gods liefde. Hem alleen komt de eer toe. We kunnen alleen roemen in de HERE!<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Die liefde van God zien we in de Zoon die Hij stuurde \u201cals verzoening voor onze zonden.\u201d Hier wordt in het Grieks voor verzoening het woord \u201chilasmos\u201d gebruikt. Kijk daarvoor verder bij de verklaring van 2:1,2.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Dat de rechtvaardigverklaring van de zondaar die tot Christus vlucht er niet alleen is doordat Christus gehoorzaam volgens Gods wet leeft zien we ook in Galaten 3:13,14:<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cChristus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven:\u00a0Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen,\u00a0<em>en<\/em>\u00a0opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.\u201d\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Here Jezus heeft niet alleen volmaakt volgens Gods wet geleefd. Hij heeft ook voor ons de vloed gedragen! Hij heeft ons ook vrijgekocht. Vrijgekocht van de straf die wij verdiend hebben. Hij heeft voor ons de losprijs betaald door juist onze zonden op zich te laten laden en de vloek die daarom op ons lag te ondergaan. Daarvoor te betalen. Hij deed dit tot het uiterste aan het kruis. Hij werd als de meest vervloekte mens aan het kruis, aan een hout gespijkerd. Hij moest dat zelfs levend ondergaan. Levend voor ons de hel in om ons van de hel te redden. Juist dat woord hout herinnert ons aan wat we lezen in Deuteronomium 21: \u201cVerder, wanneer iemand een zonde begaan heeft\u00a0<em>waarop<\/em>\u00a0de doodstraf\u00a0<em>staat<\/em>, en hij gedood wordt, en u hem aan een paal hangt, dan mag zijn dode lichaam niet aan de paal overnachten, maar moet u hem beslist diezelfde dag\u00a0<em>nog<\/em>\u00a0begraven. Een gehangene is namelijk door\u00a0God vervloekt. U mag uw land, dat de\u00a0HEERE, uw God, u als erfelijk bezit geeft, niet onrein maken.\u201d vs. 22,23<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Juist het woord paal dat terugverwijst naar Deuteronomium 21 maakt ook duidelijk dat Christus de straf gedragen heeft die nodig was voor onze verlossing. We vinden in het Nieuwe Testament nog een heel duidelijke verwijzing naar dat straf dragen van Christus aan dat vervloekte hout. We lezen dat in 1 Petrus 2: \u201cDie Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout,\u00a0opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was\u00a0als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen.\u201d Vs 24,25\u00a0 We lezen hier ook nog dat de zondeloze Christus de zonden van anderen gedragen heeft. Niet alleen gehoorzaam aan Gods wet maar ook tot in Zijn lichaam onze zonden dragen en daarvoor de straf ondergaan!<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Deze dingen komen samen als Paulus door de Heilige Geest ons oproept om ons met God te verzoeken in 2 Korinthe 5: \u201cEn dit alles is uit God,\u00a0Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft. God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd. Wij zijn dan\u00a0gezanten namens Christus, alsof God\u00a0<em>Zelf<\/em>\u00a0door ons smeekt. Namens Christus smeken wij: laat u met God verzoenen. Want Hem Die geen zonde gekend heeft,\u00a0heeft Hij voor ons\u00a0<em>tot<\/em>\u00a0zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem.\u201d Vs 18-21<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Christus heeft niet alleen maar volmaakt volgens Gods wil geleefd. God heeft Hem ook tot zonde gemaakt en onze zonden laten dragen om Zich zo met wie tot Christus vlucht te verzoenen. Alleen in Christus dragen van de straf en in Zijn volmaakte leven volgens Gods wil zijn wij rechtvaardig voor God.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Gods liefde zo diep en meer dan wij maar kunnen bedenken!<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u00a0Wat gaat de liefde van God diep! De diepte daarvan is voor ons dieper dan wij kunnen beseffen.\u00a0 Hij stuurt Zijn Zoon voor zondaren om voor hen die straf te ondergaan. In onze plaats. Ik ga hier enkele van de vele gedeelten na waar in de Geest ons dat in Gods Woord duidelijk maakt. Juist ook als het gaat om Gods daden van verlossing geldt dat die dieper gaan dan wij kunnen bedenken. Juist als het om Gods weg van redding van Zijn volk en Zijn schepping gaat, moeten we bedenken wat we lezen in Jesaja 55: \u201cWant Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de\u00a0HEERE. Want\u00a0<em>zoals<\/em>\u00a0de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.\u201d vs. 8,9. In het Nieuwe Testament wordt dit ten aanzien van Gods weg van verlossing zo verwoordt: \u201cWij spreken echter\u00a0de wijsheid van God, als een geheimenis;\u00a0<em>een wijsheid<\/em>\u00a0die verborgen was\u00a0<em>en<\/em>\u00a0die God v\u00f3\u00f3r\u00a0<em>alle<\/em>\u00a0eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid;\u00a0<em>een wijsheid<\/em>\u00a0die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft.\u00a0Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar\u00a0<em>het is<\/em>\u00a0zoals geschreven staat:\u00a0Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen,\u00a0<em>dat is<\/em>\u00a0wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben. Aan ons echter heeft God\u00a0<em>het<\/em>\u00a0geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.\u201d 1 Korinthe 2:7-10<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De diepte van Gods plan van verlossing gaat ons verstand en hart te boven. Het komt voort uit God se onverklaarbare liefde voor zondaren. Een liefde die niet vanuit ons gedrag te verklaren is. Het komt uit Gods hart, het is helemaal Gods liefde. Zoals we dat o.a. lezen in 1 Johannes 4:7-10: \u201cGeliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben,\u00a0maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond\u00a0als verzoening voor onze zonden.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Die Goddelijke diepte van Gods liefde voor zondaren komt o.a. naar voren in het sturen van Christus als het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt. Zie Johannes 1:19. Johannes de Doper wijst als de door God gestuurde heraut van Christus de Here jezus bij het begin van zijn openbare optreden zo aan. Christus als het lam van God omvat het hele optreden van Jezus Christus. Want wanneer de apostel Johannes na Jezus\u2019 werk op aarde in de hemel mag kijken horen we een van de ouderlingen in de hemel zeggen wanneer hij naar Jezus Christus wijst, zeggen: \u201cEn een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie,\u00a0de Leeuw Die uit de stam van Juda is,\u00a0de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en\u00a0zeven ogen. Dat zijn de\u00a0zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde.\u201d Openbaring 5:5,6<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Door Jezus Christus als het Lam van God aan te wijzen, wordt verwezen naar het offer tot in dood die de Verlosser in onze plaats moest brengen tot in de dood. Dat het daarbij ook om het dragen van de straf ging zien we o.a. in Jesaja 53 en in de offers die in het Oude Testament gebracht moesten worden en wat er op Grote Verzoendag gebeurde. Op de offers en de Grote Verzoendag hoop ik in de komende tijd in meerdere artikelen nog terug te komen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Een ding is daarbij heel duidelijk dat de lammeren en andere dieren in onze plaats de dood in moesten. Dat ze daarbij ook de schuld droegen en ook wegdroegen. Zoals de bok die op Grote Verzoendag de woestijn ingejaagd werd. Die bok droeg de schuld van het volk mee en stierf in de woestijn om Gods volk van de dood en de straf te redden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We lezen in Jesaja 53 over Christus als het lam van God o.a. dit:\u00a0\u201cVoorwaar, onze ziekten heeft\u00a0H\u00edj op Zich genomen,\u00a0onze smarten heeft Hij gedragen.\u00a0W\u00edj hielden Hem echter voor een geplaagde,\u00a0door God geslagen en verdrukt.\u00a0Maar\u00a0Hij is om onze overtredingen verwond,\u00a0om onze ongerechtigheden verbrijzeld.\u00a0De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem,\u00a0en door Zijn striemen\u00a0is er voor ons genezing gekomen.\u00a0Wij dwaalden allen als schapen,\u00a0wij keerden ons ieder naar zijn\u00a0<em style=\"font-family: var( --e-global-typography-text-font-family ), Sans-serif; font-size: var( --e-global-typography-text-font-size ); text-align: var(--text-align); -webkit-text-size-adjust: 100%;\">eigen<\/em>\u00a0weg.\u00a0Maar de\u00a0HEERE\u00a0heeft de ongerechtigheid van ons allen\u00a0op Hem doen neerkomen.\u00a0Toen\u00a0<em style=\"font-family: var( --e-global-typography-text-font-family ), Sans-serif; font-size: var( --e-global-typography-text-font-size ); text-align: var(--text-align); -webkit-text-size-adjust: 100%;\">betaling<\/em>\u00a0ge\u00ebist werd, werd H\u00edj verdrukt,\u00a0maar\u00a0Hij deed Zijn mond niet open.\u00a0Als\u00a0een lam werd Hij ter slachting geleid;\u00a0als een schaap dat stom is voor zijn scheerders,\u00a0zo deed Hij Zijn mond niet open.\u201d Vs 4-7<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Christus als het lam van God wijst ook terug naar wat er bij de laatste plaag in Egypte gebeurde. Bij deze laatste plaag, waarbij ook het Pascha werd ingesteld, gaat de HEERE alle eerstgeborenen in Egypte doden. De enige manier om aan deze straf te ontkomen is om het bloed van een geslacht lam aan de deurposten van je huis te smeren. Bij de huizen waar dat gegaan is gaat de verderfengel van de HEERE voorbij. Het lam is geslacht, is doodgegaan in de plaats van de eerstgeborene in dat huis. Dat is ook verwijzing naar wat Christus voor ons gedaan heeft. We lezen namelijk in 1 Korinthe 5: \u201cVerwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons\u00a0Paaslam\u00a0is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus\u00a0feestvieren, niet met\u00a0oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosaardigheid, maar met ongezuurde\u00a0<em>broden<\/em>\u00a0van oprechtheid en waarheid.\u201d vs. 7,8<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Christus is ons Paaslam! Hij is gestorven in onze plaats zodat wij niet door Gods straf getroffen worden. Hij heeft het oordeel dat wij verdiend hebben op zich genomen en Gods toorn ondergaan in onze plaats. Hij heeft Zijn bloed gegeven dat door het geloof in Hem ons schoonwast en redt. Daarbij hoort door de verbondenheid met Hem een leven in Gods dienst tegenover de zonden.\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wanneer het gaat om Christus die Zijn leefde offerde en daarmee ook onze straf gedragen heeft is ook Leviticus 16 van groot belang. Daarover hoop ik de komende tijd een apart artikel te schrijven. Wanneer het gaat over de offers die zelf niet voor verzoening met God konden zorgen, maar juist naar Christus en Zijn leven en offer verwijzen, zie een eerder artikel.[10]<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Voor de vraag of Christus in de plaats van de gelovigen de straf gedragen heeft, is ook van belang wat we in het Nieuwe Testament lezen over het in Christus zijn en het met Hem zijn lezen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Met Jezus gestorven, begraven, opgevaren en opgestaan<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij dit onderdeel van dit artikel vlieg ik het aan vanuit Romeinen 6. In dit hoofdstuk wordt gesproken over met Christus gekruisigd, met Hem in de dood en met Hem opgestaan. Waarover gaat het als deze dingen gezegd worden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Het is belangrijk dat we heel goed voor ogen hebben wat Christus gedaan heeft, wat er met Hem gebeurd is. Hij is het op wie de zonde van de wereld al meer voelbaar op Hem gelegd werden. Al meer voelde de Here Jezus in de relatie met Zijn Vader in de hemel hoe Hij al meer tot een brok zonde werd gemaakt. Hij droeg die met zich mee en ging er al meer onder gebukt. Juist omdat Hij ze in onze plaats droeg. Met dat pak zonde dat op Hem was gelegd ging Hij toch naar het kruis. Hij ging de weg van Gods wil hoe ontzettend zwaar het ook was. Hij droeg de straf tot in de hel, tot in het van God verlaten zijn in de drie uren duisternis. Hij droeg de zonden van de gelovigen en daarmee de straf op die zonden mee in de hel. Hij onderging daarvoor de straf die genoeg was voor de betaling die nodig was.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Here Jezus neemt die zonden mee in de dood. Tot het diepste punt van de straf die wij verdiend hebben. Er is door de HEERE gezegd op de zesde dag dat als wij als mensen van de boom van kennis van goed en kwaad eten we de dood zullen sterven. De dood hoort bij de straf die we verdiend hebben. De Here Jezus draagt de straf die de geestelijke dood is en draagt ook de straf in de vorm van de lichamelijke dood.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hij staat op uit het graf. Hij laat dan de gedragen straf achter in het graf. Wie gelooft, wie in liefde verbonden is met deze Christus mag weten dat zijn of haar schuld en zonden als dood in het graf zijn achtergelaten.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Zoon van God Jezus Christus staat op uit de dood. De Geest laat in de opstanding zien dat God de gedragen straf als de echte betaling voor de zonden heeft aanvaard. In de opstanding zien we dat Jezus Christus de Zoon van God is. Zie Rom 1:4 verbonden in geloof met Christus betekent dat wij met Christus opstaan in een nieuw leven. Dat we de strijd aangaan met ons oude zondige ik. Dat wij door Hem willen leven voor God zoals we dat o.a. lezen in Romeinen 6:11-14: \u201cZo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Laat de zonde dan niet in uw sterfelijk lichaam regeren om aan de begeerten daarvan te gehoorzamen. En stel uw leden niet ter beschikking aan de zonde als wapens van ongerechtigheid,\u00a0maar stel uzelf ter beschikking aan God, als\u00a0<em>mensen<\/em>\u00a0die uit de doden levend\u00a0<em>geworden zijn<\/em>. En\u00a0<em>laat<\/em>\u00a0uw leden wapens van gerechtigheid\u00a0<em>zijn<\/em>\u00a0voor God. Want de zonde zal over u niet heersen. U bent namelijk niet onder de wet, maar onder de genade.\u201d<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Het dragen van de straf in onze plaats, was deel van Gods plan van verlossing.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u00a0<strong>Jezus moest lijden volgens het plan van de Vader<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>We hebben al gezien dat het dragen van de straf voor de gelovigen bij het lijden van Christus hoort. We zagen dat o.a. vanuit Jesaja 53. Wat de profeten ons laten zien is meer geen profetisch visioen of een visioen van de profeten. Het laat zien wat de HEERE te zeggen heeft en wat Zijn plan is.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Dat maakt de Here Jezus zien en horen tijdens Zijn leven op aarde.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Een van de dingen waarin dit duidelijk wordt is dat de Here Jezus zegt dat Hij bepaalde dingen moet doen. Ik geef enkele voorbeelden vanuit het Lukasevangelie. Let erop dat dit woorden van de Here Jezus zijn van zowel voor als na Zijn opstanding.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cHij zei:\u00a0De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden.\u201d 9:22<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cIk ben gekomen om vuur te werpen op de aarde en wat wil Ik\u00a0<em>nog meer<\/em>, nu het al ontstoken is!<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Maar Ik moet met een doop gedoopt worden, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is.\u201d 12:49,50<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cWant zoals de bliksem flitst van de ene\u00a0<em>plaats<\/em>\u00a0onder de hemel en naar de andere\u00a0<em>plaats<\/em>\u00a0onder de hemel licht, zo zal ook de Zoon des mensen zijn op Zijn dag. Eerst moet Hij echter veel lijden en verworpen worden door dit\u00a0<em>mensen<\/em>geslacht.\u201d 17:24,25<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cEn Hij zei tegen hen: O onverstandigen en tragen van hart! Dat u niet gelooft al wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden en\u00a0<em>zo<\/em>\u00a0in Zijn heerlijkheid ingaan? En Hij begon bij Mozes en\u00a0al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem\u00a0<em>geschreven<\/em>\u00a0was.\u201d24:25-27<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cEn Hij zei tegen hen:\u00a0Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen. Toen opende Hij hun verstand zodat zij de Schriften begrepen. En Hij zei tegen hen:\u00a0Zo staat er geschreven en zo moest de Christus lijden en uit de doden opstaan op de derde dag.\u201d24:44-46<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij dat plan hoorde ook dat de Zoon van God Zijn leven zou geven als de losprijs. De losprijs aan God door het dragen van onze straf en zo te betalen voor onze schuld. We horen de Here Jezus daarover in Markus 10 zeggen: \u201cWant ook de Zoon des mensen is niet gekomen\u00a0om gediend te worden, maar om te dienen, en\u00a0Zijn ziel te geven\u00a0<em>als<\/em>\u00a0losprijs voor velen.\u201d Vs 45<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De HEERE heeft in het Oude Testament de offerdienst ingesteld. Volgens Zijn plan. Tot in details schrijft de HEERE voor hoe de tabernakel er uit moet zien. Hij schrijft voor welke offer er in de tabernakel en later in de tempel gebracht moeten worden. Het wordt dan duidelijk dat de offers zelf niet voor de verlossing van Gods volk kunnen zorgen. Toch zijn ze volgens Gods plan nodig. Ze zijn nodig om steeds weer Zijn volk te laten zien dat er zonden zijn. Dat er verzoening nodig is. Dat er eens het beslissende offer voor onze zonden gebracht moet worden. Zie o.a. Hebree\u00ebn 10:3. Bij die herinnering aan de zonden vloeit er volgens Gods plan steeds bloed. Een dier sterft in de plaats van de offeraar. De offeraar heeft de straf verdiend die het dier symbolisch draagt. Eens moet volgens Gods plan de Verlosser Jezus Christus door de dood heen de straf voor ons dragen. Hij sterft dan de eeuwige dood om ons daarvan te redden. Hij staat voor ons op zodat wij de eeuwige dood niet hoeven mee te maken. Christus brengt het beslissende offer. We lezen dat o.a. in de brief aan de Hebree\u00ebn heel duidelijk. Ik geef als voorbeeld 9:11-15: \u201cMaar toen is Christus verschenen,\u00a0de Hogepriester van de toekomstige\u00a0<em>heils<\/em>goederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel\u00a0<em>gegaan<\/em>, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hij is niet door bloed van bokken en kalveren,\u00a0maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft\u00a0<em>daardoor<\/em>\u00a0een eeuwige verlossing teweeggebracht.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld,\u00a0<em>hen<\/em>\u00a0heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal\u00a0het bloed van Christus,\u00a0Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken\u00a0om de levende God te dienen! En daarom is Hij de Middelaar van het Nieuwe Testament,\u00a0opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die\u00a0<em>er<\/em>\u00a0onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.\u201d Vgl. o.a. 7:26-28; 10:9,10<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We zien in het offer dat Christus in de plaats van de gelovigen brengt dat er zo verzoening met God komt. De Drie-enige God zelf is hierin de handelende persoon. Die verzoening door het bloed van Christus heeft dan ook reddend effect voor de hele schepping. Door het offer, door het dragen van de straf. Daarom is het bloed van Christus beslissend voor de toekomst. Daarom is onze verbondenheid aan Christus beslissend voor onze toekomst. We lezen dit o.a. in Colossenzen 1:18-23: \u201cEn Hij is het hoofd van het lichaam,\u00a0<em>namelijk<\/em>\u00a0van de gemeente, Hij, Die het begin is,\u00a0de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn. Want het heeft\u00a0<em>de Vader<\/em>\u00a0behaagd dat\u00a0in Hem heel de volheid wonen zou, en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door\u00a0vrede te maken door het bloed van Zijn kruis,\u00a0<em>ja<\/em>\u00a0door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn. En Hij heeft u, die voorheen vervreemd was en vijandig gezind, zoals\u00a0<em>bleek uit uw<\/em>\u00a0slechte daden, nu ook verzoend, in het lichaam van Zijn vlees, door de dood,\u00a0om u heilig en smetteloos en onberispelijk voor Zich te plaatsen, als u tenminste in het geloof blijft, gefundeerd en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het Evangelie, dat u gehoord hebt, dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.\u201d\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>It brengt me bij het laatste voor dit artikel. Dat het dragen door Christus van de straf die wij verdiend hebben, alles met de eer van God te maken heeft.<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Gods eer<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>De eer van God komt steeds weer naar voren. De HEERE is niet verlicht om mensen na de zondeval te redden. Steeds weer zie je hoe Zijn volk een andere weg gaat dan dat de Here God wijst. Toch ziet Hij steeds weer naar Zijn volk om. Niet omdat ze het verdienen, maar om Zijn Naam. Hij laat zien dat Hij de God die niet met zich laat sollen maar toch zo genadig is dat dit boven ons verstand en gevoel uitgaat.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We lezen in Exodus na de zonde van Isra\u00ebl met het gouden kalf o.a. dit: \u201cToen daalde de\u00a0HEERE\u00a0neer in een wolk, ging daar bij hem staan en riep de Naam van de\u00a0HEERE\u00a0uit. Toen de\u00a0HEERE\u00a0bij hem voorbijkwam, riep Hij:\u00a0HEERE,\u00a0HEERE, God, barmhartig en genadig, geduldig en rijk aan goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid blijft bewijzen aan duizenden, Die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft, maar Die\u00a0<em>de schuldige<\/em>\u00a0zeker niet voor onschuldig houdt en\u00a0de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde\u00a0<em>geslacht<\/em>.\u201d Exodus 34:5-7<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We zien daar en ook verder in de Bijbel dat Gods weg naar de Verlosser zijn Naam raakt. Hij gaat door alles heen zonder dat het Zijn Naam, Zijn wezen aantast de weg naar de Christus die Hij beloofd heeft. Je ziet daarin Zijn barmhartigheid en genade. Die schittert onder een volk dat zover van Hem afgevallen is. Toch strijdt het niet met Zijn straf over de schuldige. De HEERE is die ene God die uit een stuk is. Juist dat laat zien wie Hij is. Dat is inhoud van Zijn Naam!<\/p>\n<p><\/p>\n<p>In dat plan van God waarin liefde en straf in volle harmonie bij elkaar horen, zien we de plaats van Christus. Als het lam dat geslacht is. Die Zijn bloed heeft gegeven om daarmee de schuldige mens te wassen. Die mens die in geloof vergeving zoekt bij het Lam dat in zijn of haar plaats gestorven is. Dat plan gaat ook over de periode na Christus\u2019 werk op aarde. Christus naar de hemel opgevaren om volgens Gods plan vanuit de hemel de geschiedenis te brengen naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Daarvoor is juist Christus als het Lam dat geslacht is zo nodig. Dat lezen we op een indrukwekkende manier als we in Openbaring lezen over de boekrol die geopend moet worden om de geschiedenis tot Gods doel te brengen. Het lijkt erop dat dit onmogelijk is. Johannes moet dan ook huilen als hij ziet dat niemand in de schepping waard is om die boekrol te openen. Wanneer de apostel Johannes hard huilt lezen we: \u201cEn een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie,\u00a0de Leeuw Die uit de stam van Juda is,\u00a0de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven hoorns en\u00a0zeven ogen. Dat zijn de\u00a0zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. En Het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechter<em>hand<\/em>\u00a0van Hem Die op de troon zat. En toen Het de boekrol genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich v\u00f3\u00f3r het Lam neer. Zij hadden elk een\u00a0citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn\u00a0de gebeden van de heiligen. En zij zongen\u00a0een nieuw lied en zeiden:\u00a0U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God\u00a0gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.\u201d vs. 5-9<\/p>\n<p><\/p>\n<p>We zien in het boek Openbaring de ontvouwing van Gods plan door Christus die ook het geslachte Lam is dat het offer van Zijn leven gaf voor hen die eens voor eeuwig op de nieuwe aarde zullen wonen. Hij gaf Zijn leven voor zondaren om hun straf te dragen en weg te dragen. Dat brengt juist tot lof op God en het Lam zoals we dat o.a. lezen in Openbaring 7:9-<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond v\u00f3\u00f3r de troon en v\u00f3\u00f3r het Lam, bekleed met witte gewaden en palm<em>takken<\/em>\u00a0in hun hand.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!<\/p>\n<p><\/p>\n<p>En alle engelen stonden rondom de troon, de ouderlingen en de vier dieren. Zij wierpen zich v\u00f3\u00f3r de troon neer met hun gezicht\u00a0<em>ter aarde<\/em>\u00a0en aanbaden God, en zeiden: Amen. De lofprijzing, de heerlijkheid, de wijsheid, de dankzegging, de eer, de kracht en de sterkte is aan onze God tot in alle eeuwigheid. Amen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Er zou nog zoveel meer te noemen zijn, maar laten we blijven bij de lof op God en het Lam!<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Conclusie<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>Er valt hierover nog veel meer te schrijven. Alleen al wat we nu gelezen in Gods Woord is een overweldigend bewijs dat de Here Jezus, dat de Zoon van God die mens geworden is niet alleen in onze plaats gehoorzaam is geweest, maar ook in onze plaats de straf gedragen heeft die wij verdiend hebben. Je zou wel kunnen zeggen dat de Zoon gehoorzaam was om alles te doen wat nodig was volgens Gods plan om Gods kinderen te verlossen. Tot op het kruis. Hij dronk de beker van Gods toorn tot de laatste druppel leeg om wie gelooft van die toorn te redden. Hij droeg die toorn in onze plaats. Je kunt hier denken aan Psalm 40: \u201cToen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet\u00a0<em>draag Ik<\/em>\u00a0diep in Mijn binnenste.\u201d Zie ook Hebree\u00ebn 10:5-19<\/p>\n<p><\/p>\n<p>De Zoon deed de wil van God tot het einde, tot het uiterste. Zie Johannes 13:1. Gehoorzamen aan God en het uitvoeren van Zijn plan van verlossing betekende dat Jezus Christus de zonden en de straf voor die zonden al hoe meer benauwend voelde. Denk aan Getsemane. Toch ging Hij gehoorzaam de weg naar het kruis om de straf voor wie de zijnen van de Vader zijn te dragen. Op zich te nemen. Zijn leven Zijn bloed daarvoor te geven. Om door Zijn plaatsbekledend lijden voor wie tot Hem vlucht met eigen schuld de straf voor hen weg te dragen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Gods eigen Woord is vol van het dragen van de straf, het stillen van Gods toorn door het offer en het leven van Jezus Christus.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Een heel bekend gedicht van Revius uit de 17e eeuw is dan ook helemaal volgens Gods Woord:<\/p>\n<p><\/p>\n<p>\u201cT\u2019en zijn de Joden niet, Heer Jezu, die u\u00a0kruisten,<br \/>noch die verraderlijk u\u00a0togen\u00a0voort gericht,<br \/>noch die versmadelijk u spogen int gezicht,<br \/>noch die u\u00a0knevelden, en\u00a0stieten\u00a0u vol\u00a0puisten,<\/p>\n<p>t\u2019en zijn de krijgslui niet die met\u00a0haar\u00a0felle vuisten<br \/>den rietstok hebben of den hamer opgelicht,<br \/>of het vervloekte\u00a0hout\u00a0op Golgotha gesticht,<br \/>of over uwen\u00a0rok\u00a0tsaam\u00a0dobbelden en\u00a0tuisten:<\/p>\n<p>ik bent, o Heer, ik bent die u dit heb gedaan,<br \/>ik ben den zwaren boom die u had\u00a0overla\u00ean,<br \/>ik ben de taaie\u00a0streng\u00a0waarmee gij ginkt gebonden,<br \/>de\u00a0nagel, en de speer, de gesel die u sloeg,<\/p>\n<p>de bloed-bedropen kroon die uwen schedel droeg:<br \/>want dit is al geschied, eilaas!, om mijne zonden.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bij deze conclusie hoort ook dat als we vanuit de Schrift de Drie Formuleren van eenheid, De Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels lezen we moeten zeggen dat deze over het punt dat we hebben onderzocht zuiver volgens Gods Woord spreken. Dat geldt ook wanneer Johannes Calvijn over deze dingen schrijft in zijn Institutie. O.a. in Boek II,15.6 en II,17.2<\/p>\n<p><\/p>\n<p><strong>Kleine selectie van de gebruikte literatuur<\/strong><\/p>\n<p><\/p>\n<p>Andresen, C. 1988\u00a0 Handbuch der Dogmen-und Theologiegeschichte Band 3, Vandenhoeck&amp;Ruprecht Gottingen\u00a0\u00a0\u00a0\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Asselt van, W.J.\u00a0 1998 Verzoening in veelvoud? <em>In<\/em>: Kerk en Theologie (tijdschrift) p. 201<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Buitink-Heijblom, 2012 M.A. Jesaja,\u00a0 Groen Heerenveen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Brink van den, G. 2017 En de aarde bracht voort, Boekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bruggen van, J. 1988\u00a0 Marcus, Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bruggen van, J. 2004\u00a0 Galaten Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Bruggen van, J. 2006\u00a0 Romeinen Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Cara, R.J. 2023\u00a0 Cracking the Foundation of the New Perspective on Paul, Christian Focus Publications Fearn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Calvyn, J Institusie van die Christelike godsdiens 1559 deel 2 (Vertaling H.W. Simpson 1986 Calvyn Jubileum Boekefonds Potchefstroom)\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Deurloo, K.A. e.a. 1998\u00a0 Verzoening\u00a0 en Koninkrijk,\u00a0\u00a0 Callenbach\u00a0 Nijkerk<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Edwards, J.R. 2002\u00a0 The Gospel according to Mark, Apollos Nottingham<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Floor, L.\u00a0 1979\u00a0 Het gericht van God volgens het Nieuwe Testament Buijten &amp; Schipperheijn Amsterdam.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Gathercole, S. 2015 Defending Substitution, Baker Academic\u00a0 Grand Rapids<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Genderen van, J. 1992 Beknopte Gereformeerde dogmatiek,\u00a0 Kampen Kok<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Gispen, W.H. 1950\u00a0 Het boek Leviticus Kok Kampen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Grasser, E. 2002\u00a0 Der zweite brief an die Korinther I, Gutersloher Verlaghaus \u00a0Gutersloh<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Groenewald, E.P. 1981 Het evangelie van Markus, N.G. Kerk-Uitgewers Kaapstad<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Groenewald, E.P. 1985\u00a0 Die tweede brief aan die Korinthiers N.G. Kerk-Uitgewers Kaapstad<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hartley, J.E. 1992. Leviticus, Word Books\u00a0 Dallas<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hendriksen, W. 1968\u00a0 Galatians, The banner of truth Edinburgh<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hendriksen, W, 1975\u00a0 The Gospel of Mark, The banner of truth\u00a0 Edinburgh<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hendriksen, W. 1980\u00a0 Romans 1-8, The banner of truth Edinburgh<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Holland, T. 2020\u00a0 Tom Wright and the search for Truth, Apiary Publishing\u00a0 London<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hulst, A.R., Leeuwen van, C 1981\u00a0\u00a0 Bevrijding in het Oude Testament,\u00a0 Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Kistemaker, S.J. 1984 Hebrews\u00a0 Baker Bookhouse Grand Rapids<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Kistemaker, S.J. 1986\u00a0 James and I-III John, Baker Bookhouse Grand Rapids<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Klaassen, M. 2013\u00a0\u00a0 In Christus rechtvaardig, Labarum Academic\u00a0 Apeldoorn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Klerk, P.J. 1951\u00a0 Die brief aan die Hebre\u00ebrs, J.L van Schaik Pretoria<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Koole, J.L. 1990\u00a0 Jesaja IIa, Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Kooten van, R. 2021\u00a0 Galaten De scherpste brief, Labarum Academic Apeldoorn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Kruse, C.G. 2020\u00a0 The letters of John, Apollos London<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Lalleman, P.J. 2005\u00a0 1,2 en 3 Johannes, Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Leeflang, E. 2022\u00a0 Tasten naar God, KokBoekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Maarsingh, B. 1980\u00a0 Leviticus, Callenbach Nijkerk<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Marshall, I.H. 1978 The Epistles of John, Eerdmans Grand Rapids<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Meulen van der, H.C. 2018 Met het oog op Jezus, Boekscout\u00a0 Soest\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Motyer, J.A. 1993\u00a0 The prophecy of Jesaja\u00a0 IVP Academic\u00a0 Illinois<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Motyer, J.A. 2013\u00a0 Stricken for the transgression of My people \u00a0<em>In<\/em>: Gibson D (red) From heaven He came and sought her p. 247-266, Crossway Wheaton\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Paas, S. 2023\u00a0 Vrede op aarde,\u00a0 KokBoekencentrum\u00a0 Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Paas, S. 2025\u00a0 De weg van vrede Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Packer, J.I., Dever, M. 2007\u00a0 In my place condemned He stood,\u00a0 Crossway Wheaton<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ridderbos, J. z.j. Jesaja\u00a0 Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Ryken, P.G. 2005 Galatians\u00a0 P&amp;R\u00a0 Publishing\u00a0 Philipsburg<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Schmithals, W. 1986\u00a0 Das Evangelium nach Markus II, Gutersloher Verlaghaus Gerd Mohn Gutersloh<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Sonneveld, R. 2018\u00a0 Het vergeten evangelie Buijten &amp; Schipperheijn Amsterdam<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Sonneveld, R. 2025\u00a0 Het einde van de hel, \u00a0KokBoekencentrum\u00a0 Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Spanje, T.E, 2009\u00a0 2 Korinthi\u00ebrs,\u00a0 Kok Kampen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Sprinkle, J.M. 2015 Leviticus and Numbers. BakerBooks Grand Rapids\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Stettler-Richter, H. <em>In<\/em>: Baum,A., Houwelingen van, R. 2019 Paulus over rechtvaardiging: Het oude en het nieuwe\u00a0 perspectief. KokBoekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Stempvoort, P.A. 1979\u00a0 De brief van Paulus aan de Galaten.\u00a0 Callenbach Nijkerk<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Villiers de, J.L. 1957\u00a0 Die loongedagte in die Nuwe Testament Van Keulen Den Haag<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Visser, J.R. 2017 Gelukkig geen mythe, Tesselaren Staphorst\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Vries de, P. 2018\u00a0 Uw lieflijkheid en schone dienst aanschouwd\u00a0 Labarum Academic, Apeldoorn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wiersinga, H. 1978 Je kunt beter geloven, Ten Have Baarn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Westerholm, S. 2019\u00a0 Rechtvaardigmaking Uitgeverij Groen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Wright, T. 2018\u00a0\u00a0 Goede Vrijdag, Van wijnen Franeker<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[1] Het nieuwe perspectief op Paulus en N.T. Wright zijn niet helemaal gelijk te stellen. Toch is er zeker als het over de rechtvaardiging gaat veel overeenstemming. Over New Perspective en N.T. Wright kun je o.a. raadplegen: Cara, R.J. 2023\u00a0 Cracking the Foundation of the New Perspective on Paul, Christian Focus Publications Fearn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Burger, H. <a href=\"https:\/\/www.academia.edu\/9064367\/Paulus_en_Tom_Wright_over_rechtvaardiging\">https:\/\/www.academia.edu\/9064367\/Paulus_en_Tom_Wright_over_rechtvaardiging<\/a><\/p>\n<p><\/p>\n<p>Holland, T. 2020\u00a0 Tom Wright and the search for Truth, Apiary Publishing\u00a0 London<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Stettler-Richter, H. <em>In<\/em>: Baum,A., Houwelingen van, R. 2019 Paulus over rechtvaardiging: Het oude en het nieuwe\u00a0 perspectief. KokBoekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Klaassen, M. 2013\u00a0\u00a0 In Christus rechtvaardig, Labarum Academic\u00a0 Apeldoorn<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[2] Voorbeelden hiervan zijn de publicaties van Reinier Sonneveld en Stefan Paas in de laatste jaren. Ik noem hierbij de volgende publicaties:\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Sonneveld, R. 2018\u00a0 Het vergeten evangelie Buijten &amp; Schipperheijn Amsterdam<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Sonneveld R.\u00a0 2025\u00a0 Het einde van de hel Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Paas, S. 2023 Vrede op aarde Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Paas, S. 2025\u00a0 De weg van vrede Kokboekencentrum Utrecht<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[3] Zie de volgende artikelen op:<\/p>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/artikelen\/geloofsleven\/nog-bekering-nodig\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/het-einde-van-de-hel\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/de-weg-van-de-vrede\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<p>Zie ook:<\/p>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/cursussen\/aantekeningen-begeleiding-studenten\/christus-stierf-voor-onze-zonden-1\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/artikelen\/droeg-christus-de-straf-in-onze-plaats\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<figure>\nhttps:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/artikelen\/kritiek-op-de-offers\n<\/figure>\n<p><\/p>\n<p>[4] W.J. van Asselt\u00a0 1998 Verzoening in veelvoud? <em>In<\/em>: Kerk en Theologie (tijdschrift) p. 201 Zie hiervoor ook Genderen van, J. 1992 Beknopte Gereformeerde dogmatiek \u00a0Kampen Kok p. 475-477<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[5] Een voorbeeld daarvan is van den Brink, G 2017 En de aarde bracht voort Boekencentrum Utrecht Op dit boek ben ik uitgebreid ingegaan in mijn boek \u2018Gelukkig geen mythe\u2019.\u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[6] Floor, L.\u00a0 1979\u00a0 Het gericht van God volgens het Nieuwe Testament Buijten &amp; Schipperheijn Amsterdam.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[7] Zie; <a href=\"https:\/\/avgt.nl\/jezus-christus-voltrekt-als-de-strijder-het-oordeel\/\">https:\/\/avgt.nl\/jezus-christus-voltrekt-als-de-strijder-het-oordeel\/<\/a><\/p>\n<p><\/p>\n<p>[8] Westerholm, S. 2019\u00a0 Rechtvaardigmaking Uitgeverij Groen<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[9] In de eerdergenoemde boeken van Sonneveld vind je dit heel duidelijk terug. Ook bij Paas lezen we dit in zijn laatste boek: \u201c\u201cJezus heeft het in zijn verhalen over mensen die buiten de feestzaal terecht komen, en regelmatig vind je in het Nieuwe Testament dat er een mogelijkheid is om \u2018verloren\u2019 te gaan (Mattheus 5:29; 1 Korinthe 1:18, enzovoort). Verloren gaan is blijkbaar: buitengesloten worden uit het vrederijk. \u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Voor altijd? Tijdelijk? Als opvoedingsmaatregel? \u00a0<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Hier kom je al snel weer terecht in speculatie. Wij weten niet zoveel over wat er aan de andere kant van de waterval gebeurt. Laat ik proberen er toch iets over te zeggen.<\/p>\n<p><\/p>\n<p>Met \u2018eeuwige straf\u2019 heb ik moeite, omdat ik niet zie hoe dat te verenigen is met een God van vrede. Ik bedoel niet dat een God van vrede nooit zou kunnen oordelen; dat lijkt me eerder een sentimentele dan een vredelievende gedachte. Maar het punt is: Gods oordeel is deel van zijn liefde. Oordeel is recht doen met het oog op vrede. Oordeel is alleen recht als het geopend is naar verzoening en vreugde. Is dat te rijmen met een altijddurend oordeel zonder kans op verzoening en vreugde? Ik zie niet hoe dat een rechtvaardig oordeel kan zijn in bijbelse zin. Gods vredestichtende liefde kan oordelen en zal oordelen, maar zij kan niet oordelen zonder ophouden. Dat zou geen recht doen aan de God van de vrede.\u201d De weg van vrede p. 258,259<\/p>\n<p><\/p>\n<p>[10] <a href=\"https:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/artikelen\/kritiek-op-de-offers\">https:\/\/www.evangeliebelijden.nl\/artikelen\/kritiek-op-de-offers<\/a><\/p>\n<p><\/p>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Een artikel van\u00a0Ds. J.R. Visser De laatste jaren krijg ik in contacten al meer te horen dat de Here Jezus wel gehoorzaam in onze plaats was maar niet in onze plaats de straf gedragen heeft. De straf die wij als mensen door onze schuld en zonden verdiend hebben. Daarmee hangt ook samen dat dat zowel [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3,24,12,19],"tags":[38],"class_list":["post-2265","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-ds-j-r-visser","category-historia-revelationis","category-overzicht","tag-visser"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2265","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2265"}],"version-history":[{"count":3,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2265\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2268,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2265\/revisions\/2268"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2265"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2265"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2265"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}},{"id":2208,"date":"2025-03-27T19:35:08","date_gmt":"2025-03-27T18:35:08","guid":{"rendered":"https:\/\/avgt.nl\/?p=2208"},"modified":"2025-03-27T19:50:49","modified_gmt":"2025-03-27T18:50:49","slug":"geloof-en-gevoel","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/avgt.nl\/geloof-en-gevoel\/","title":{"rendered":"Geloof en gevoel"},"content":{"rendered":"\n<p>Een artikel van\u00a0<a href=\"https:\/\/avgt.nl\/docenten\/\">Ds. J.R. Visser<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>Wij leven in een tijd waarin het gevoel een heel belangrijke rol speelt. We ademen de emotiecultuur van onze tijd op allerlei manieren in. Hoe omvattend en diep dit gaat, lezen we o.a. in het boekje \u2018De emotiemens\u2019 van dr. Stefan Paas. Paas geeft daarbij een treffend voorbeeld. Een voorbeeld van een neef die alles heeft, al voorbij de twintig is, maar niet weet wat voor opleiding hij moet volgen. Dan gaat het zo verder:<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cLaatst had ik het er met hem over. Hij zei: \u201dIk wil iets met mensen, maar ik weet niet wat: Ik vroeg: \u2018Ben je bang dat je, als je een keus maakt, jezelf vastlegt en als je dan later spijt krijgt je niet meer terug kunt?\u2019. Ja, zei hij, dat was het precies. Hij had oneindig veel meer te kiezen dan zijn overgrootvader vroeger, maar hij durfde niet. Hij had het idee dat er enorm veel van afhing, van zijn keuze. Je hele toekomst hangt ervan af. Dat besef werkt nogal verlammend. En nu wacht hij min of meer totdat er een mogelijkheid voorbijkomt, waarbij alles ineens \u2018klikt\u2019, waarbij hij een \u2018ja-gevoel\u2019 krijgt, waarbij hij \u2018zoiets van, ja \u2026 kicken weet je wel\u2019-gevoel krijgt, waarbij de vlinders door zijn buik gieren\u2026. Kortom, waarbij de keus voor hem wordt gemaakt, niet door zijn voorgeslacht, maar door een onweerstaanbare en overweldigende emotie. Mijn neef is duidelijk een emotiemens.\u201d&nbsp; Pagina 3 De emotiemens (Uitgave Zendtijd voor de kerken 2005).<\/p>\n\n\n\n<p>Juist in een tijd die zo door gevoel en emotie bepaald wordt is het belangrijk om over geloof en gevoel na te denken. Om te kijken hoe er in de geschiedenis naar gekeken is. Of we in de gereformeerde belijdenisgeschriften er iets over vinden. Om ook te kijken hoe de Heilige Geest in de Bijbel daarover spreekt. Ik wil aan het einde ook nog enkele opmerkingen maken over geloof en gevoel in verband met de verkondiging van het evangelie in de kerkdiensten.<\/p>\n\n\n\n<p>Dit is niet meer dan een inleiding die een paar grote lijnen wil laten zien.<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Iets uit de geschiedenis<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>We zien in de geschiedenis van de christelijke kerk steeds weer een heen en weer bewegen tussen verstand en gevoel. Steeds weer zie je tijden dat, ook onder invloed van wat er buiten de kerk gebeurt, veel nadruk op het gevoel en de emotie wordt gelegd. Een paar voorbeelden:<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"1\" class=\"wp-block-list\">\n<li>In het midden van de tweede eeuw na Christus verdwijnt in meerdere kerken in Klein-Azi\u00eb de eerste liefde. Mensen zeggen te geloven, maar het geloof wordt bij velen niet doorleeft. Het is niet meer de band met Christus die het hele leven draagt en stuurt. In deze tijd treedt een zekere Montanus op. Hij doet dat samen met zijn profetessen Priscilla en Maximilla. Montanus ziet zichzelf als de Trooster die Christus in Johannes 14 beloofd heeft. Maximilla ziet zichzelf als de laatste profetes. Na haar zal er geen profeet meer opstaan. Na haar zal de tijd van Jezus terugkeer komen. De verkondiging van Montanus en zijn profetessen gaat met veel emotionele verschijnselen gepaard. Montanus raakt ook zelf in extase. Zijn boodschap is dat Christus gauw zal terugkomen. Juist vanwege het emotionele, het in extase raken, trekt Montanus veel mensen. Er ontstaan vanuit het optreden van Montanus veel gemeenten. Het leven in die gemeenten kent veel overtuiging en veel aandacht voor de emotionele kant van geloven. Dit straalt vanuit die gemeenten de wereld in. Er is ook veel aandacht voor een zuiver ethisch leven. Aan veel wereldse dingen doen de Montanisten consequent niet mee. Op het eerste gezicht bouwen Montanus en zijn beweging verder op de boodschap die in de kerk gebracht wordt. Daarom is er in het begin in de kerken weinig weerstand tegen Montanus.<\/li>\n\n\n\n<li>We zien ook in de tijd van de Middeleeuwen bewegingen opkomen die veel aandacht voor het gevoel vragen. Ook dan is een van de achtergronden dat in de kerken er zo weinig doorleving van het geloof is. Dat er zo slordig geleefd wordt en er weinig aandacht is voor het echt gelovig leven met Christus.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p>Dit staat dan tegenover een kerk die machtspolitiek bedrijft. Een kerk waarin geld en macht een grotere rol spelen dan het leven dichtbij Christus. Dan komt er een beweging die vooral aandacht voor het gevoel vraagt. We kunnen dan denken aan Joachim Fiore, Thomas a Kempis, de beweging van de Moderne Devotie en van de Broeders van het Gemene leven.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"1\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Ook in de tijd van de Reformatie en daarna zijn er bewegingen die veel nadruk op het gevoel leggen. Je kunt denken aan de Wederdopers. Wanneer later de doorleving van het geloof in de kerken van de Reformatie niet meer echt uitkomt, komt er de beweging van het Puritanisme en het Pi\u00ebtisme. We zien in verschillende landen verschillende uitwerkingen. Als het om de Lutherse landen gaat, spreken we vooral van het pi\u00ebtisme, gaat het om Schotland en Engeland dan wordt vooral van het Puritanisme gesproken. Terwijl we het in Nederland vooral over de Nadere Reformatie hebben. Het gaat me nu niet om de verschillen tussen deze bewegingen. De grote overeenkomst is dat er veel aandacht is voor de doorleving van het geloof. Veel aandacht voor het persoonlijke geloof dat nodig is. Daarbij krijgt ook het gevoel veel aandacht.<\/li>\n\n\n\n<li>Ook in de 18e eeuw zien we weer een beweging die veel aandacht aan het gevoel geeft. Dat is wat later het Methodisme genoemd is. Mensen als Wesley en Whitefield vragen aandacht voor de persoonlijke geloofsovertuiging omdat het geloof in de kerken al meer rationeel geworden is. Het menselijk verstand komt al meer op de troon te zitten.<\/li>\n\n\n\n<li>Aan het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw is het Schleiermacher die het gevoel weer in het middelpunt van de theologie en het geloof zet. Het menselijk gevoel wordt bij hem zelfs beslissend voor de inhoud van het geloof. In de 20e eeuw zie je daar de uitlopers van bij o.a. H. Berkhof en H.M Kuitert.<\/li>\n\n\n\n<li>Als we naar onze eigen tijd kijken wordt het leven en het denken bij velen gekenmerkt door eigen gevoel en ervaring. Eigen gevoel en ervaring zorgen voor een eigen waarheid die je mag hebben. Ook in de kerk en voor de inhoud van het geloof wordt dat het belangrijkste bij velen. Dat zorgt ervoor dat kerkdiensten meer ontmoetingen van mensen met hun eigen geloofservaringen worden, dan echt ontmoeting samen met God. We hebben hier met allerlei ervaringen en gevoelens te maken, die heel sterk van elkaar kunnen verschillen. Het gaat erom waar jij je bij thuis voelt.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Gevaren<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer je naar de eerdergenoemde bewegingen en personen in de kerkgeschiedenis kijkt, kun je bezwaren inbrengen. Als gereformeerden is er ook op die gevaren gewezen. Het gevoel kan een te grote plaats gaan innemen. Ik noem enkele van die gevaren die genoemd zijn.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"1\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Er is meerdere keren door al de aandacht voor het gevoel een mysticisme ontstaan dat de mensen losmaakte van het Woord. Mensen gingen geloven in een voortgaande openbaring. Op een andere manier zie je dat vandaag terug in de overtuiging dat de Geest een ontwikkeling in gang gezet heeft waar wij in onze cultuur mee meegaan en die zelfs kan uitkomen bij dingen die tegen de Schrift ingaan.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>In de geschiedenis zie je vooral dat mensen op eigen openbaringen en visioenen gaan bouwen of op die van hun leider. Je ziet dat o.a. bij de Montanisten, Wederdopers en een deel van de charismatische beweging. Bij radicale uitlopers van het pi\u00ebtisme is dat ook het geval. (O.a. Gottfried Arnold 1666-1714 en Johann Konrad Dippel 1673-1734)<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"2\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Het gevolg van het bouwen op eigen gevoel is, dat mensen alleen die delen van de Schrift echt aanvaarden die hun gevoel aanspreken. Dat kan eigen gevoel zijn, het gevoel van velen in de samenleving of velen in de kerk. De eigen groep met haar gevoelens wordt beslissend. Je ziet dit in feite terug bij een deel van de Wederdopers, bij Schleiermacher, bij Berkhof, Kuitert. Ook bij de Bruijne, maar dan wel op een wat andere manier.<\/li>\n\n\n\n<li>Heel veel aandacht voor het gevoel kan ook tot wetticisme leiden. Dan komt er een soort farize\u00efsme op. Dan moeten er voor zelfs heel kleine dingen, zelfs voor dingen waarbij we niet kunnen zeggen: \u2018zo wil de HERE het volgens Zijn Woord\u2019 regels gemaakt worden waarop anderen beoordeeld en veroordeeld worden.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>Een andere vorm van wetticisme door veel aandacht op gevoel is perfectionisme. Je zou als mens een tweede zegen moeten krijgen die ervoor zorgt dat je vanaf dan zondeloos kunt leven.<\/p>\n\n\n\n<p>Een nog weer andere vorm is dat bepaalde gevoelens er eerst in je leven moeten zijn voordat je echt een gelovige kunt zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>Je ziet steeds weer de neiging dat mensen op hun eigen ervaringen, daden of gevoelens willen bouwen in plaats van op Gods belofte.<\/p>\n\n\n\n<p>Het is duidelijk dat de grote nadruk op het gevoel gevaren met zich meebrengt. Het is goed om daarvoor onze ogen open te hebben. Maar betekent dit dat het gevoel alleen maar gevaarlijk voor het geloof is? We moeten uitkijken om als we de gevaren zien niet door te slaan. Om met het badwater niet het kind weg te gooien. De neiging om over te reageren is altijd weer aanwezig. De geest van de tijd, maar ook de reactie daarop, mag ons denken niet beslissend beheersen. Is gevoel alleen maar gevaarlijk voor het geloof? Belijden we als gereformeerden dat we het gevoel buiten ons geloofsleven moeten houden? Het is goed om met die vragen eens naar onze Belijdenisgeschriften te gaan en dan in het bijzonder naar de Dordtse Leerregels.<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Gevoel in onze Belijdenisgeschriften<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>We beginnen bij de Dordtse Leerregels. Wanneer het over de geloofszekerheid en de uitverkiezing gaat, spreken de Dordtse Leerregels ook over ons gevoel. Je ziet dat in I,12,13 en Verwerping van de Dwalingen I,7<\/p>\n\n\n\n<p>De remonstranten leerden juist dat een mens tijdens zijn leven op aarde nooit echt zeker van zijn geloof en uitverkiezing kon zijn. Daar was volgens de remonstranten een uitzondering op. Dat was dat je door een bijzondere openbaring daarvan zekerheid had gekregen. Zie hiervoor V,10 Verwerping van de Dwalingen V,5. Volgens de remonstranten kwam dit alleen in uitzonderlijke gevallen voor. Het normale gevoel is volgens hen voor de gelovige dat er op dit punt twijfel blijft bestaan. Hiertegenover belijden we in de Dordtse Leerregels o.a. dit: \u201cVan hun eeuwige en onveranderlijke uitverkiezing tot behoud worden de uitverkorenen, ieder op zijn tijd, verzekerd, zij het niet bij iedereen even sterk en in gelijke mate. Die zekerheid ontvangen de uitverkorenen niet, wanneer zij de verborgenheden en diepten van God nieuwsgierig doorzoeken. Maar zij ontvangen haar, wanneer zij met een geestelijke blijdschap en heilige vreugde de onmiskenbare vruchten van de uitverkiezing, die Gods Woord aanwijst, bij zichzelf opmerken, zoals bijvoorbeeld het ware geloof in Christus, kinderlijk ontzag voor God, droefheid naar Gods wil over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid.\u201d I,12<\/p>\n\n\n\n<p>Bij de vruchten van het geloof hoort ook gevoel. Het gaat om ons hele mens-zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>In I,13 lezen we o.a. dit: \u201cWanneer Gods kinderen nu de uitverkiezing ervaren en er zeker van zijn\u201d. In de oorspronkelijke tekst lezen we voor het woord ervaren gevoelen. De oorspronkelijke Nederlandse tekst is: \u201cUut het gevoelen ende de verseeckertheyt van&nbsp; dese Verkiesinghe nemen de kinderen Gods daghelicx meerder oorsaecke om haerselven voor God te verootmoedigen,&#8221;.<\/p>\n\n\n\n<p>De Dordtse Leeregels maken duidelijk dat gevoel bij het geloof hoort. Dat zien we ook in de Verwerping van de Dwalingen I,7: \u201cNu is het al dwaas om over een onzekere zekerheid te spreken, maar het is bovendien ook in strijd met wat de heiligen ondervinden. Op grond van de ervaring (oorspronkelijk ghevoelen) van hun uitverkiezing verheugen zij zich met de apostel en prijzen deze weldaad van God, terwijl zij zich overeenkomstig Christus&#8217; aansporing met de discipelen verblijden dat hun namen in de hemel staan opgetekend. Ook stellen zij de ervaring van hun uitverkiezing tegenover de vurige pijlen van de aanvechtingen van de duivel, wanneer zij vragen: &#8220;Wie zal uitverkorenen van God beschuldigen?&#8221;(Rom. 8, 33).<\/p>\n\n\n\n<p>In hoofdstuk III\/IV gaat het o.a. over de wedergeboorte. Wanneer we over de wedergeboorte nadenken, wordt het duidelijk dat de heilige Geest met de wedergeboorte ook ons gevoel raakt. In III\/IV,12 wordt de wedergeboorte zo omschreven: \u201cDit is de wedergeboorte, de vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de dood en levendmaking, die God zonder ons in ons tot stand brengt en waarover in de Schrift zo indrukwekkend gesproken wordt. God brengt deze wedergeboorte niet tot stand door alleen te laten prediken of een appel op ons te doen. Zij geschiedt niet op zo&#8217;n manier dat de mens, wanneer God voor zijn deel het werk voltooid heeft, nog steeds bij machte is al dan niet wedergeboren en bekeerd te worden. Nee, het is een volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle (oorspronkelijk \u2018soete\u2019), wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking. Deze is naar het getuigenis van de Schrift, die ingegeven is door dezelfde God die dit bewerkt, niet minder krachtig dan zijn werk bij de schepping of de opwekking van doden. Daardoor worden allen bij wie God op deze bewonderenswaardige wijze in het hart werkt, volstrekt zeker en met kracht wedergeboren en gaan zij metterdaad geloven. En wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade, die hij ontvangen heeft.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>De wedergeboorte wordt hier ook een verborgen en onuitsprekelijk werk van God genoemd. Dat betekent niet dat we het als gelovige als Gods werk in ons leven herkennen. Je merkt het wel degelijk op, want het is een liefdevolle, soete, aangename daad van God in je leven. Je leest dat ook in het volgende artikel van de Dordtse Leerregels: \u201cHoe dit in zijn werk gaat, kunnen de gelovigen in dit leven niet volledig begrijpen. Intussen vinden zij rust in de wetenschap en ervaring (oorspronkelijk: \u2018ondertusschen stellen sy haer daerin gerust, dat&nbsp; sy&nbsp; weten en ghevoelen\u2019) dat zij door deze genade van God van harte geloven en hun Verlosser liefhebben.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>In hoofdstuk V gaat het over de volharding van de heiligen. In dit hoofdstuk wordt teer en indringend over het leven van het geloof gesproken. Ook hier lezen we over geloof en gevoel. In artikel 2 van dit hoofdstuk belijden we dat het leven van de gelovige nog altijd een leven is waarin vergeving dagelijks nodig is. We zijn als gelovige niet zonder zonde. Daarop volgt dan: \u201cDit geeft hun voortdurend reden zich voor God te verootmoedigen en hun toevlucht tot de gekruisigde Christus te nemen. Ook gaan zij daardoor steeds meer het vlees doden door de Geest der gebeden en door zich te oefenen in een godvrezend leven en zij verlangen vurig naar het bereiken van de volmaaktheid. (Oorspronkelijk: \u2018ende na die perk der volmaectheyt te suchten\u2019) Ons verlangen gaat niet buiten ons gevoel om. Wanneer een gelovige ernstig zondigt, tast dat ook zijn gevoel aan. Daarvan belijden we in art 5: \u201cMet zulke grove zonden wekken zij Gods toon in hoge mate op; zij verdienen opnieuw de dood; zij bedroeven de Heilige Geest; zij oefenen zich een tijdlang niet meer in het geloof; zij brengen grote schade toe aan hun geweten en ervaren (\u00f3orspronkelijk: \u2018ghevoelen\u2019) soms voor een tijd de genade niet meer.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer er dan berouw komt, heeft dat ook weer invloed op het gevoel. Daarvan belijden we in artikel 7: \u201czij krijgen van harte en naar Gods wil verdriet over deze zonden; zij begeren en ontvangen door het geloof en met een verbroken hart vergeving door het bloed van de Middelaar; zij ervaren (oorspronkelijk \u2018ghevoelen\u2019) opnieuw de genade van God, die nu met hen verzoend is; zij aanbidden zijn barmhartigheid en trouw en spannen zich voortaan des te meer in om hun behoud met vrees en beven te bewerken.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Er zou nog meer te noemen zijn uit de Dordtse Leerregels. Dat ga ik nu niet doen. Ik noem nog een enkel ding op dit punt uit onze andere belijdenisgeschriften.<\/p>\n\n\n\n<p>Er staat een opvallende zin in artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het gaat in dit artikel over ons geloof in de Drie-enige God. De eerste zin van dit artikel is: \u201cWij weten dit alles zowel uit het getuigenis van de Heilige Schrift als uit de werkingen van deze Personen, voornamelijk uit die welke wij in onszelf ervaren. (Oorspronkelijk: uyt gene die wy in ons gevoelen\u2019)\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Dat ons gevoel niet buiten ons geloof staat, leren we ook in vraag en antwoord 58 van de Heidelbergse Catechismus: \u201cWelke troost put u uit het artikel over het eeuwige leven?<\/p>\n\n\n\n<p>Antwoord: Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Deze klein duik in onze belijdenisgeschriften maakt al duidelijk dat geloof niet zonder gevoel is. Geloof legt ook beslag op ons gevoel. Het gaat om geloven als hele mens. Daarin spreken de Dordtse Leerregels en ook de rest van onze belijdenis de Schrift na.<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Iets uit de Heilige Schrift<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer je Gods Woord leest, is heel duidelijk dat gevoel en geloof bij elkaar horen. Eigenlijk is het niet eens nodig om daarvan veel voorbeelden te noemen. Beslissend is wat Christus in Mattheus 22 zegt: Hij geeft daar als onze hoogste Profeet en Leraar de samenvatting van Gods wet. Met daarbij de nadruk op een leven met de HERE en volgens Zijn wil met ons hele mens-zijn. Met hart en ziel. De Here Jezus noemt ons hele hart, heel onze ziel en al onze krachten. Zie vs. 37. Het gaat om God liefhebben met ons hele hebben en houden. Daarbij wordt ons gevoel niet uitgesloten. De HERE heeft ons gevoel gegeven als een mooi geschenk van Hem. Dat hoort ook bij het beeld van Hem zijn. Bij de bekering tot de HERE wordt ons gevoel niet uitgeschakeld. Geloof en bekering amputeren ons als mens niet. Het geeft juist herstel en snijdt het zondige in ons leven en ook in ons gevoel af. Geloof en bekering amputeren wel de zondaar, maar niet de mens zoals die volgens Gods goede wil geschapen is. De HERE wil ons herstel. Ook van ons gevoel.<\/p>\n\n\n\n<p>Wanneer we alleen het gevoel als invalspoort voor de zonde in ons leven zien, peilen we het gevaar van de zonde niet genoeg. Ook ons verstand, ook onze wil, zijn door de zonde bedorven. Verstand en wil zijn niet minder gevaarlijk dan ons gevoel. We hebben ons als hele mens te bekeren. Ook ons gevoel moet zich al meer normeren naar de wil van God. Het moment dat we ons verstand, onze wil of ons gevoel aan God gelijkstellen, zijn we verkeerd bezig. De norm voor ons hele leven is en blijft Gods Woord. De Geest geeft ons door het Woord richting voor ons verstand, voor onze wil en ons gevoel, voor ons hele leven, voor ons hart.<\/p>\n\n\n\n<p>Dat de HERE ook ons gevoel richting wil geven lezen we o.a. in 2 Korinthi\u00ebrs 7. In vers 10&nbsp; gaat het over het verschil tussen de droefheid naar de wil van God en de droefheid van de wereld. In beide gevallen is er sprake van emotie, van gevoel. In beide gevallen is er een soort verdriet over wat verkeerd gegaan is. Toch is het ene een gevoel dat goed is Gods ogen en het andere niet.<\/p>\n\n\n\n<p>Iemand kan berouw over zijn zonden hebben omdat hij weet en voelt dat hij de HERE daarmee verdriet gedaan heeft. Dat is de droefheid volgens Gods wil. Je kunt ook denken: ik heb het verkeerd gedaan maar ik doen het de volgende keer weer zo. Dan werk je niet aan een leven met de HERE. Dat is een droefheid van de wereld. Het kan ook nog anders. Je spreekt spijt uit over wat je gedaan hebt. Je doet dat niet omdat je het echt verkeerd vond, maar de gevolgen die het voor je heeft zijn heel beroerd. Daarom heb je spijt. Het gaat om je eigen belang. Ook dat is droefheid van de wereld.<\/p>\n\n\n\n<p>Geloof en gevoel horen bij elkaar. Ook als het gaat om de blijdschap in ons leven. Ik wil nu nog voor een ding aandacht vragen.&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Wat betekent dit voor ons als studenten en predikanten?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Er is veel meer te noemen dan wat ik nu ga doen. Toch is het goed en belangrijk om het ook op onszelf te betrekken.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"1\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Het is belangrijk dat uit ons optreden duidelijk wordt dat wij door Christus en Zijn evangelie gegrepen zijn. Dat we het werk als predikant niet doen voor de centen. Van ons mag overtuiging, blijdschap van het geloof, liefde voor de HERE en Zijn Woord verwacht worden. Om zo voorbeelden voor de kudde te zijn.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>Het is belangrijk dat dit ook in de prediking van het evangelie uitkomt. Mensen moeten aan ons zien en merken dat we Gods Woord met overtuiging verkondigen. Dat we het evangelie met bezieling, met geestdrift, door de Geest verkondigen. Vanuit de vertrouwelijke omgang met de HERE, op het gebed. Het is zo belangrijk dat dit deel van ons dagelijkse gebed is. Om onze Zender te vragen om ons dit steeds weer te geven.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"2\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Deze dingen hebben ook gevolgen voor ons denken. Ook als het om ethische zaken gaat. Bij de ethiek zal ook betrokken moeten worden wat de gevoelens zijn waarmee mensen tot bepaalde keuzes in hun leven komen. Die gevoelens maken in onze tijd zeker een groot deel van de verantwoording uit waarom mensen iets juist wel of niet doen.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>Dat vraagt om een toetsing van gevoelens aan het Woord. Ook een verwijzing naar de HERE wat bepaalde daden en woorden aan gevoelens bij de HERE oproepen.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"3\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Dat geloof en gevoel niet los verkrijgbaar zijn heeft ook gevolgen voor de prediking. De preek kan niet volstaan met de exegese van de tekst. De exegese is onmisbaar en moet grondig gebeuren! Het moet duidelijk zijn dat we Gods eigen Woord verkondigen.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>Vanuit de exegese komt dan ook de vraag wat de boodschap van de HERE voor ons vandaag is. Ook als het om ons gevoel gaat. Gevoel is een deel van het leven. Het is er ook om ons heen in de samenleving. Daarom is het belangrijk om in de prediking, op de catechisatie en in het pastoraat ook aandacht aan het gevoel te geven. Ook als mensen in hun gedachten of echt met de daad voor ethische beslissingen staan. Het gevoel is er in een grote verscheidenheid. Dat vraagt om aanvoeling en om een duidelijk spreken vanuit het Woord en het verwijzen naar Christus die ook onze gevoelens uit ervaring kent. Zie Hebr. 4:14-16<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"4\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Het is belangrijk dat we in ons spreken in de gemeente ook werken aan de ontwikkeling van de gevoelens. Om mensen bijvoorbeeld niet tot angst te brengen die wel tot geloofsonzekerheid moet leiden. Om juist steeds weer de weg naar Christus te wijzen, bij wie zekerheid en blijdschap te krijgen is. Ook als je Christus volgt in een leven volgens Gods wil. Daar komt de ethiek weer om de hoek kijken.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>Het kan ook nodig zijn om juist te wijzen op het verdriet over de zonden. Omdat mensen eigenlijk aan hun zonden voorbij leven en eigenlijk niet meer weten wat zonden in hun leven zijn. Om mensen te laten zien dat geloven niet alleen een zaak van ons verstand is. Het is belangrijk dat we de gemeente voorgaan in een leven uit geloof. Met een goede geloofsinhoud en ook een leven dicht bij de HERE volgens Zijn wil. Dan geven we de gemeente ook goede leiding in een gevoel naar Gods wil.<\/p>\n\n\n\n<ol start=\"5\" class=\"wp-block-list\">\n<li>Persoonlijk gebed is heel belangrijk. Onmisbaar. Dat we de HERE ook vragen of Hij ons geeft dat wij het aanvoelen als mensen met hun moeite en gevoelens komen. Dat we het niet zomaar wegschuiven. Dat we leren met liefde en rustig verkeerde gevoelens te corrigeren en goede gevoelens te stimuleren. Het gebed ook dat de Geest ons leert om op anderen niet direct vanuit ons eigen gevoel te reageren. Maar met de bewogenheid van Christus eerst naar de ander te luisteren. Het is belangrijk dat we niet op onszelf en ons eigen gevoel vertrouwen of denken dat we het zelf moeten of kunnen doen.<\/li>\n\n\n\n<li>Ook onze eigen gevoelens zijn belangrijk. Ook bij ons zijn onze gevoelens niet altijd hetzelfde. Ook bij ons kan er moedeloosheid, opstandigheid en ook weerstand tegen dingen die de HERE zegt, zijn of komen. Ook wij ervaren dat de band aan Christus in ons leven niet altijd even sterk is. Daarom is de vertrouwelijk omgang met onze God en Zender in ons leven zo belangrijk. Om steeds weer te luisteren naar Zijn stem, voor wijzelf het woord nemen. Om ons te laten bemoedigen, corrigeren. Ons door de Geest te laten meenemen. Om zo op weg te zijn om ook daadwerkelijk verkondigers van Christus en Zijn evangelie te zijn, die zijn weg wijzen. De weg waarop iemand echt mens kan zijn en zal zijn. Een mens zoals God het gewild heeft.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Literatuur<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>J.N. Bakhuizen van den Brink De Nederlandse belijdenisgeschriften Amsterdam Bolland 1976<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>J.R. Beeke&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Reformatorische spiritualiteit Kampen De Groot 2009<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>H. van den Belt Bloeien, snoeien en groeien Heerenveen Groen 2009Brienen e.a. De Nadere Reformatie \u2019s Gravenhage Boekencentrum 1986<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>T. Brienen e.a. De Nadere Reformatie en het gereformeerd Pi\u00ebtisme \u2019s Gravenhage Boekencentrum 1989<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>T. Brienen e.a. Theologische aspecten van de Nadere Reformatie \u2019s Gravenhage Boekencentrum 1993<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>G. van den Brink Dordt in context Heerenveen Groen 2018<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Douma Gebed en ascetiek In: C. Trimp e.a. De Biddende kerk Groningen De Vuurbaak p. 84-115<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>J. Kamphuis Godsvrucht een kracht Goes Oosterbaan &amp; Le Cointre 1990<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>S.O. Los&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Het gevoel in de Heilige Schrift Den Haag Oranje Guillaume 1922<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>S. Paas De emotiemens Uitgave Zendtijd voor de Kerken 2005<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>W. van \u2019t Spijker e.a. Spiritualiteit Kampen De Groot 1993<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>W.H. Velema&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Geloof en gevoel&nbsp;&nbsp; Heerenveen Groen 1992<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>W.H. Velema&nbsp;&nbsp;&nbsp;&nbsp; Gereformeerde spiritualiteit Kampen Kok 1990<\/strong><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ontdek de historische en bijbelse relatie tussen geloof en gevoel, en de praktische toepassing voor predikanten in de verkondiging van het evangelie.<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":""},"categories":[3,24,7,18,19],"tags":[],"class_list":["post-2208","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-artikelen","category-ds-j-r-visser","category-ethiek","category-opleiding","category-overzicht"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2208","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=2208"}],"version-history":[{"count":4,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2208\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":2213,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/2208\/revisions\/2213"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=2208"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=2208"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/avgt.nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=2208"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}]