De gemeente ontmoet haar Heer en Heiland in de eredienst. Daarmee staat ze in de ruimte van hemel en aarde. In de gemeenschap van al de heiligen staat ze voor de troon van de HERE. Zowel de zang als het (dank)gebed, de woordverkondiging als de zegengroet, de liefdesgaven en de lezing vinden plaats in die ontmoeting. Hoe heeft de kerk dat door alle eeuwen heen gevierd en beleefd? Wat is een heilige samenkomst en waar wil de HERE mee gediend zijn? Hoe ziet de opbouw van de eredienst eruit? Wat is de plaats van de sacramenten? Tegenwoordig krijgen veel rituelen een sacraal (heilig en gewijd) karakter. Is dat naar de Schrift? Al deze vragen spelen een rol bij het vak liturgiek. Daarbij gaat het om de inhoud en de vorm van de handelingen. 

We leren samen hoe de kerk van oudsher haar samenkomsten heeft ingericht. We leren, hoe de eredienst eigentijds vorm mag krijgen. We leren dat bij een open evangelie, omdat God zelf waakt over de heiligheid en de heerlijkheid van Zijn huis. In Zijn Woord laat de HERE ons kennen wat Hij van de samenkomsten verwacht en waarom en hoe Hij zijn gemeente bijeen wil zien. Daarom heeft ook liturgiek een plaats in het programma binnen de opleiding. Zodat er – onder Gods zegen – predikanten blijven die ons naar het Woord van de HERE voor mogen gaan en leidinggeven aan onze gemeenschappelijke dienst aan God.