De kerkvader Augustinus zei: ‘Het Nieuwe Testament is in het Oude verborgen, het Oude Testament gaat in het Nieuwe open’. Heel mooi komen in die uitspraak zowel de eenheid als het onderscheid van Oude en Nieuwe Testament naar voren. In dit vak houden we ons bezig met het Oude Testament. We mogen ons bezighouden met Gods eigen woorden die Hij heeft uitgesproken, laten uitspreken en laten opschrijven in de tijd die aan de komst van Jezus Christus vooraf ging. Het zijn woorden, zonder welke het Nieuwe Testament veel minder goed te begrijpen is. In het bijzonder houdt dit vak zich bezig met de uitleg van het Oude Testament. We leren omgaan met ambachtelijke vaardigheden die een exegeet moet kunnen hanteren om te laten zien hoe de Bijbel haar eigen uitlegster is. De techniek van het uitleggen is geen doel op zich. Het gaat erom dat de woorden, zinnen, perikopen geproefd en doorleefd worden, en we de boodschap voor ons gaan zien die in de preek gebracht moet gaan worden. Dat het daarom gaat: wat de Heere zijn gemeente wil zeggen, dat maakt ook dat exegetiseren altijd weer een strijd tegen de eigen vooronderstellingen van de exegeet zal zijn.