Buiten de kansel en het klaslokaal van de catechisatie gaat de predikant ook met zijn bijbel op bezoek. Hij is geen sociaal of maatschappelijk werker. Hij is geen psycholoog en geen medicus. Hij komt ook niet voor de gezelligheid langs. Maar hij komt met het Woord om vanuit het Woord te spreken en naar het Woord toe te brengen. 

Dat wil niet zeggen, dat hij voorbij kan gaan aan de persoonlijke moeiten en zorgen van het gemeentelid dat hij bezoekt. Hij moet daarom eerst luisteren en na een kort ‘gelegenheidspraatje’ afsteken naar het doel van zijn visite. In korte tijd moet de predikant proberen een goede kijk te krijgen op wat de ander zeggen wil – of eventueel verzwijgen wil. Hij moet de omstandigheden kennen. Maar hij moet vooral weten wat het Woord zegt over eenzaamheid, ziekte, zorg, lichamelijke en psychische beperking, huwelijk, kinderloosheid en opvoeding en al die levensvragen meer, die in het leven van de gemeente spelen. Dat betekent, dat hij ook tijd mag vragen om zich in een bepaald onderwerp te verdiepen. Om daarna terug te komen en in het licht van het evangelie te spreken. Want het Woord moet wel centraal blijven staan. Het evangelie is en blijft de norm, altijd en overal. 

In het vak poimeniek (herderlijke zorg) houden we ons daarom bezig met de vraag hoe het Woord in het persoonlijk bezoek aan huis centraal mag staan. We leren te luisteren. We leren tijd te nemen en tijd te vragen. We leren vooral het evangelie open te doen. Om ook zo het Woord aan de huizen te bedienen. Daarom oefenen we ook de pastorale bezoeken tijdens stageperiodes. Zodat er – onder Gods zegen – predikanten blijven, die het Woord persoonlijk laten spreken.